Benno Barnard
Benno Barnard
Lees hier de columns van de Nederlandse dichter en essayist Benno Barnard.
Opinie

10/01/11 om 11:16 - Bijgewerkt om 11:16

Een gesprek in de Kleine Club

Benno Barnard mengt zich in een gesprek onder heren over homo's en fotografische beeldvorming.

Op Facebook plaatste de Nederlandse fotograaf Jan van Breda onlangs foto's waarop homo's nogal opzichtig van hun geaardheid getuigden - hij werd prompt uit dat café gegooid. Modern leven! In mijn vriendenkring ontstond tumult. Ook ik mengde me in de schriftelijke discussie.

EDUARD (50): Ik voel een groot medelijden met jonge homo's die dit soort beelden gepresenteerd krijgen ter identificatie. Ik ben zelf homo. Het is al erg om homo te zijn en dan moet je ook nog eens krankzinnig zijn... Begrijp je wat ik bedoel? Wat we op die foto's zien is het typische morele landschap van de zogenaamde vrijgevochtenheid, waar uiteindelijk gewoon het recht van de sterkste geldt. Want de zelfbeheersing is afgeschaft ten gunste van de schaamteloosheid. Gevolg is het opheffen van de orde, het versterken van de chaos en het invoeren van de totale willekeur. Maar goed, wie weet hebben al die vrijende gekken wel een baan bij het Nederlands Ruimtevaartinstituut.

IK: Ik zie mensen die dansen op de kakofonie van onze tijd.

JAN (30): Dus jullie vinden het terecht dat Facebook die foto's verwijdert?

IK: Dat is iets anders. Indertijd plaatste Herman de Coninck kunstzinnige foto's met pikzuigende homo's in het Nieuw Wereldtijdschrift, ongetwijfeld vanuit zijn niet aflatende behoefte zich van het katholicisme te bevrijden. Mijn vader zei toen zijn abonnement op, omdat hij niet wilde dat mijn moeder - die toen al alzheimer had - nog erger verward zou worden. Als die beelden heteroseksueel waren geweest, had hij overigens net zo gereageerd.

EDUARD: Mijn bezwaar geldt ook de Gay Pride Parade, die homo's als teugelloze, bandeloze clowns voorstelt, wat natuurlijk een prachtmethode is om de tolerantie te bevorderen, alsook vijftienjarige flikkertjes een troostrijk perspectief te bieden, maar niet heus. Uit seks-koloniaal schuldgevoel doen weldenkende lieden alsof ze die Gay Pride charmant en artistiek vinden.

YVONNE(58): De jaren zestig hebben ons gelukkig bevrijd van allerlei onzinnig schaamtegevoel. Gaan we dat nu weer opgeven?

JAN: Ik ben het eigenlijk met Eduard eens, Yvonne. Maar: homoseksualiteit is in het grootste deel van de wereld niet aanvaard. En ook hier hangt de tolerantie aan een zijden draadje. Daarom zal ik geen kritiek uiten op zoiets als Gay Pride. Dat zou enkel de verkeerde mensen in de kaart spelen.

IK: Je maakt de emancipatie van homoseksualiteit juist tot een doelwit door dit soort bandeloosheid te promoveren. En schaamtegevoel, Yvonne, is nauw verwant met schuldgevoel. Het behoort tot de remmende mechanismen die ons voor andere vormen van bandeloosheid behoeden, die van een of andere
Sturmabteilung bijvoorbeeld.

EDUARD: Hoe opzichtiger de decadentie, hoe groter de kans dat het regime weldra instort. Denk aan de nadagen van het Romeinse Rijk, de Franse adel voorafgaand aan de Revolutie, de décadence vanaf Baudelaire, de Gay Twenties... het zijn maar een paar voorbeelden.

IK: Het heden? Maar er valt niks te voorspellen. En er zijn ook decadente perioden geweest die tot meer bloei leidden, zoals in Florence onder de Medici's. In elk geval bestaat er volgens mij een verband tussen de seksuele schaamteloosheid in het interbellum, vooral in Duitsland, en de daaropvolgende morele ineenstorting.

EDUARD: Het probleem vandaag is dat men meent het juiste te doen als men doet wat men wil. Dat men zijn ogen willens en wetens heeft gesloten voor de traditie en dat men ervoor kiest als een krijsend kind door het leven te gaan. Men noemt dit 'vrijheid'. Maar deze vrijheid houdt slechts stand zolang gewone, burgerlijke mensen, die door de elite plegen te worden geminacht, onvermoeibaar doorgaan met de wereld te redden.

YVONNE: Als je Berlijn zegt, bedoel je dan bijvoorbeeld Isherwood? Daar zou ik toch mee oppassen.

IK: Niet Isherwood individueel, wel Berlijn in zijn geheel. Vergeet niet dat alleen uitzonderlijk sterke individuen bandeloze hoeveelheden seks, vreten, zuipen en zelfverdoving kunnen verwerken zonder schade aan hun geweten. Er komt een moment dat er geen subjectief verschil meer bestaat tussen neuken en doodschieten. Moet ik Nietzsche nog eens citeren, over de lust die 'diepe, diepe eeuwigheid' wil?

YVONNE: Volgens mij viel de seksuele schaamteloosheid nogal mee in het interbellum in Duitsland, zeker toen de preutse moraal van de nazi's beslag kreeg. Het beetje largesse dat er in de jaren twintig bestond op seksueel gebied, werd in ieder geval voor de vrouwen direct weer ingetoomd. Die seksuele inkeer heeft niet tot een grote verbetering van het regime in moreel opzicht geleid. En wat homoseksualiteit betreft, denk eens aan de moord op Röhm!

IK: Voor de machtsovername was het in de grote steden van Duitsland één groot expressionistisch schilderij vol hoererende mensen uit alle sociale lagen. Dat kwam door de economische crisis, maar ook doordat Duitsland gedemoraliseerd was. En Röhm werd niet vermoord omdat hij homoseksueel was, maar omdat hij weigerde de SA in het leger te laten opgaan. Mijn vader vertelde over de sfeer in Berlijn tegen het einde van de oorlog, toen hij daar dwangarbeider was. Hij noemde het een seksueel gekkenhuis. De keerregel van een populair liedje luidde: 'Alles geht vorüber, alles geht vorbei... mein Mann ist an der Ostfront und mein Bett ist noch frei.' Er werden eindeloos grapjes gemaakt over de Sexualdemokraten. Of denk aan het voortplantingsprogramma van Lebensborn: daar ging de nazistische seksuele moraal rechtstreeks in de zoölogie over. En overigens bedoelde ik 'seksuele schaamteloosheid' als seismografische indicator, niet als absolute wetmatigheid.

EDUARD: De Eerste Wereldoorlog markeerde het begin van de laat-moderniteit. Het is de fase van de koortsgloed, zoals Thomas Mann die literair heeft gevat. En die is nog altijd bezig. Van de crisis waarin Europa verkeert, zijn de kunsten het koortszweet, de postmoderne filosofieën het ijlen en de politiek de spasmen.

IK: Wat spelen jullie, homo's, toch prachtig viool!







Onze partners