De Libische oorlog en de intellectueel als Franse ziekte

27/04/11 om 18:27 - Bijgewerkt om 18:27

De Parijse intellectuelen rollen ruziënd over elkaar. Aanleiding is het Franse aandeel in de Libische oorlog.

De Libische oorlog en de intellectueel als Franse ziekte

In zijn pas in het Nederlands verschenen autobiografie 'De Patagonische haas' wordt Bernard-Henri Lévy door Claude Lanzmann nog als een onmisbare vriend geprezen. Intussen lijkt die vriendschap voorgoed opgezegd. Aanleiding is het aandeel van BHL in de Libische oorlog. Nog maar een paar weken geleden ondertekende Claude Lanzmann samen met een rist andere Franse schrijvers een petitie van de Parijse filosoof Bernard-Henri Lévy waarin die laatste opriep om de Libische leider Kaddafi in een oorlog te verslaan. BHL vond met zijn standpunt gehoor bij president Sarkozy.

Van zijn handtekening heeft Lanzmann nu spijt. Lanzmann schrijft in een bijdrage voor Le Monde ('Libye, rhéteurs et décideurs', 17 april) dat hij Lévy's petitie, die enkele weken geleden in dezelfde krant verscheen, onder 'vriendschappelijke druk' heeft ondertekend.

Lanzmann is ontzet over de 'frivole lichtvaardigheid' waarmee Frankrijk (naast Groot-Brittannië) de oorlog in Libië is begonnen. Hij heeft het over de 'infantilisering van de politiek' en scheldt BHL uit voor 'praatjesmaker'. Lanzmann schrijft nu dat hij al altijd achterdochtig heeft gestaan tegenover 'de verplichting om zich in te mengen'.

Lanzmann blijkt met deze mening niet alleen te staan, want andere intellectuele zwaargewichten in Frankrijk (Tzvetan Todorov, Jacques Attali) delen zijn mening. Ook de schrijver en ex-voorzitter van de Franse 'Artsen zonder grenzen,' Rony Brauman, een van de geestelijke vaders van 'de plicht tot inmenging', distantieert zich van oorlogspropagandist BHL met het argument dat het Westen de Libische oorlog, zoals hij nu gevoerd wordt, niet kan winnen. Kaddafi is immers bereid om de burgerbevolking als schild te gebruiken. Zulke methodes kunnen door het Westen alleen met grondtroepen worden gepareerd, aldus Brauman. Ook de antitotalitaire denker Marc Weitzmann staat in Libération (22 april) aan de kant van Lanzmann. Weitzmann noemt de geëngageerde intellectueel à la BHL 'een Franse ziekte'. BHL zou het alleen maar te doen zijn om het meten van zijn intellectuele invloed in de Franse politiek.

Intussen dweept BHL met de grote vorderingen die de Libische rebellen tegen Kaddafi zouden maken en verwijt hij Lanzmann te deserteren. In hetzelfde koor zingt ook de rechterhand van BHL, Gilles Hertzog, directeur van het blad La règle du jeu. In Libération van 19 april meent Hertzog dat men Lanzmann nu wel bij de voorstanders van de 'appeasement'-politiek moet onderbrengen (dus bij de voorstanders van het soort niet-interventionisten die het in München, september 1938, met Hitler op een akkoordje probeerden te gooien net voor de Führer zijn Blitzkrieg begon). Volgens Hertzog heeft Lanzmann zijn verleden in de 'résistance' verraden door afstand te nemen van BHL's oorlogspleidooi. 'l'Adieu à Lanzmann' is de titel van Hertzogs stuk.

Intussen overweegt BHL om samen met president Sarkozy naar Benghasi te gaan. BHL is ervan overtuigd: samen met de westerse geallieerden kan het vrije Libië de tiran in het Libische zand doen bijten.

Piet de Moor

Onze partners