Boris Pahor - Necropolis

06/06/11 om 10:24 - Bijgewerkt om 10:24

De vertaling van Boris Pahors Necropolis, een Sloveens meesterwerk uit 1966, maakt een van de grote literaire kampromans toegankelijk.

Boris Pahor - Necropolis

Vertaald door Pieter van der Drift

Uitgeverij: Anthos

Aantal pagina's: 223

Prijs: 19,95 euro

ISBN: 978-90-414-1561-5

Boris Pahor - Necropolis

Een man die we zonder meer met de Sloveense schrijver Boris Pahor (°1913) mogen identificeren, doolt rond in het voormalige concentratiekamp van Natzweiler-Struthof, dat op een heuveltop in de Vogezen ligt. Als ex-gevangene houdt hij zich afzijdig van de toeristen die in het voetspoor van een op goedkoop succes beluste gids het kamp bezoeken.

De eenzaat probeert zich niet te ergeren aan het gedrag van de vakantiegangers, die ook na hun aftocht nauwelijks benul zullen hebben van wat de crematoriumwereld betekent: 'Ik mag niet vergeten dat het kwaad voor deze mensen niet zoals voor mij tot het dagelijks leven is gaan behoren.' In die exclusieve zin schuilt de hele tragiek van Pahors indrukwekkende roman Necropolis (1966).

De verteller brengt zijn nachten door op een camping aan de voet van het concentratiekamp. Daar dringt het tot hem door dat ook zijn nomadenbestaan een erfenis van het kampleven is. Maar dat de gids details kent waarmee zelfs hij tijdens zijn gevangenschap niet vertrouwd was, maakt zijn verbittering er niet kleiner op.

Op een bepaald moment pakt een meisje een van de staalkabels vast die de lange crematoriumschoorsteen op zijn plaats houden en begint er vrolijk omheen te draaien. De ex-gevangene is nu echt bang dat 'een van de getuigen van onze ondergang' beschadigd zou worden, 'terwijl ik eigenlijk had moeten hopen dat die kinderhandjes het gebouw van het kwaad tot op de grond toe zou afbreken'. In al zijn ambiguïteit een beklijvend beeld.

Maar er is ook een voorgeschiedenis verbonden aan het kampleven van de verteller. Als kind zag hij op het einde van de Eerste Wereldoorlog, toen het Oostenrijkse Triëst aan Italië toeviel, hoe de angst zich meester maakte van de Slovenen. De boeken uit de Sloveense bibliotheken werden voor het Verdi-monument opgestapeld en tot vermaak van de omstanders in brand gestoken. 'Daarna werd de angst dagelijkse kost.'

Het vuur dat werd gestookt 'toen onze innerlijke wereld zich in nevelen hulde door de branden van de fascisten' is sindsdien nooit meer uitgedoofd. Het bleef branden in de schoorstenen van het crematorium in Natzweiler-Struthof, en het vuur van die 'klaproos' ging ook na de zogenaamde bevrijding niet meer uit.

Wat bij de verteller een obsessief verlangen oproept naar een weldoende rust waarin alle mensen zouden moeten kunnen delen als ze willen verhinderen dat de aarde 'met dat neurotische gedrag van ons' tot as vergloeit: 'Dat is de grote onbekende. De mens is namelijk nieuwsgierig en gek genoeg om één groot vuurwerk te ontketenen op de planeet.'

Pahors roman staat helemaal in de traditie van de grote kampliteratuur die met de namen van Levi, Améry, Kertész, Herling en Antelme verbonden is. De schrijver beseft dat hij alleen krachtens literaire fictie en met behulp van sterke metaforen een zwakke indruk van een absurde realiteit kan oproepen. Zelfs al is hij als overlevende afgesneden van die dode werkelijkheid, toch zal hij tot het einde van zijn dagen in de sfeer ervan bevangen blijven. Zo wordt het leven van de verteller een tot op de spits gedreven paradox, waarin afstomping en luciditeit met elkaar in competitie gaan.

Maar je leest Necropolis ook zo gefascineerd omdat de ex-gevangene vanuit zijn extreme situatie vragen opwerpt die niemand anders zo kan of durft te stellen, en verklaringen geeft die zonder zijn kampervaring een stuk legitimiteit zouden missen.

De krankzinnigheid van de Duitsers onder Hitler verklaart de verteller uit de angst van de massa voor de elite die zich uitdrukt in een aanbidding van macht, orde en tucht. 'En net op dezelfde manier is de behoefte aan uiterlijke tucht en orde, die bij de Duitsers diepgeworteld zit, terug te voeren op het verlangen de innerlijke verdorvenheid te compenseren.'

Pahor trekt vanuit zijn outcastperspectief conclusies die even waar als uniek zijn: 'Achteraf begrijp ik dat je meer voor je naasten kunt betekenen wanneer je mensen dwingt rekening met je te houden.'

Piet de Moor

Boris Pahor

Geboren in 1913 in Triëst.

Was vlak na de Eerste Wereldoorlog getuige van het Italiaanse fascistische geweld tegen de Sloveense gemeenschap in Triëst.

Sloot zich na de instorting van het Italiaanse fascisme aan bij het Sloveense Bevrijdingsfront en werd in 1944 opgepakt en opgesloten in het concentratiekamp Natzweiler-Struthof, daarna in Dachau en Dora.

Geldt als een van de belangrijkste Sloveense auteurs en werd meerdere malen voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Literatuur.

Lees meer over:

Onze partners