De waarheid over het standbeeld van Boons Jan de Lichte

26/03/12 om 11:41 - Bijgewerkt om 11:41

Hoe Roel D'Haeses standbeeld van Jan de Lichte terecht kwam in Antwerpen en hoe het Boongenootschap met Marc Galle voorop geen vinger uitstaken maar Hugo Claus - en Guido Lauwaert - des te meer.

De waarheid over het standbeeld van Boons Jan de Lichte

Op 22 april mag Jef Vermassen in het kader van Boon2012! opnieuw pleiten voor Boons Jan de Lichte op de Aalsterse Grote Markt. Maar toen beeldhouwer Roel D'Haese dertig jaar geleden zijn hommage kwijt wou aan Boons roverhoofdman, liep dat alleszins van een leien dakje en wou Aalst niet weten van Boon en zijn held. Guido Lauwaert maakte het mee van op de eerste rij.

Half mei 1981 zit ik in de Poëziewinkel, voorloper van het Poëziecentrum, dichtbundels te bekijken als de goeie, oude, inktzwarte telefoon van bakeliet rammelt. Mijn toenmalige vriendin, naar de letter van de wet de uitbaatster van de zaak, tracht poëzieposters te verkopen aan passanten, en ik ben dus verplicht de hoorn van de haak te nemen.

'Met Hugo Claus. We zitten met een probleem, en jij kan dat oplossen. Wanneer zou je kunnen langskomen?'
'We... dat ben jij en...?'
'O, Roel D'Haese. De beeldhouwer.'
'Ik ben er over een kwartier.'
'Ik had niet anders verwacht.'

Claus grijpt in
Van de Verloren Kost naar de Pussemierstraat is het goed vijf minuten lopen, maar op de koffie bij de beste dichter en de grootste beeldhouwer van het land, verschijn je in de gepaste outfit. Dus ruil ik mijn burgerkloffie voor een bedelaarsplunje en vet mijn haar met ranzige boter. Vijftien minuten later bel ik aan. Hugo opent de deur en ging mij voor naar de woonkamer. Roel D'Haese, gekleed in een houthakkershemd en een panen broek, zit in een fauteuil en zijn priemende blik boort zich in mijn blik. Dat zal de hele duur van mijn verblijf niet veranderen. Ik wil hem een hand geven maar Hugo grijpt net op tijd in. 'Dat zal hij straks wel doen. In geval je slaagt in je examen.'

Afijn, dan maar geen hand. Die dag is er wel een speciale band ontstaan. Tot zijn directe vriendenkring heb ik nooit behoord, die was overigens zeer klein. Niet alleen omdat Roel wel maatschappelijk geëngageerd was, maar verre van sociaal aangelegd, maar ook omdat mensen bang van hem waren. Hij kon ze zwaar vernederen door tegenspraak, zelfs al waren hun argumenten terecht en ijzersterk. Hij stond voor zijn zaak en verdedigde die te paard, te zwaard en te vuur. Niet de directe vriendenkring dus, maar de omliggende, wat maar weinig mensen konden zeggen. Bij het afscheid een uur later volgt wel een handdruk, waar hij meteen commentaar op had. 'Een stevige. Goed. Aan slappe handjes herkent men valsaards en politiekers', zoals politici indertijd genoemd werden, en veel Vlaamse coryfeeën dat overigens nog steeds doen.

