Boekenmusea (1): het Hofwijck van Constantijn Huygens

18/07/13 om 11:32 - Bijgewerkt om 11:32

De buitenplaats van een van de grootste Nederlandstalige renaissancistische dichters schenkt veel aandacht aan zijn werk. Kon je ook zijn gedicht over Hofwijck maar horen.

Boekenmusea (1): het Hofwijck van Constantijn Huygens

Verleden jaar nam Maarten Dessing ons mee naar enkele Vlaamse en Nederlandse boekenmusea. Deze zomer trekt hij verder op zijn literaire ontdekkingsdocht. Eerste stopplaats: het vroegere optrekje van de familie Huygens - dichters- en wetenschappersfamilie uit de Gouden Eeuw - in Voorburg.
Wie deze zomer parafernalia wil zien van dichter en staatsman Constantijn Huygens (1596-1687) en zijn zoon, de natuurkundige Christiaan Huygens (1629-1695), kan overal in Den Haag en omstreken terecht. Ter gelegenheid van het Huygensjaar 2013 zijn er een grote tentoonstelling in de Grote Kerk van Den Haag en tal van kleinere exposities in het Haags Historisch Museum, de Koninklijk Bibliotheek, de Universiteitsbibliotheek Leiden, Museum Boerhaave enzovoorts.

Hondje Geckie

Alleen het pas gerestaureerde Museum Hofwijck in Voorburg is permanent te bezichtigen. Eigenlijk is dat ook genoeg: de buitenplaats van de familie Huygens, door de dichter zelf ontworpen, voorziet in alle behoeften. Buiten geven het huis en de in 2004 gereconstrueerde tuin (met grafsteen van hondje Geckie) een goede indruk van hoe het er in de Gouden Eeuw bijlag. Binnen is, veel meer dan in de meeste tot musea omgebouwde woonhuizen, aandacht voor het leven van de beroemde bewoners - aan de hand van originele objecten, waardevolle schilderijen en waar het de literaire toerist om te doen is: boeken en handschriften.

Het opvallend sobere gebouw biedt tegenwoordig allesbehalve de landelijke rust van weleer. Het grenst direct aan een spoorlijn en snelweg die overal te horen is. Je ziet de blauwe afslagboorden voor de auto's, net als de omliggende woningen en bedrijven. Maar binnen is perfect te voelen hoe de Huygensen het volgens harmonieuze principes gebouwde landhuis hebben gebruikt: de fraaie oude keuken in het souterrain, en vooral de feestzaal (nog steeds in gebruik voor concerten en trouwerijen) - hoewel huiskamer, gezien het formaat, een betere term is. Logees konden in dit huis dan ook niet terecht.

'Trijntje Cornelis': deels in het Antwerps

Op de eerste verdieping, die ooit drie bescheiden slaapkamers herbergde, en de zolder is een expositie ingericht. Aan de muren hangen verschillende portretten van de dichter, waaronder een mooi portret van Huygens' moeder door Michiel van Mierevelt, en eerste drukken van enkele van zijn belangrijkste werken: het toneelstuk 'Trijntje Cornelis' (1653), dat deels geschreven is in het Antwerps omdat de hoofdpersoon daarheen reist, of de verzamelbundel 'Koren-bloemen' (1658). Facsimile's geven een indruk van Huygens neiging tot perfectie ondanks zijn reputatie als dichter die de epigrammen uit zijn mouw schudde.

Zee-straat

Mooi is ook de aandacht die aan Huygens andere bezigheden is besteed. Die zijn niet gering. Als architect ontwierp hij een 'zee-straat' naar Scheveningen, zodat de vis sneller in Den Haag was. Als componist schreef hij enkele liedbundels - een druk op de knop van de cd-speler in de bibliotheek op de begane grond en je kunt de muziek hoorde. Als botanist kweekte hij zijn eigen gewassen - te zien op de rondgang door de tuin. En hij was een familieman: een van de laden in de expositie verbergt de levensgrote pop van zijn dochter Susanna.

Een (gratis) audiotour accepteren is wel noodzakelijk om de betekenis van Hofwijck te doorgronden. Bijna nergens hangen verklarende bordjes. Dat roept de vraag op waarom het museum Constantijn Huygens niet zélf als gids laat optreden in een speciale audiotour. In 'Hofwijck', een 2824 regels tellend gedicht gepubliceerd in 1653, beschreef hij tot in detail zijn domein. Aldus dicht hij in het begin over de locatie: 'In Holland (wat een land!), / Noord-Holland (wat een landje!), / in Delfland (wat een klei!), / in Voorburg (wat een zandje!), / aan t Koetspad (wat een weg!), / aan 't water (wat een Vliet!), aan alwat liefelijk of vrolijk riekt of ziet.'

Maarten Dessing

Het museum is iedere dag, behalve maandag en vrijdag, geopend van 12 tot 17 uur. Toegang kost 6 euro.

Onze partners