Goethe en zijn geld, of de NV Faust en Mefistofeles

14/09/12 om 15:43 - Bijgewerkt om 15:43

Als telg van een familie met koopmanstraditie had Goethe ook een grote belangstelling voor geld. In het Goethehaus in Frankfurt wordt dat toegelicht door een unieke tentoonstelling.

Goethe en zijn geld, of de NV Faust en Mefistofeles

Goethe (1749-1832) hield niet van papieren geld. Geen wonder dat het waardepapier in 'Faust II' door Mefistofeles, de duivel, aan keizer en schatbewaarder wordt aangeprezen: 'Zo'n stuk papier biedt ook een hoop gemak, Want goud of parels draagt men niet op zak; Omslachtig ruilverkeer kan men vermijden En zich direct aan drank en vrouwen wijden.'

Op het einde van zijn leven maakte Goethe de industrialisering mee, een fenomeen dat hem op een ambivalente manier fascineerde. Om in de financiële behoeften van de ondernemers te voorzien, ontstond het bankwezen en de grote vraag naar geld bevorderde het circuleren van papieren geld, dat sedert de zeventiende eeuw bestond. Goethe, die een grote waardering had voor het concrete en het zinnelijke, vond het papieren geld niet stoffelijk genoeg. Papieren geld heeft hij nooit als echt geld beschouwd. Hij gaf de voorkeur aan munten, aan koper, zilver en goud, waarvan nu een grote voorraad te zien is in de tentoonstelling 'Goethe und das Geld'.

Ook als minister in het door geldtekort geplaagde hertogdom Weimar was Goethe een tegenstander van de bankbiljetten. Zijn scepsis wordt zoals gezegd ook in 'Faust II' uitgedrukt. In deze 'tragedie' worden de banknoten weliswaar door de schatten van de keizer gedekt, maar niemand weet precies waar die in de bodem verborgen liggen, ook de kanselier niet.Die komt wel opgetogen vertellen dat het land eindelijk vrij van schulden is en dat de lijdensweg van het land een einde heeft genomen, allemaal dankzij het papieren geld dat vlot gedrukt kan worden:

'Aan allen die het aangaat zij gemeld Dat dit biljet als duizend kronen geldt. Als zekere waarborg en als onderpand Dient het begraven goed in 's keizers land. Voornoemd bedrag, aan toonder uitbetaald, Dekt de te bergen schat. Aldus bepaald.'

Het papieren geld - en dat klinkt actueel - wordt een drug als het ongeremd wordt gedrukt. Dat is inflatie. In 'Faust II' is het uitgerekend de snuggere hofnar die er geen vertrouwen in heeft, snel in echte waarde vlucht en zich voorneemt vastgoed te kopen: huis, jachtslot, bos en beek.

'De magie van het papieren geld steunt op de wensdroom, vergelijkbaar met de experimenten van de alchemisten, om waarde uit niets te creëren en de wetten van de schaarste te overwinnen,' aldus Otmar Issing, de ex-chefeconoom bij de Europese Centrale Bank (ECB) in de cataloog.

De tentoonstelling in Frankfurt is ongemeen boeiend. Ze weerlegt de stelling dat er over Goethe niets nieuws meer verteld kan worden. Niets is minder waar. Voor de eerste keer in de geschiedenis is de boekhouding van de Goethes minutieus onderzocht. Daaruit blijkt dat de ouders van Goethe op veel minder grote voet leefden dan men altijd heeft gedacht. Om Goethe te kunnen laten studeren, gaven ze jaarlijks de helft van hun inkomsten uit.

Voor het eerst hebben de samenstellers ook de boekhouding - de Weimarse huishoudboekjes - van Goethe zelf onderzocht. Zijn inkomsten bestonden voor de helft uit honoraria, voor een derde uit salaris en voor slechts 0,3 procent uit inkomsten (tantièmes of royalty's) van opgevoerde theaterstukken. Wat de uitgaven betreft: vijftien procent ging naar wijn, vijf naar personeel, één naar de gasten, twee naar de wasserij en aalmoezen, en vier procent naar de koets en belastingen.

Goethes lange leven was een gevecht tegen roofdrukken ('Werther') en voor het innen van honoraria, die slechts langzaam stegen. Het schrijverschap was overigens slechts een miniem onderdeel van Goethes activiteiten, want zoals uit de expositie blijkt was hij als minister ook verantwoordelijk voor de goede gang van zaken in de financiën en in de industrie, de mijnbouw en de straataanleg. Zoals iedereen betaalde hij niet graag belastingen en zijn aangiften waren zelden correct.

Piet de Moor

'Goethe und das Geld' tot 30 december in het Goethehaus in Frankfurt. Großer Hirschgraben 23-25, 60311 Frankfurt am Main. Cataloog 25 euro.

Lees meer over:

Onze partners