Eigen imago
Eenmaal voorzien van spijs en drank, steekt Claus van wal. 'Zoals je waarschijnlijk weet, is Roel bezig met het maken van een beeld als hommage aan Louis Paul Boon. Het wordt echter geen beeld van Louis, dat druist in tegen Roels principes. Een beeld van Boon is hem teveel een godenverering. Wat Roel voor ogen heeft is een beeld van het hoofdpersonage van de roman die Roel de beste vindt van Louis.'
'En dat is niet 'De Kapellekensbaan'!'
'Nee. Volgens Roel is de beste roman van Boon 'De bende van Jan de Lichte'. Dus heeft hij een beeld gemaakt van Jan. Alle stukken zijn gegoten. Momenteel is hij aan het monteren en het afwerken, en dan volgt de inhuldiging. Hoe en wat, daar zal je nog over horen, maar wat dringender is, is een andere kwestie. Louis is twee jaar geleden overleden. Het Boongenootschap is daarover aangesproken maar algauw bleek dat het niet van plan was ook maar iets te ondernemen. Door de koppigheid van Roel heeft het bestuur na heel wat gesoebat echter besloten toch een herdenking op te zetten. Helaas, niemand van die bestuursleden heeft verstand van organiseren, en nog minder van publiek ronselen. Ze zijn alleen geïnteresseerd in hun eigen imago, Marc Galle op kop. Zodat de kans bestaat dat op de feestavond vijf man en een paardenkop aanwezig zal zijn. Vooral omdat de herdenking doorgaat in de feestzaal van het Aalsters stadhuis.'
'En hoeveel sardines geraken in dat blik?'
'Ha! Sardines!' Roel schreeuwt het uit zoals hij niest.
'Tweehonderd man. De katholieke en liberale notabelen van Aalst wrijven zich nu al in de handen, want een zo goed als lege zaal zal hun standpunt bevestigen.'
'Roel recht zich in zijn luie stoel. 'Dat Boon geen boon waard is!'
Ik zie de bui hangen, en een eerlijk gezegd, zolang ik mijn eigen liedje mag zingen ben ik van geen bui bang.
'Als ik het goed begrijp, Hugo, en Roel, zouden jullie graag willen dat ik me achter de zaak zet en publiek ronsel.'
'Precies. Met jouw ervaring en connecties.'
'Wanneer gaat die avond door?'
'Op 5 juni.'
'Over tien dagen!'
'Dat moet voor jou toch geen probleem zijn?'
Ik aarzel, maar niet omdat het kort dag was. 'Nee, een probleem is het niet, zolang ik niet te maken krijg met dat Boongenootschap.'
Inbraak van Roel: 'Ge moet niet bang zijn. Ik zal ervoor zorgen dat ze zich niet moeien! Begrepen?'

Weg met Dirk Martens 'Er is een bijkomende zaak,' zegt Hugo, 'die je moet weten. Roel zou graag hebben dat het beeld op de Grote Markt komt te staan.'
Roel: 'In plaats van de zwarte man! Die hoort daar niet thuis, want dat hij de eerste drukker van Vlaanderen is geweest, is niet waar!'
De zwarte man is Dirk Martens en zo genoemd omdat hij zwart ziet. De industriële vervuiling van Aalst is ook niet aan de drukker voorbij gegaan.
'Het was een katholiek die de kaart van Leuven trok! En omdat de geuzen zijn kot in brand gestoken hebben, wat nooit bewezen is, heeft hij een standbeeld gekregen!'
'Roel wil dat Dirk Martens vervangen wordt door Jan de Lichte, wat, mijns inziens, niet zal lukken. Daarvoor is de tegenstand te groot.'
'En waarom zou dat niet lukken? Jan de Lichte was een idealist met een volksleger. En hij is gevierendeeld op de Grote Markt. Hij MOET op de Grote Markt staan! Als eerherstel!'
'Hoe dan ook, een volle zaal zou de zaak van Boon, van Jan de Lichte en van Roel geen kwaad doen. En een vernedering door de rechterzijde van Aalst moeten we te allen prijze zien te vermijden, want daar azen ze op.'
Roel: 'Dat Boongenootschap is een stel lafaards! Ze hebben achter mijn rug samengespannen met het stadsbestuur. Het beeld wordt aangekocht door het Middelheimmuseum. Is dat een plaats voor Jan de Lichte? Een beeldenkerkhof!'
'Bon, ik weet genoeg, voor 't ogenblik,' zeg ik. 'Ik ga meteen aan de slag. Ik veronderstel dat journalisten jullie mogen bellen?'
''t Is te zien wie,' zegt Roel. 'Geen probleem,' zegt Hugo.

