Fischer Price

13/04/15 om 09:39 - Bijgewerkt om 10:49

Ijslands Gambiet: een thriller in de vorm van een doorleefd schaakspel - en welk één: met de doorslaggevende confrontatie tussen Bobby Fischer en Boris Spassky in Reykjavik, 1972, om de wereldtitel.

Fischer Price

© GF

De uitdaging is boeiender dan de oplossing. De oplossing is boeiender dan de historische achtergrond. De historische achtergrond is boeiender dan het hoofdpersonage. Het hoofdpersonage is boeiender dan de schrijfstijl. De schrijfstijl, ten slotte, is boeiender dan de meligheid van de gevoelsromantiek.

En toch. Toch heeft Ijslands Gambiet (Biebaus tweede roman na Trage Wegen) me een intellectueel orgasme bezorgd, dat zelfs niet gestild werd na het lezen van de ontknoping. Een thriller in de vorm van een doorleefd schaakspel - en welk één: met de doorslaggevende confrontatie tussen Bobby Fischer en Boris Spassky in Reykjavik, 1972, om de wereldtitel, ontwikkelt het hele verhaal zich als "the game of the century". Dat spel vond plaats in 1956 in New York, waar Fischer, met zwart, internationaal grootmeester Donald Byrne versloeg in 38 zetten. Fischer was toen 13 jaar oud. Ongeveer zo oud als de jonge hoofdpersoon in Ijslands Gambiet, Maxim Boelgakov, en het meisje van zijn verlangen, Marguerite Luchenne (de dochter van een hooggeplaatste geheimagent bij de Franse spionagediensten).

De idee om de Koude Oorlog op te hangen aan een schaakpartij is een meesterzet. De Koude Oorlog wordt gezien door de ogen van een wat klunzige, benepen, gevluchte Rus, een onecht kind wiens vader geëlimineerd werd door zijn rivaal, en wiens moeder haar tong afbijt om niets over zijn verleden te verhullen. Hij slaagt erin op een jachtpartij te ontsnappen aan zijn stiefvader, die hem wil vermoorden, maar al even onhandig is als de moordenaar die het veel later op Maxim gemunt zal hebben in Reykjavik. De ontwikkeling van de hele oorlog wordt gevolgd door de indoctrinatie en klaarstoming van Maxim om zelf in het spionageberoep te stappen, soms met grote weerzin en verblindheid (zoals de passage met NAVO-spionne Anne-Christina aantoont), soms met een kunde die zijns gelijke niet kent. Want Boelgakov is de perfekte kameleon: naief, monomaan, bevlogen, en begiftigd met een imitatievermogen van handschriften die hele geheime diensten op het verkeerde been kunnen zetten.

Net daarom is het wat ergerlijk dat hij met oogkleppen in een soortgelijke val trapt als die hijzelf volgens het Oog van Moskou in Parijs en Brussel moet opzetten. De introverte Maxim ontwikkelt een kwetsbaarheid die hem op sommige tijdstippen gewoon onbegrijpelijk maakt; op het ogenblik dat Anne-Christina hem vol dédain ontmaskert (en zelfs de mat heeft verwijderd om geen bloedvlekken te krijgen als ze hem zal vermoorden), start hij haar vol ongeloof aan:

'Maar we hebben je grondig nagetrokken !' Ik voelde me verontwaardigd . Iemand had de regels aangepast zonder me te waarschuwen. 'Je papieren, je referenties, ...'

'Allemaal vervalst. Dat zou je toch moeten weten, Maxim'. Ze sprak mijn naam uit als een hardnekkige huidaandoening.

De bedrieger bedrogen met zijn eigen wapens. Maar natuurlijk is er de deus ex machina, die hem uit deze hopeloze situatie redt. We zitten nog maar op vak E3, het langste hoofdstuk uit de roman. Het aanvallend schaakspel moet nog in zijn definitieve plooi vallen. Toch zal het niet de enige keer zijn dat Maxims simplisme (hij kijkt misschien teveel achteruit, in plaats van vooruit, zoals het een grootmeester zou betamen) hem voor het blok zet.

Maar uiteindelijk komt alles tot het Culminatiepunt: de meester zet zichzelf, bewust en zonder schuldgevoel, schaakmat voor zijn wraakgeest, zijn "Nemesis". Wie dat is, is meer een verrassing dan de wendingen die tot de man geleid hebben. Als lezer (niet als schaker) heb je snel door waar het bedrog zal liggen. Als schaker (niet als lezer) verhoog je het genot van de broodkruimeltjes waarmee je probeert de ander naar zijn ondergang te voeren. Dat Biebau daarvoor geregeld van auteursstandpunt wijzigt is dan weer een goeie zaak, het maakt de verwarring - of liever: de veelheid aan keuzemogelijkheden - groter en pittiger.

