Derrida was een lekkerbek

29/12/10 om 10:56 - Bijgewerkt om 10:56

Benoît Peeters schreef de biografieën van Hergé en Paul Valéry. Toen hij samen met de lector van zijn uitgeverij (Flammarion) op zoek was naar een nieuw biografisch personage, werd dat gevonden door eliminatie. Ze kwamen uiteindelijk bij de filosoof Jacques Derrida (1930-2004) terecht.

Peeters had een probleem. Hij kende het werk van Derrida niet goed. Vanaf het begin was het de biograaf duidelijk dat zijn levensschets geen intellectuele appreciatie zou zijn. 'Derrida' (740 bladzijden) is dan ook een werk over de buitenkant van zijn 'personage', en minder over de bedenker en denker van de deconstructie.

Benoît Peeters maakte gebruik van een biografie van René Goscinny, de geestelijke vader van Asterix, om een lijstje met simpele vragen op te stellen: wat at de filosoof, van welke vrouwen hield hij, wat waren zijn angsten en verlangens, wie waren zijn echte vrienden, had hij tics, waar was hij kwetsbaar? Peeters komt bijvoorbeeld tot de conclusie dat Derrida de neiging had om dagelijkse problemen zwaar te dramatiseren.

Door zijn Joodse afkomst voelde hij zich gediscrimineerd. Door het Jodenstatuut van Vichy was hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in Algerije al als jongen getroffen: gedurende zes maanden werd hij van school gestuurd. Derrida leed eronder dat hij niet in het Collège de France werd opgenomen en dat hij de Nobelprijs voor literatuur niet kreeg. Toen dat gerucht de ronde deed, ging de onderscheiding in 2004 naar de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek.

Interessant is dat Peeters tegelijk met de biografie ook een soort Derrida-dagboek bijhield dat eveneens bij Flammarion verscheen: 'Trois ans avec Derrida'. Daarin vertelt Peeters hoe hij na het afsluiten van de biografie gaat eten in een klein Parijs' restaurant in zijn buurt. De kokkin, die hem redelijk goed kent, vraagt hem wat hij zoal aan het doen is dezer dagen. Peeters antwoordt dat hij een boek over een filosoof geschreven heeft die Derrida heet. Waarop de kokkin antwoordt dat Derrida vaak in haar zaak kwam eten en soms vanuit Amerika telefonisch een tafel bestelde. De deconstructivist was ook een lekkerbek. Verder vertelt de kokkin dat Derrida haar al zijn boeken geschonken heeft, maar dat ze die niet altijd verstond. Maar dat verhaal staat dus niet in de biografie.

Piet de Moor

Onze partners