Geen krediet voor Céline

17/10/11 om 10:18 - Bijgewerkt om 10:18

Vanavond om 22.30 toont Arte de interessante documentaire 'Le procès Céline'. De makers onderzoeken de verbanden tussen Célines literaire genie en zijn antisemitische obsessies.

Geen krediet voor Céline

Na de Tweede Wereldoorlog werd Louis-Ferdinand Céline in Frankrijk als collaborateur eerst ter dood, daarna tot een gevangenisstraf van één jaar en een geldboete veroordeeld. Céline (1894-1961) werd gebrandmerkt voor de racistische pamfletten die hij in de jaren dertig geschreven had. Die waren gekenmerkt door ongehoord hatelijke tirades tegen de Joden. Spijt daarover heeft Louis-Ferdinand Destouches - Célines echte naam - nooit laten blijken

Toen enkele maanden na zijn dood Célines verzameld werk in de Pléiade-reeks begon te verschijnen, ontbraken de antisemitische pamfletten. Die vind je overigens ook niet in de nieuwe editie terug. Die omissie getuigt uiteraard van de radeloosheid van de uitgevers in de omgang met Célines oeuvre. In het beste geval wordt betoogd dat de pamfletten geen afbreuk doen aan de grote literaire betekenis van Céline, die zich na de oorlog in Meudon vestigde, waar hij zichzelf in bedelaarskleren stak en tussen zijn honden, katten en papegaaien een geënsceneerd leven leidde.

In de documentaire 'Le procès Céline' van Alain Moreau en Antoine de Meaux wordt juist wel aangetoond hoezeer het literaire genie aan zijn antisemitische dwangvoorstellingen schatplichtig is. Een groot aantal Céline-kenners, essayisten, historici, biografen - voor- en tegenstanders - komen aan het woord (Philippe Sollers, Yves Pagés, Stéphane Zagdanski, Pierre Assouline, Serge Klarsfeld etc.). Aan de hand van foto's, filmfragmenten en citaten ontwerpen de documentairemakers een interessante biografische schets waarin de antisemitische obsessie van Céline centraal staat.

Célines 'Voyage au bout de la nuit' (1932) maakte de schrijver op slag beroemd. Dat hij er de Goncourt niet voor kreeg, ervoer de auteur als een groot affront. Maar het in 1936 gepubliceerde 'Mort à credit' werd niet het verhoopte succes. De schrijver zocht meteen een zondebok om er zijn frustraties op af te reageren: de Joden, die het mikpunt werden van Céline pamflet 'Bagatelles pour un massacre' (1937). André Gide nam dit schotschrift niet serieus en hield het voor een satirische en groteske eigenaardigheid. Maar Célines publicatie van het racistische pamflet 'L'École des cadavres' in 1938 werd door menigeen als een finale aanslag op de goede smaak ervaren.

In 'Le procès Céline' meent Stéphane Zagdanski dat we de antisemitische pamfletten van Céline niet al te letterlijk moeten nemen. Zagdanksi herinnert eraan dat Céline in 1924 een zonderlinge scriptie schreef over Ignaz Semmelweis, die de oorzaken van de kraambedkoorts ontdekte. Die scriptie was zo literair en zo weinig wetenschappelijk dat Céline slechts met de hakken over de sloot promoveerde. In 1936 werd deze dissertatie overigens als literair werk gepubliceerd.

De epidemioloog Céline zou zichzelf volgens Zagdanski met het antijodendom geïnfecteerd hebben omdat het antisemitisme een uitstekende brandstof was voor zijn opgezweepte proza dat meer en meer uit haattirades bestond: in het antisemitisme vond Céline de energie om zich literair uit te leven. Een excuus is dat niet. Céline was een man voor wie alle middelen goed waren om literair te excelleren. Daarin kende hij geen morele of politieke remmingen.

Céline heeft in Frankrijk wel degelijk met de Duitsers proberen te collaboreren. Ernst Jünger schrijft in zijn Parijse dagboek dat Céline hem aanspoorde de Joden af te slachten en 'geen enkele te sparen'. De Duitse bezetters, die vonden dat Céline krankzinnig was, wisten zelf niet goed wat ze met de vulgariteiten van deze onberekenbare schrijver moesten beginnen. Céline heeft dat feit later in eigen voordeel proberen te exploiteren. Het bevestigt alleen maar het vermoeden dat hij verre van naïef was. Het zou te gemakkelijk zijn Céline vrij te spreken met het argument dat hij het antisemitisme als literaire metafoor gebruikte. Na de oorlog had hij de neiging de Duitse vernietigingskampen te ontkennen. Verder bleef hij de rest van zijn leven de indruk wekken het slachtoffer te zijn van een groot complot.

Piet de Moor


Lees meer over:

Onze partners