Benno Barnard
Benno Barnard
Lees hier de columns van de Nederlandse dichter en essayist Benno Barnard.
Opinie

09/11/11 om 09:39 - Bijgewerkt om 09:39

Dagboek van een anglicaan

Benno Barnard komt even terug op krachten in de kathedraal van Canterbury.

Dagboek van een anglicaan

Zondag We logeren op een oeroude boerderij in Kent. We verdwalen in het binnenste als in een kinderboek. Talloze kamertjes, die bij onze nadering zacht krakend van plaats verwisselen. Een zeventiende-eeuwse kubus van Rubik. De tijd houdt het huis bij elkaar. We doen de verkeerde deur open: bij de open haard zit een zilveren overgrootmoeder te mijmeren over hekserij in haar jeugd, toen Karel II nog op de troon zat. Om ons heen het gestolde golven van gepleisterde muren en het verstarde graaien van geteerde balken. Het avondeten wordt opgediend door een zwijgende knecht. Over Hoad's Farm welft zich de Melkweg, terwijl uilen in de fluwelen duisternis zeuren over de bediening. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen het platteland van Engeland niet kennen, tegengehouden als ze worden door de zee en geruchten over het klimaat en de keuken. Zoiets zeg ik tussen twee kussen door tegen de Amerikaanse vrouw in mijn armen, die 'Oh, shut up' terugzegt.

Maandag De herfstbladeren zijn nog krokant van de nachtvorst als we naar Canterbury rijden. In het beste antiquariaat van de stad zit de boekhandelaar nors te wezen. Een studente met een lolly in haar mond buigt zich over een boek - hij stuurt de Lolita zijn winkel uit met de woorden: 'Als je op dat boek spuugt, zit er een vlek op.' Hij is eerder peevish dan stuffy, gespeelde norsheid versus bekrompen gekanker. Maar de knorrige antiquaar, voor wie boeken parelen en klanten zwijnen zijn, speelt hij met zoveel overtuiging dat hij ook zichzelf overtuigd heeft. Zo leeft men zich in zichzelf in. Hij heeft een paar volzinnen nodig om tot zijn ware aard te ontdooien en met een grote liefde te spreken over Cynthia Harnett, van wie ik een eerste druk van haar roman over William Caxton voor hem heb neergelegd. Zonder dat boek moet ik de rest van mijn leven in ongeneeslijke droefheid doorbrengen. Ik betaal - betalen is een bijzaak voor hem en mij. In de schemering vind ik Joy en de kinderen terug. In de pub showen ze hun aankopen, een rode pullover, een strak truitje.

Maandag, halfzes Nu zitten we in het koor van de kathedraal. De Evensong, zoals uitgevoerd in dit moederschip van de anglicaanse traditie, overtreft alles wat ik aan koormuziek ken. Binnen is het All Hallows Eve, terwijl buiten jeugdige Kelten de demonen van de onderwereld bezweren. Uit het jongenskoor stijgt de chant van de vier laatste psalmen op, wikkelt zich langs de zuilen omhoog, verijlt ergens boven de spitsboogramen. Het is weliswaar subliem, maar deze zang onttrekt zich aan de categorieën van de esthetica. Het gaat over tweeduizend jaar. Het gaat over mijn vader, met wie ik in deze zelfde bank zat, nog maar een paar jaar geleden, toen hij nog niet in een kist lag, toen hij nog niet in een rolstoel zat, toen hij nog ontroerd kon raken. Als iemand nu een scheet liet, zou de klank van die scheet geïntegreerd worden in de muziek, gesublimeerd worden tot een metascheet. Maar wat bazel ik. De tranen stromen over mijn wangen.

Dinsdag Het global positioning system legde gisteravond een lange, labyrintische kronkelweg door de heuvels aan, die helemaal van de kathedraal naar Hoad's Farm leidde. Een nagelrandje maan. Geen lichtvervuiling in dit Kent. In het veilige hol van onze auto reden we tussen manshoge heggen door. Toen vingen de koplampen een grote goudbruine vos, die volstrekt geen haast had. Joy remde. Hij bekeek ons. Om zijn snuit speelde een hautain lachje, want hij wist dat er niet meer op hem gejaagd mocht worden. Daarop schoot hij de berm in, ons groetend met zijn staart, en verdween onder een heg. Dieren - vossen, uilen, alle inheemse dieren die een mythische status hebben bereikt in de loop van eeuwen volksverbeelding - kan ik mij uitsluitend antropomorf voorstellen: het Engelse platteland is één groot 'Wind in the Willows' in mijn ogen.

Woensdag Weer thuis. Christopher en ik kijken naar voetbal. In de rust moet hij pissen. Hij opent de achterdeur. Pist. Komt weer binnen en houdt zijn gesloten hand onder mijn neus. 'Ga je handen wassen, viespeuk,' zeg ik. Hij vouwt de hand open. In de palm ervan zit een beduusde Alpensalamander. Hij is een centimeter of zeven, op mijn meetlat met de namen van alle Engelse monarchen reikt hij van William I (1066) tot Richard III (1483), hij is dus vier eeuwtjes lang. 'Hij zat bij de achterdeur. Denk je dat ie naar binnen wou?' Natuurlijk, zoon. Hij zocht de keuken, voortgestuwd door zijn interne GPS: in de koelkast houdt Christophers landschildpad zijn winterslaap, zodat het sinds eind oktober verboden is te roepen dat de yoghurt op is. 'Zet hem maar bij de bron. Daar woont ie. Hij was even verdwaald.' Een glimlachje op zijn gezicht, hij lijkt onweerstaanbaar op zijn moeder: 'Hoe zal ik hem noemen?'

Donderdag Waarom ervaar ik het Vlaanderen van ex-katholieken als een ruimte zonder daglicht en met klamme muren? Telkens wanneer ik een uiting van hun pensée unique lees, is het alsof ik in die ruimte word opgesloten. De denker Etienne Vermeersch - een man met veel hersens en nul mythe, een bijzonder sympathieke man, veel aardiger dan ik - zegt in een interview met Jan De Zutter (op de website Liberales): 'Wat je niet mag doen, zijn onomkeerbare zaken zoals het doopsel of de besnijdenis opdringen onder de leeftijd van 18 jaar.' Zoiets kan alleen maar in het brein van een denker opkomen. Een stukje piemel afsnijden valt toch niet te vergelijken met het natmaken van een voorhoofdje? In fysieke zin wordt dat laatste al door de priester omgekeerd, die de baby afdroogt met een doekje. En in rituele zin: het leven van miljoenen voormalige baby's is één grote omkering van hun doop. En degenen die de tortuur van de herinnering niet langer meer verdragen, kunnen zich zelfs officieel laten 'ontdopen', zodat de kerk van Rome hun naam niet meer mag meetellen. Dat anti-ritueel is zowat het kinderachtigste wat een volwassen mens kan doen. Zo blijf je een baby.

Onze partners