Johan, Freddy et les autres
Nog dezelfde dag ga ik aan de slag. De eerste die ik bel is Johan Anthierens. Hij werkte indertijd voor De Morgen en belooft een paginagroot artikel. Wat gebeurde. Ook de radio doet zijn duit in het zakje, met op kop BRT 3, voorloper van Klara. Voordeel was dat Freddy de Vree, indertijd zowat de secretaris van Claus, producer was van BRT 3. Hij zorgt ervoor dat diverse programma's de hommage promoten. Ook BRT 1 doet zijn best, waarop heel wat vrije radio's op de kar springen. En Knack belooft een artikel, zij het bescheiden want het volgende nummer is zo goed als rond. Maar indertijd bestonden wonderen nog, wat sinds de doorbraak van internet helaas niet meer het geval is.

De andere kranten kunnen niet anders dan meerijden. Ze voelen zich zedelijk verplicht na mijn opmerking dat geen aandacht zoveel zou betekenen als boycot, en dat ik de bewuste avond aan het aanwezige publiek zal zeggen wie zijn medewerking geweigerd heeft. Voor de goede zaak zijn dreigementen toegestaan. Waar ik in radio-interviews bovendien op hamer is dat reserveren niet noodzakelijk is. De bewuste avond moet elke Boonliefhebber naar Aalst afzakken. 'Als er plaats is voor mij, is er plaats voor u!' Het is de slagzin van de campagne geworden. Gevolgd door: 'De hommage moet een betoging worden. Vóór Louis Paul Boon, vóór Roel D'Haese, vóór Hugo Claus, en vóór Jan de Lichte, de eerste socialist van het land. Nog voor het woord uitgevonden was.' Enfin, alle getrommel was goed, zelfs al sloeg ik fout.

Liever aan de mussen De bewuste avond, zaterdag 5 juni 1981, zitten Roel en zijn vrouw Chris Yperman, Hugo met welke vrouw weet ik niet meer, Marc Galle en zijn vrouw, Robert De Smet, François Beukelaers en Johan Anthierens, de campagneleider en zijn vriendin in een brasserie op de Grote Markt waar we uitzicht hebben op het stadhuis. Iedereen zit er vrolijk bij, een biertje voor zich, maar niemand kan verbergen dat ze onder hoogspanning staan. Langzaam maar zeker zien we volk toestromen. De spanning ontspant zich enigszins. Als we een half uur later het stadhuis betreden, moeten we ons door de massa wringen. De feestzaal, op de belle étage, zit afgeladen vol. In de zijbeuken staan de mensen schouder aan schouder. De voorhal tot proppens toe opgevuld. Zelfs op de statietrap staan mensen. Er moeten extra stoelen aangesleurd worden om de sprekers te laten zitten.

Even later, voor naar schatting 4 à 500 man, praat François Beukelaers de sprekers aan elkaar. Johan Anthierens interviewt staande Roel D'Haese. Ze hebben het over hun passie voor Boon, over Jan de Lichte, over het beeld, over de geuzen. En die avond leest Hugo Claus voor de eerste maal zijn magistrale cyclus voor, 'Jan de Lichte'. Zijn stem is vast, warm en innemend. Teder en zelfverzekerd. De cyclus eindigt op een heel vrije variant van het Onze Vader.

Here Jezus, Gij die God zijt zo gezeid
bezie mij, geschonden, rot, kapot.
De beul op de markt van Aalst staat gereed
en 't is water en bloed dat ik zweet.
Wel, Jezus, maat, 't is nu mijnen tijd.
Luister daarom naar mijn enige gebod:

"In uw rijk van het hemels slijk
Kunt gij mijn versplinterde botten kussen.
Mijn ziel en mijn lijk
Lever ik liever aan de mussen."

Gigantisch ijdele Marc Galle Anderhalf uur later zitten we opnieuw in de brasserie. Allen in opperbeste stemming. Met pontificaal in het midden Marc Galle, als voorzitter van het Boongenootschap. Hij straalt. Alsof hij de grote leider is geweest van het gebeuren. Hij had kwaliteiten, maar zijn denken en daden werden verzwakt door een gigantische ijdelheid. Zo hield hij tot het eind van zijn leven vol dat door zijn inzet het Muziekbos van de Vlaamse Ardennen door de Vlaamse regering aangekocht is. In werkelijkheid was het Robert de Smet, toenmalig secretaris-generaal van Europalia, en wonende aan de rand van dat prachtige bos, die alle achtergrondwerk heeft verricht, en zelfs toen nog, toen alles in kannen en kruiken was, Marc Galle een paar maal een sjot in zijn kont heeft moeten geven eer hij in naam van de Vlaamse Gemeenschap de aankoopakte ondertekende. Want hij had het o zo druk. Ja, dat is waar. Met het parfumeren van zichzelf.

