De Groote Oorlog van de wetenschappers

28/10/14 om 09:47 - Bijgewerkt om 13:23

Niet alleen talloze varianten van gifgas werden tijdens WO I uitgevonden, aldus Taylor Downing in 'Stille strijders' over de wetenschappelijk-technologische oorlog achter de schermen van de Groote.

De Groote Oorlog van de wetenschappers

Er stonden tijdens WO I anderhalf miljoen slachtoffers bloot aan gifgasaanvallen en vele soldaten werden er blind van. © Wikipedia

De Eerste Wereldoorlog staat bekend als de moordende loopgravenoorlog. Veel is daarover geschreven. Minder bekend is hoe wetenschappers, ingenieurs, artsen... een verborgen oorlog voerden. De Britse historicus Taylor Downing schreef daarover met 'Stille strijders' een boeiende en originele bijdrage.

Kapitein Philip Journet de la Ferté zou de geschiedenis kunnen ingaan als de eerste piloot die tijdens WOI een verkenningsvlucht moest uitvoeren. Twee weken na het uitbreken van de oorlog kreeg hij de opdracht vanuit zijn vliegtuig de troepenbewegingen rond Brussel te verkennen. Hij raakte de weg kwijt en landde in Doornik om daar te vragen waar hij was. Na een lekkere maaltijd steeg hij opnieuw op, was weer de richting kwijt en landde op een andere plek om brandstof te kopen. Laat in de namiddag kwam hij op zijn basis terug en bracht verslag uit. De luchtvaart stond nog nergens. De meeste hooggeplaatste militairen zagen ook het nut niet in van het Royal Flying Corps (RFC) en van rammelende vliegtuigen die zo weinig kracht hadden dat ze door de wind soms achteruit vlogen. Bij het begin van de oorlog had het Britse leger 272 toestellen. In november 1918 waren het er 22.000. Krachtiger en betrouwbaarder dan men zich vier jaar eerder ooit had kunnen inbeelden.

Mobilisatie wetenschappers

Die vooruitgang was voor een groot stuk te danken aan het werk van wetenschappers en technici. Slechts bij mondjesmaat werd hun kennis gebruikt door het leger. Maar al vrij vlug deed de oorlog een beroep op hen. Natuurkundigen, artsen, psychologen... waren ook bereid luchtmacht, leger en marine te helpen. En, zo zegt Taylor Downing, de oorlog werd uiteindelijk ook gewonnen door wetenschappelijke kennis en prestaties. 'Stille strijders' is ingedeeld in vijf hoofdstukken: vliegeniers, codekrakers, ingenieurs & scheikundigen, artsen & chirurgen, propagandisten. Op alle terreinen van de wetenschap werd door de oorlog vooruitgang geboekt. Maar Downing stelt duidelijk dat oorlog nooit als iets positiefs kan worden beschouwd.

11.000 operaties

Vooruitgang kwam er duidelijk op het gebied van de geneeskunde. Veel werd gedaan om infecties en bacteriën te bestrijden. Een belangrijke vordering was de verspreiding van de techniek van de bloedtransfusie. Tijdens WOI waren er ontzettend veel hoofdwonden met verdwenen neuzen, verwoeste wangen, vreselijke brandwonden. Een jonge arts uit Nieuw-Zeeland specialiseerde zich in gezichtschirurgie. Hij bedacht nieuwe technieken en trachtte ook het zelfvertrouwen van de gewonde te herstellen. Sir Harold Gillies verrichtte op drie jaar tijd meer dan 11.000 operaties en werd de vader van de plastische chirurgie. Na WOII zou hij tot zijn dood in 1960 pionierswerk doen in geslachtsveranderende chirurgie.

Chemische wapens

Onmenselijk was het gebruik van gifgas. Voor het eerst op 22 april 1915 in de buurt van Langemark. Een verkenningsvliegtuig van het RFC merkte een geelgroene wolk op die van de Duitse frontlinie naar de Franse loopgraven dreef. Zonder het te beseffen was de piloot getuige van de eerste gifgasaanval. De Duitse Generale Staf had volgens Downing eerst ethische problemen met het gebruik van chloorgas, maar kreeg de verzekering dat het niet in strijd was met de Haagse Conventie omdat het gas uit cilinders en niet uit projectielen kwam. Downing laat in het midden of de Fransen al niet in maart 1915 - dus al voor de Duitsers - een aanval met traangasgranaten hadden uitgevoerd. Aan alle zijden van de oorlog gebruikte men in totaal zesenveertig gassen, dertien rookgassen en negen verschillende soorten chemische brandbare stoffen. Volgens een ruwe schatting waren er anderhalf miljoen slachtoffers van gas. 93 procent overleefde. Van die overlevenden had tien procent permanente letsels.

Gentleman

'Stille strijders' is een boeiende, goed geschreven en ongewone kijk op de Groote Oorlog. De meeste belangstelling heeft Downing voor wat in Groot-Brittannië gebeurde, maar dat is geen verwijt. Zijn blik is nooit ongenuanceerd en hij tekent via details ook een mooi tijdsbeeld. Zo is het veelzeggend dat er in het begin van de oorlog nogal wat onenigheid was bij officieren om verkenningsvliegtuigen te gebruiken die foto's achter de vijandelijke linies namen. Niet fair, dat over het muurtje kijken. En via ontcijferde codes brieven van Duitse diplomaten lezen? Dat deed een 'Edwardian gentleman' toch niet?

Taylor Downing, 'Stille strijders', BBNC uitgevers, 422p., 24,95 euro

Fred Braeckman

Onze partners