Duitse Büchner-prijs voor taalvirtuoos Reinhard Jirgl

12/07/10 om 10:57 - Bijgewerkt om 10:57

De schrijver Reinhard Jirgl is vorig weekend gelauwerd met de Büchner-prijs (40.000 euro), de belangrijkste literaire onderscheiding in Duitsland.

Duitse Büchner-prijs voor taalvirtuoos Reinhard Jirgl

© Dontworry, Wikicommons

Oorlog, catastrofe, verdrijving, de Duitse trauma's, het verlies van de 'Heimat', wantrouwen tegenover individuele en collectieve utopieën: dat zijn de grote thema's die Reinhard Jirgl (Oost-Berlijn, 1953) in zijn herinneringsromans behandelt.

Jirgl is niet alleen een machtig taalkunstenaar, hij is ook een denker die destijds in het sloganland DDR op zoek ging naar een intellectueel antibestaan en op die manier kennis maakte met auteurs die zijn werk diepgaand zouden beïnvloeden: Michel Foucault, Georges Bataille, Ernst Jünger, Carl Schmitt en Louis-Ferdinand Céline.

In de DDR werd Jirgl tot op het laatste moment gewantrouwd. Zijn eerste romanmanuscript ('Mutter Vater Roman') werd in 1985 door de Oost-Duitse Aufbau-uitgeverij als antimarxistisch afgewezen. In de DDR schreef Jirgl voor de val van de Muur nog vijf andere romans. Geen enkele daarvan mocht in Oost-Duitsland verschijnen.

Twee decennia later zei de auteur over de toestand waarin hij destijds verkeerde: 'De geschiedenis van mijn literair werk uit de jaren voor 1990 is het verhaal van de administratief gedecreteerde verstikkingsdood.' Maar de oppassers van het opgelegde geluk zijn er toch niet in geslaagd om Jirgl monddood te maken.

Er waren nog andere redenen waarom Jirgl, van opleiding een elektromechanicus, door de machthebbers in de DDR gewantrouwd werd. De typografie en orthografie van zijn oeuvre werken als gecodeerde systemen, en dat werkte bevreemdend in een staat die het versleutelen van boodschappen als zijn monopolie beschouwde.

Ook de betonkoppen in de uitgeverijen schrokken terug voor een taal die gedomineerd werd door innerlijke monologen en gewelddadige fantasieën van een verteller ('een glijdend ik', aldus Jirgl) die zich opstelt als een amorele reflecterende instantie.

Jirgl is een echte schrijver. Hij is een van de weinigen die destijds in de DDR voor de lade geschreven hebben, zonder uitzicht ooit gepubliceerd te worden. Na de val van de Muur bleef hij consequent werken aan een oeuvre waarvoor hij in de DDR het fundament had gelegd.

Ook in het Westen hebben nogal wat lezers moeite met het op het eerste gezicht avant-gardistische proza van Jirgl, dat echter minder experimenteel is dan tekstbeeld, tekennomenclatuur en bladspiegel laten vermoeden. De lezer went vrij snel aan Jirgls procedés.

In West-Duitsland wordt Jirgl gelezen door een kleine groep bewonderaars die alleen maar lof hebben voor de teksten van een auteur die de hele rampzalige twintigste eeuw in zijn oeuvre heeft gerubriceerd, en dat in romans die sprekende titels dragen als 'Abschied von den Feinden' (1995), 'Genealogie des Tötens' (2002), 'Die Unvollendeten' (2003) en de recente 'Die Stille' (2009), die allemaal bij uitgeverij Hanser verschenen.

Ook de recensenten van de gereputeerde cultuurbijlagen prijzen unaniem de laureaat, wiens romans, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung, tonen hoe de onschuldige nieuwe generaties door het verlies, de zonden en de frustraties van de oude getekend worden: 'Er zijn er heel wat die, plots lucide, aan deze continuïteit vertwijfelen en toch geen uitweg zien.'

Geen wonder dat het oeuvre van Jirgl ook geplaatst wordt in de traditie van de Griekse tragedie: het drama is overal, in het leven en de taal, in en buiten ons.

Piet de Moor

Onze partners