Herontdekt pareltje van Arthur Schnitzler in Nederlandse vertaling

18/12/15 om 10:31 - Bijgewerkt om 10:47

'Late roem', een topnovelle van de Oostenrijkse modernistische auteur Arthur Schnitzler over de Weense avantgarde van een eeuw geleden, kan je nu ook in het Nederlands lezen nadat het onlangs in de originele versie werd (her)ontdekt.

Herontdekt pareltje van Arthur Schnitzler in Nederlandse vertaling

Arthur Schnitzler (1862-1931) was huisarts én schrijver in het Wenen van Sigmund Freud. © GF

Paneermeel heeft net als kaassaus, het opdringerige effect dat gelijk wat je eet even klef en onbestemd smaakt. De pas vorig jaar weer opgediepte novelle Late Roem (Querido) van de Oostenrijker Arthur Schnitzler - die naar gelang van de kritiek als gangmaker van de psycho-analyse of het modernisme wordt opgehemeld dan wel als semitisch pornograaf afgevoerd - kreeg vrijwel onmiddellijk een Nederlandse vertaling. Wat een weemoed, wat een zelfrelativering, wat een ongezouten afrekening met de kunstkringen van het Wenen van de Jugendstil liggen er in vervat. Het is goed dat het manuscript gered werd van de boekverbrandingen in het Duitse Reich, stof verzamelde in de biblioteek van Cardiff, en nu als "sensationele ontdekking" en "meesterwerk" wordt aangeprezen. Het is nog erger: de korte roman ís een pareltje.

Wienerkaffee en Mozartkugel

Schnitzler schreef zijn meewarige observaties van zijn artistieke omgeving neer in 1894-5, en was er allesbehalve tevreden over. Pas later en na veel verbeteringen leerde hij zijn tekst, die hij nogal flets Geschiedenis van van een Bejaarde Dichter noemde, zelf waarderen. Dat lijkt me logisch. Het zoutloze beeld van oude geesten in talentloze jongeren moet hem een spiegel voorgehouden hebben. De slepende tred, de vermoeide zit, de ambtelijke verveling, de voorspelbare small talk van zijn koffiehuisgenoten, ze tekenen de uitgebluste, grijze man Eduard Saxberger, die even aandoenlijk is als onbetekenend. Die onopvallende, trekkebenende ganzenpas waarmee Saxberger door de straten van Wenen kuiert typeert de dodelijke rust die iemand overkomt als al het nieuwe voorbij, uitgeput is. Niet dat het Saxberger stoort, integendeel, hij vraagt niet liever dan wat hem bekend en vertrouwd is eindeloos te mogen herhalen. Het denkvermogen reikt niet verder dan de walm van Wienerkaffee, de kleverigheid van een Mozartkugel, de slagroom bij Sachertorte, en het uiltje in de sofa. Ongevaarlijk. Verwasemd. Wegdeemsterend.

Maar zoals bij Kafka wordt de veiligheid van Saxbergers uitgestippeld rustpatroon opgebroken als de buitenwereld zijn gewoonten wil ombuigen. Bij Schnitzler heet Het Proces Ambitie. Ambitie die Saxberger had laten wegglijden, weggeborgen had als een overbodig geworden afleiding. Maar die plots door jongere kunstenaars (van wie hij ooit het evenbeeld was) nieuw vuur wordt ingeblazen. Toch zal het niet meer zijn dan wat druppels citroen op een schnitzel. Schnitzler gaat bijna irriterend traag te werk, maar zo schuifelt ook zijn hoofdpersoon.

Kunstkring

In zijn jeugd heeft hij ooit een bundeltje poëzie uitgegeven, Wanderungen (Omzwervingen). Langoureuze, rijke, doorwrochte en hoogdravende verzen die al geatrofieerd waren nog voor het boekje de winkel haalde. Maar daar biedt zich een overbeleefde, keurige bewonderaar aan, Wolfgang Meier. Een lezer die gelezen heeft, en de Meester toevertrouwt dat de veronachtzaming van zijn genie de jongeren noopt tot het inlossen van een historische schuld. Saxberger wordt meteen opgewaardeerd tot goeroe van de nieuwlichters. Zij doen een beroep op zijn gaven, en trekken zich op aan de vergeten grootmeester. "Er moet iets gebeuren", roept één van de leden uit de kunstkring Geestdrift uit, waartoe Meier behoort. Doen om te doen, het is de tijdloze en steeds weerkerende taktiek om aandacht te trekken. Jammer genoeg wil de pers niet zo hartig mee, en blijft het harken om de krant te halen. Laat staan een grote krant. En dus beleggen de jonge Turken een kunstavond met zang, voordracht en treurdicht.

