Herman Balthazar over zijn grootoom August in WO I

11/06/14 om 11:34 - Bijgewerkt om 11:34

Historici Herman Balthazar en Nico Van Campenhout portretteren via authentieke dagboeken 2 jonge Vlamingen in de Groote Oorlog die later minister zouden worden: August Balthazar en Leo Picard.

Herman Balthazar over zijn grootoom August in WO I

Herman Balthazar schreef een boek over zijn socialistische grootoom August tijdens WO I. © Belga

De eerste is een een autodidact, afkomstig uit een arbeidersgezin, en de tweede een geleerde burgerszoon. Ze hebben los van elkaar een oorlogsdagboek bijgehouden, en dat was de aanleiding om de aanloop naar hun volwassenvorming uit te spitten. Het geeft tevens een mooi beeld van de evolutie van hun politieke carrière.

Vlaamse Beweging

Herman Balthazar (°1938), heeft zich toegespitst op grootoom August Balthazar (1893-1952). De Lokerse stadsarchivaris Nico Van Campenhout studeerde geschiedenis aan de KULeuven, waar Lode Wils en wijlen Reginald De Schrijver zijn voornaamste leermeesters waren. Hij verdiepte zich in Leo Picard. Van Campenhout is een groot kenner van de politieke en socio-culturele geschiedenis van België en in het bijzonder van de Vlaamse Beweging.

'De twee dagboeken', volgens beide auteurs in het voorwoord, '... zijn subjectieve egodocumenten.' Wat logisch is. Elke auteur van welke vorm van literatuur ook, vertelt zijn verhaal op zijn manier. Het is niet enkel logisch maar ook leerzaam. Het subjectieve schetst het karakter en de geestelijke vormgeving van de auteur. Het mooiste voorbeeld is het dagboek van Anne Frank. Dat het zoveel succes kent, komt door een totaal gebrek aan objectiviteit. De geschiedenis wordt verteld vanuit een eigen concept en visie.

De twee dagboeken, aanleiding tot dit boek, werken tevens versterkend op het verhaal van Herman Balthazar en Nico Van Campenhout, die, hoewel historici dat trachten te bestrijden, toch ook subjectief zijn. Wat weer aanleiding geeft op nieuwe visies, omgezet in artikels en boeken. En zo blijven we bezig. De waarheid wordt nooit achterhaald, simpelweg omdat die nu eenmaal niet bestaat. Achter elke geschiedenis schuilen meerdere geschiedenissen. Anders gezegd: Een historicus is een literaire speleoloog. Via de individuele wereld onderzoekt hij de aarde van de gemeenschap, op kleine zowel als op grote schaal, maar ook op de kruisbestuivingen tussen het culturele heelal en de politieke planeet. Wat ook fraai is, en daar zullen beide historici het (hoogstwaarschijnlijk) met me eens zijn, is dat elk historisch werk uitnodigt op verder speurwerk. De geschiedenis kent geen einde, zolang de aarde en dus de wereld bestaat. Het heden bestaat dankzij het verleden én de toekomst.

Socialistisch gedachtegoed

Dat is wat beide heren voor ogen heeft gestaan, en waarom ze de dagboeken laten volgen op de wordingsgeschiedenis van hun twee helden. En kijk, door die opstelling ga je de twee aspecten van dit boek beter begrijpen. De portrettering van August Balthazar en Leo Picard verscherpen de dagelijkse verslagen, en de dagboeken versterken de positie en de visie van de twee historici. Een derde, bijzonder aangenaam, aspect is dat er een nieuw tipje gelicht wordt van de evolutie van het socialistisch gedachtegoed, de BSP intern en extern.

Ik kan mij bovendien niet van het gevoel ontdoen dat zowel Herman Balthazar als Nico Van Campenhout een wijsvinger hebben opgestoken. Ze hebben twee figuren gekozen met karakter en wijsheid, die ze via hun maatschappelijk engagement wisten uit te werken ten bate van de minder bedeelden. Zij hebben hun broden en vissen vermenigvuldigd en ze op alle tafels gezet. Neem en eet, gij allen, wie of wat gij ook zijt. Een zeer subjectieve gedachte, maar allerminst een negatieve, gezien het gebrek aan leiders met ballen in de huidige socialistische beweging.

Presentatie met Stefan Hertmans en Marc Reynebeau

De presentatie van het boek is op woensdag 18 juni om 19u30 in de Balzaal van Kunstencentrum Vooruit, Gent. Iedereen is welkom. Bevestiging van uw komst via boekhandel@walry.be is niet verplicht maar aangewezen, wil je na afloop van de plechtigheden niet verwezen worden naar de bodem van de fles en met een vinger de schotel aflikken.

Van plechtigheden gesproken. De inleiding gebeurt door Stefan Hertmans, gevolgd door een bondig gesprek van Marc Reynebeau met de twee historici.

Herman Balthazar & Nico Van Campenhout,'Twee jonge Vlamingen in den Grooten Oorlog', Uitgeverij Lannoo, 24,99 euro

Guido Lauwaert

Onze partners