Ludo Bekkers en Roel D'Haese Enkele weken na de beruchte avond, een triomf van Roel, Hugo, Louis... en Jan, is het beeld vanuit het atelier van Roel in Veurne vertrokken voor een lange reis. Op bevel van de beeldhouwer is het beeld, staande in de open laadbak van een vrachtwagen naar Velzeke gevoerd, de geboorteplaats van Jan de Lichte, waar het een dag heeft gestaan. Daar is nog een plechtigheid geweest, waar Jan Decleir de cyclus van Claus heeft voorgedragen en ik, op uitdrukkelijk verzoek van Roel D'Haese, het doodvonnis van Jan de Lichte door de rechtbank van Aalst, heb voorgelezen. Vervolgens is het naar het Middelheimmuseum gevoerd, het beeldenkerkhof. Het is daar een paar maal verhuisd, tot het terecht kwam in de bosjes, enigszins aan het zicht onttrokken. 'Het is een publiek geheim dat het museum de monumentale sculptuur op een of andere manier kwijt wou,' schreef Ludo Bekkers op woensdag 9 september 2009 op de site van Knack. Kort voordien was een nieuwe plaats voor het beeld gevonden. Op de Antwerpse Bolivarplaats, pal voor de ingang van het nieuwe gerechtsgebouw. En ere wie ere toekomt. Door toedoen van Ivo Moyersoen, gewezen voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die mee het gebouw [met zijn frietzakken] onder zijn hoede had. Het beeld staat daar goed. Maar Roel zou, indien hij de laatste verhuis nog had kunnen meemaken, toch zijn hoofd hebben geschud, daar ben ik heilig van overtuigd, en met de handen gebald in de zakken, op zijn vertrouwde heerlijk chagrijnige toon hebben gemompeld: 'In Aalst, op de Grote Markt.'

Het is allerminst de bedoeling geweest bij het schrijven van dit verhaal, mezelf prominent in beeld te brengen. Ik heb gewoon even de puntjes op de i willen zetten. Vertrekkend vanuit de gedachte dat ik indertijd gewoon mijn morele plicht heb gedaan. Wat niet gezegd kan worden van het Boongenootschap.

De eerste geut van dit verhaal aan Ludo Bekkers voorleggende - twee zien meer dan één - reageerde hij als volgt: 'Toen ik de hele heisa rond het beeld van Roel vernam heb ik hem opgezocht en voorgesteld om het te doen aankopen door de vzw Middelheim Promotors. Kostprijs was redelijk en ik kon de vereniging met veel moeite ervan overtuigen het te kopen. Wat is gebeurd. Ik nodigde Roel uit om een geschikte plaats te zoeken en hij koos een prominente plek in net park. Bij de feestelijke inhuldiging was hij fier en blij en kon me dat niet genoeg zeggen. Aalst kon op zijn tandvlees bijten. Toen de latere conservator Menno Meewis, die van het beeld wou verlost zijn, een herschikking van de beeldentuin plande, verhuisde Jan de Lichte naar een vrijwel onzichtbare locatie. Toen Roel dat vernam is hij komen kijken en in woede ontstoken.' De toelichting van Ludo Bekkers bevestigt dat in de wordingsgeschiedenis van het beeld het Boongenootschap nauwelijks tot geen aandeel heeft gehad.

Veur giene chanteric peu
Het heeft zich tot op de dag van vandaag verloren in geaarzel en gestuntel, het wegmoffelen van de mensen die het veldwerk hebben verricht, en het heeft allerminst de spreuk waargemaakt die op de borst prijkt van het beeld, de spreuk van Jan de Lichte en de slotzin van de roman van Louis Paul Boon [die door de Nederlandse uitgeverij De Arbeiderspers werd ontaalst]:
'Veur giene chanteric peu' [voor geen gendarme/politiehond bang].

Guido Lauwaert

Onze partners