Avond- en ochtendstemmingen

Dat stijgt Saxberger naar het hoofd, hij neemt afstand van zijn dagelijkse koffievrienden, maar denkt zich suf om na dertig jaar opnieuw de pen ter hand te nemen, en nieuwe, grootse gedachten neer te leggen in poëtische teksten. Er komt hooguit één woord naar boven, dat hij dan weer verwerpt. Of vergeet. "Ach, het zijn toch allemaal stemmingen, Avondstemmingen, Ochtendstemmingen", troost hem een jonge kompaan. Geestdrift tilt eigenlijk niet zwaar aan Saxbergers writer's block. Of hij nu laat voorlezen door de pedante maar zelfbewuste (mislukte) aktrice, "onze tragedienne" juffrouw Gasteiner, of het om nieuwe gedichten gaat of om het oude bundeltje, waarvan nog exemplaren op de onderste planken van zijn boekenkast verduft zijn opgeborgen, de jonge heren die niemand kent zijn alleen in hun eigen roem geïnteresseerd. De "late roem" van Saxberger krijgt een forse knauw als hij bij de voorstelling een meewarige afkeuring opvangt, "arme drommel".

Meteen wordt hem duidelijk wat zijn wrevel opriep bij zijn wandeling langs het water naar de Augartenbrücke. Houtwerven, een trekpaard, de trage rivier, de hoge witte en gele huizen, hoge fabrieksschouwen daarachter. "Op dit moment vond hij het onbegrijpelijk dat sommige intense innerlijke ervaringen door de treurige loop van het leven gewoon werden uitgewist, alsof ze nooit hadden bestaan. Er schoot hem ook te binnen dat hij die weg destijds niet altijd alleen was gegaan. Hij wist niet meer met wie hij daar had gelopen. Hij kon zich geen bepaalde persoon herinneren en dat maakte zijn herinnering extra weemoedig".

Dat is de kernzin, want hij vat perfect samen hoe het blad van zijn leven eruitziet: onveranderlijk en mettertijd verblekend. Daar passen geen avonturen in, geen nieuwe ambitie, want die is vermoeiend en ontregelend. Schnitzler heeft een afkeer van die verstoorde orde, die hij identificeert met de kleur geel, de kleur van oude huid, van levercirrose, van de delikatessenverkoper Grossinger die melige rijmelarijen afsteekt (en Saxberger als collega ziet, "inderdaad, dat zijn rijmen") en een voorliefde heeft voor "een bepaalde lichtgele regenmantel die hij zelfs met het mooiste weer van de wereld droeg".

Bevrijdende weerzin

Doorheen het verhaal wordt het geel feller, tot Saxberger zijn aversie niet meer de baas kan. "Saxberger herinnerde zich dat hij er een paar dagen geleden naar had verlangd dat deze vrouw hem weer de hand zou kussen. Sinds ze in zijn kamer was, voelde hij dat verlangen niet meer. Ze had vandaag iets wat hem niet beviel. En toen hij haar van opzij wat beter bekeek, wist hij ook wat: het was het gele jasje dat hem tegenstond". Die weerzin is zijn bevrijding. De deur om te "ontsnappen" uit de sleur is weer dichtgevallen, hij zinkt geleidelijk terug in zijn lethargie, en is daar weldadig tevreden over.

Miskenning

De verleiding is natuurlijk groot een parodie te lezen op gekende kringen en kunstenaars uit Schnitzlers omgeving. Maar de lange incubatietijd van 120 jaar toont aan hoe wuft en onbetekenend dat was, ook al wijzen in een Nawoord bij Late Roem de uitgevers uit Wenen op de overduidelijke verwijzingen naar Schnitzlers eigen "bohème", het "junge Wien", waarmee hij koketteerde toen hij zijn eigen stamkroeg had, Café Griensteidl. Ook daar was miskenning een felle uitdaging, voor Hofmannsthal, voor Salten, voor Bahr, ook daar moesten kunstavonden het glazen plafond doen breken. Waarop Schnitzler in zijn dagboek (dat hij tot twee dagen voor zijn dood in 1931 nauwkeurig bijhield) netjes maar terloops noteert na een optreden: "Veel applaus, onbelangrijke avond".

Voer voor biografen, maar irrelevant voor de schets van een land in avonddeemstering. De kunstenaars zijn de schaduwen van een vaal geworden, ensoriaans schilderij, waaruit maar één gedachte valt af te leiden: roest rust. "Hij bleef maar even bij de deur staan, toen liep hij vastberaden naar de tafel, haalde diep adem en ging glimlachend zitten. Hij wist dat hier niemand "arme drommel" tegen hem zou zeggen". Vegeteren is beter dan kwetsen. Inslapen beter dan woelen. Als ook de kunst dat had beseft, was Oostenrijk-Hongarije wellicht nooit ten onder gegaan. Net als het werk van Schnitzler.

Lukas De Vos

Onze partners