Friedrich Hebbel: een opvliegend, vergeten genie

20/12/13 om 12:47 - Bijgewerkt om 12:47

Tweehonderd jaar geleden werd de Duitse schrijver Friedrich Hebbel (1813-1863) geboren. Zijn werk is ten onrechte vergeten, aldus Piet de Moor.

Friedrich Hebbel: een opvliegend, vergeten genie

© Wikimedia Commons

'Opvoeren wat noodzakelijk is, maar dan wel in de vorm van het toeval: daarin zit het hele geheim van de dramatische kunst,' noteert de Duitse schrijver Friedrich Hebbel in 1847 in zijn dagboek. De dramatische toets is inderdaad de rode draad in het werk van Hebbel, om het even welk genre hij beoefent. Een van de zeer korte verhalen die hij in zijn dagboek noteert, gaat over een jongen die droomt dat hij vermoord wordt op weg naar Bergedorf. De volgende dag vertelt hij zijn meester zijn droom. Die vindt het maar een rare droom omdat 'je precies vandaag met geld naar Bergedorf moet'. De jongen is bang en vraagt om een begeleider. Die krijgt hij, maar als hij onderweg zijn relaas vertelt aan de knecht die hem vergezelt, slaat die knecht hem dood. Hebbels dagboeken staan vol zulke miniverhalen. De meeste daarvan heeft hij nooit uitgewerkt.

Zwervend bestaan

Hebbel is vandaag niet erg populair in Duitsland. Zijn stukken (Judith, Genoveva, Gyges, Agnes Bernauer, Die Nibelungen, Maria Magdalena) worden haast niet meer opgevoerd, hoewel ze talrijke getalenteerde componisten (Liszt, Brahms, Robert Schumann) inspireerden. Zelfs in de goede Duitse boekhandel moet je zoeken om zijn verhalen op de kop te tikken. Een kritische editie van zijn dagboeken is er nog altijd niet. Over dit schrijversgenie, dat tweehonderd jaar geleden geboren werd en dat een tijdgenoot van Wagner, Verdi en Büchner was, verscheen in 2013 geen enkele biografie.

Friedrich Hebbel leefde aanvankelijk in de armzaligste omstandigheden. Hij was de zoon van een metselaar en leidde na de vroege dood van zijn vader een zwervend bestaan. Hij trok te voet met zijn hondje door Duitsland, van Hamburg naar München en terug. Die dagmarsen, die hij half verhongerd en met kapotte laarzen aflegde, waren strapatsen die hem bijna het leven kostten.

Wenen

Na zijn omzwervingen in Italië belandde Hebbel op zijn 32ste in Wenen, waar hij de aandacht trok van de twee Poolse adellijke broers Zerboni di Sposetti. Ze hielpen de berooide schrijver om zijn financiële problemen te boven te komen en introduceerden hem in hogere kringen. In Wenen trouwde hij met Christine Enghaus, een welstellende actrice aan het Burgtheater. Sindsdien kon hij zich ongestoord aan zijn oeuvre wijden. Christine Enghaus had een groot hart. Zo trok ze zich het lot aan van Elise Lensing, de Hamburgse ex-vriendin van Hebbel bij wie de weinig dankbare schrijver twee kinderen had achtergelaten.

Maatschappelijk was Hebbel, die de reputatie had opvliegend te zijn, gematigd vooruitstrevend. Hij steunde de democratische bewegingen waar die niet al te radicaal waren.

Van zijn 22ste tot zijn dood hield Hebbel, die vijftig jaar oud werd, een dagboek bij. De eerste aantekening op 23 maart 1835 is haast een echo van de beroemde eerste zin van Rousseau's 'Confessions': 'Ik begin dit cahier niet met de vooropgezette bedoeling mijn toekomstige biograaf ermee te plezieren, ofschoon ik gezien mijn kansen onsterfelijk te worden er zeker van kan zijn dat me een biograaf ten deel zal vallen.'

Aforismen

Hebbels dagboeken zijn een schatkamer voor elke schrijver die om thema's verlegen zit. Zijn verhalen en drama's hebben vaak een criminele inslag. Zijn notities zijn vaak aforismen, waarvan we er hier een paar presenteren: 'Het leven is een plundering van de innerlijke mens', 'Het ongeluk baart alleen maar tweelingen', 'Het toeval is een raadsel waarmee het noodlot de mens opzadelt en 'Mijn naaste zou er maar weinig aan hebben, als ik hem zou liefhebben als mezelf.'

Hebbels werk wordt als een aankondiging van de moderne psychologische en realistische literatuur in Duitsland en Europa beschouwd. In de reeks privédomein van de Arbeiderspers verscheen in 1995 'Een blinde bij zonsopgang', een keuze uit de dagboeken van Friedrich Hebbel, in een vertaling van Klaus Siegel en met een nawoord van Hans Ester.

Piet de Moor

Onze partners