Chinese schrijfster Xiaolu Guo verdedigt Nobelprijswinnaar Mo Yan

04/12/12 om 10:24 - Bijgewerkt om 10:24

De Chinese schrijfster Xiaolo Guo dient de criticasters van Nobelprijswinaar Mo Yan van antwoord.

Chinese schrijfster Xiaolu Guo verdedigt Nobelprijswinnaar Mo Yan

Al weken wordt in de Duitse pers gedebatteerd over de vraag of de Chinese schrijver Mo Yan de Nobelprijs Literatuur heeft verdiend. Dat die discussie in Duitsland heviger verloopt dan in andere landen komt door het kaliber van twee deelnemers. In de eerste plaats is dat de Duits-Roemeense schrijfster Herta Müller, 59 jaar, die in 2009 zelf met de Nobelprijs gelauwerd werd. In de tweede plaats is dat Liao Yiwu, een Chinese dissidente schrijver die er vorig jaar in slaagde zijn land te ontvluchten en die sindsdien in Berlijnse ballingschap woont.

Herta Müller heeft in een gesprek met de Zweedse krant 'Dagens Nyheter' onlangs verklaard dat Mo Yan in China de censuur geprezen heeft. Die verklaring werd door Peter Englund, de secretaris van de Zweedse academie, gecounterd met de opmerking dat Mo Yan juist het slachtoffer was van de Chinese censuur.

De Chinese schrijver Liao Yiwu gaat vanuit zijn Berlijnse ballingschap even zeer tegen Mo Yan te keer als Herta Müller, wier protegé hij is. Dat hij dit jaar met de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel werd onderscheiden, is zowel aan zijn eigen verdiensten als aan haar tussenkomst te danken.

De verwarring is groot. Daarom is het goed dat de Chinese schrijfster Xiaolu Guo (°1973) zich soeverein in de discussie heeft gemengd. Guo emigreerde in 2002 van China naar Londen, schreef er enkele romans (o.a. 'Dorp van steen', 2008, Mouria) en draaide de films 'She, a Chinese' (2009) en 'Ufo in her Eyes' (2011). In een opiniestuk zegt Xiaolu Guo nu dat ze grote achting heeft voor Liao Yiwu, maar dat ze zijn kritiek aan het adres van Mo Yan niet deelt.

Dan zet Xiaolu Guo de puntjes op de i: 'Een groot staatskunstenaar kan precies zo buitengewoon zijn als een dissidente kunstenaar.' In dat verband noemt ze de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj, wiens kunst men niet moet minimaliseren omdat hij in Stalins USSR een staatskunstenaar was die in moeilijke omstandigheden werkte. De parallel met Mo Yan doortrekkend zegt Guo: 'Het klopt gewoon niet dat een kunstenaar in een totalitaire maatschappij alleen maar de keuze heeft tussen artistieke of persoonlijke zelfmoord en politiek martelaarschap.'

Xiaolu Guo zegt zonder reserve dat Mo Yan zijn Nobelprijs verdiend heeft: 'Zijn hele oeuvre is een literaire universiteit die iedereen kan bezoeken.' Ze stemt in met de woorden van laureaat Mo Yan zelf, die op een persconferentie de reporters in Shandong vertelde dat diegenen die hem bekritiseren zijn boeken niet gelezen hebben. 'Anders zouden ze wel begrijpen dat ik met mijn werk grote risico's heb genomen,' verklaarde Mo Yan vlak nadat hij het nieuws van zijn onderscheiding had vernomen.

Xiaolu Guo pleit ervoor om de kunst niet voortdurend alleen maar aan de maker ervan te meten, of alleen maar aan zijn dissidente gehalte. 'Wat is voor ons belangrijker, de persoon van de kunstenaar of de kunst die hij maakt? Als kunst méér omvat dan het puur menselijke, dan kan de kunstenaar als louter "zoon politkon" (de mens als politiek wezen, nvdr.) achter zijn kunst verdwijnen.'

Het standpunt van Xiaolu Guo is een opdoffer voor Herta Müller, die in literaire en politieke kringen steeds minder serieus wordt genomen. Almaar minder begrijpt men waarom Müller, die 34 jaar was toen ze de Roemeense dictatuur in 1987 kon verlaten, niet wat meer begrip opbrengt voor schrijvers die ervoor kiezen om ondanks de dictatoriale omstandigheden in hun geboorteland te blijven en daar te presteren.

Het weekblad 'Der Spiegel' confronteerde Müller enkele weken geleden met de vraag waarom ze keihard is voor iedereen die in de Roemeense dictatuur naar een modus vivendi met het regime zocht, maar dat ze een uitzondering maakte voor haar vriend Oskar Pastior, de naar Berlijn uitgeweken Roemeense dichter van wie na zijn dood (2006) uitlekte dat hij een informant van de Roemeense inlichtingendienst Securitate was geweest. Daar kwam geen duidelijk antwoord op.

Onbegrijpelijk is Müllers opmerking dat ze Mo Yans pleidooi voor de vrijlating van de dissidente schrijver Liu Xiaobo, die in 2010 de Nobelprijswinnaar voor de Vrede kreeg, geloofd zou hebben als hij daarmee twee weken vóór zijn onderscheiding met de Nobelprijs had uitgepakt. Hoe immers had Mo Yan veertien dagen vóór 11 oktober kunnen weten dat hij de prijs zou krijgen?

Verder verklaarde Herta Müller eind november dat ze op het punt stond in tranen uit te barsten toen ze op 11 oktober vernam dat Mo Yan met de Nobelprijs gelauwerd zou worden. Waarom heeft ze, aldus haar critici, dan zelf meer dan een maand gewacht om de wereld van die mogelijke tranen op de hoogte te brengen?

Het spreekt vanzelf dat de secretaris van de Zweedse academie met de kwestie verveeld zit. In een mededeling verklaarde Peter Englund dat de Academie door de Japanse Nobelprijswinnaar (1994) Kenzaburo Oe op het oeuvre van Mo Yan opmerkzaam was gemaakt, en dat die zeker niet verontwaardigd was over de keuze van de Academie.

Op de beschuldiging van Herta Müller dat Mo Yan een hoge Chinese functionaris is met de rang van minister, repliceerde Englund: 'Mo Yan is een auteur die ervoor gekozen heeft in China te werken. Natuurlijk is zijn bewegingsvrijheid daardoor beperkt.'

De beschuldigingen aan het adres van Mo Yan doen denken aan de goedkope aanvallen die de Albanese schrijver Ismail Kadare, ook een kandidaat voor de Nobelprijs, nog altijd te verduren krijgt wegens zijn rol van volksvertegenwoordiger tijdens het regime van dictator Enver Hoxha.

Piet de Moor

Onze partners