Meewariger is de karaktertekening van Maxim, die meer en meer het klisjee van de negentiende eeuwse Rus (op de vodka na) gaat inkarneren, tot er een bijna kitsjerig stokbeeld overblijft: melancholisch, tranerig, hyperromantisch, verdrietig, met een onstelpbare moederbinding en een hang naar klassieke muziek, Tolstoj, en schaken.

Hij is het tegenbeeld van de geslepen, granietharde personages die John Le Carré beschrijft, en daarom ook zo zwaarmoedig en slap. Maar wat je aan karaktertekening mettertijd verliest, win je door de spankracht van de suggestie. Een bijna geniale vondst is het aanhangsel, dat netjes dichtgeplakt is, en dat je nog in goeie tussenoorlogse traditie met het mes moet opensnijden. Daar krijg je vrijwel alle (soms geforceerde) hints die het schaakverloop moeten schragen. Sommige hebben uiteraard al het wantrouwen gewekt - als ik lees dat Seoel de hoofdstad van Noord-Korea is, dan gaat er geen belletje, maar een heuse alarmklok luiden. Andere zijn zo ver gezocht dat zelfs mijn petemoei ze niet kan ontdekken zonder een grondige kennis van historische schaakpartijen en van de spionagepraktijken in de Koude Oorlog, of zonder een verbeelding die nog wilder is dan de mijne: hoe ik vooraf moet raden dat 'communistisce jeugdbeweging' de hint naar 'Pioniers' en dus een schaakstuk is, dat gaat zelfs een waanzinnige te boven. Toch is het aanhangsel het prettigste en meest obsederende wat ik gelezen heb. Een uitermate gedetailleerde schets van hoe de roman is opgevat, de handleiding voor de compositie van het boek en zijn finale. Die een hoogst metaforische afwikkeling krijgt: generaties leren niets van elkaar, ze vervallen in dezelfde, rituele overgangsdaden.

Ijslands Gambiet is wel te streng (en jammer genoeg ook te beperkt) voor de fantastische achtergrond die Reykjavik had kunnen leveren. Daar heeft Biebau een kans (of een reis) gemist. "Eenmaal buiten het park, wandelde ik grillige lussen door de straten van Reykjavik". Wie de langwerpige struktuur van de Ijslandse hoofdstad wat kent, weet dat er weinig "grillige lussen" te lopen zijn. Hooguit in het oude centrum tussen haven en parlement.

Maar al bij al is de schets van de dagelijkse routine die spionagediensten moeten volgen van een zeer ontluisterend, banaal, en vaak amateuristisch nivo, dat, denk ik, de werkelijkheid nauwkeuriger benadert dan ons voorgehouden wordt. Ook de persoonlijke vetes en rivaliteiten lijken me uit het leven gegrepen, net als de onontkoombaarheid van het lot dat anderen voor jou beslissen. De actualiteitswaarde van Ijslands Gambiet is, ondanks de achtergrond van de jaren vijftig, bijzonder pregnant: het jaloers bewaken van de privacy wordt doorzeefd door "hogere" belangen.

Daarvoor zijn vandaag de dag geen geheime diensten meer nodig (hoewel de verzamelwoede van NSA, MI6, FSB, SVR het tegendeel laat uitschijnen). Biebau is de stenograaf van de verborgen komplotten die de gewone burger ontgaan. Hij analyseert de samenleving als een schaakspel, een dodelijk schaakspel. Niet de mens is daarbij de inzet, maar het (tijdelijk) belang, soms het gratuïete gebaar. De amoraliteit van de denker-speler toetst hij af aan een gevoelig karakter-met-een-verleden. Om wanhopig te besluiten dat geen van beiden ter zake doet: het spel bepaalt de knikkers, en niet omgekeerd. Misschien, zo durf ik daaruit af te leiden, is het schaakspel wel de giftige adem van de duivel. En is tevredenheid of geluk niet meer dan een fata morgana dat ons sust, maar nooit beschermt tegen de pomperijen van de Boze. Welke vorm die ook mag aannemen. Maar bij voorkeur toch de vorm van autoritair staatsgedrag, en een ontspoord jongensspel. Wat de hele roman nog tragischer maakt dan hij oorspronkelijk bedoeld was.

Als Biebau de Flair-onderdelen wat spaarzamer toepast, ontstaat hier een groot thrillerschrijver. Met meer diepgang dan zijn huidige spielerei nu laat uitschijnen. Maar al met een volwassenheid die zeldzaam is in de Vlaamse misdaadliteratuur.

Lukas De Vos

Dominique Biebau, Ijslands Gambiet. Antwerpen, Vrijdag 2015, 184 + VII blz.

Lees meer over:

Onze partners