Brandlucht in september
vrijdag 16 september 2011 om 13u30
Sacha Blé, literair auteur zonder beurs, doet een concreet voorstel om het omstreden systeem van literaire subsidies eerlijker te maken én drastisch te herzien.

Brandlucht © Chris Van Houts
Sinds enige jaren broed ik op een momentum om op een constructieve manier, zonder te veel zelfbeklag, frustratie en bitsigheid, op een werkpunt te wijzen in de nobele missie van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL). Misschien is de verwachte, pissige reflectie van mijn uitgever op zijn webstek over 'Brandlucht', de nieuwe roman van Erik Vlaminck, zo een moment. Dat het ondertussen opnieuw september is geworden, in deze contreien synoniem met ondermeer een volgend werkjaar, de boekenherfst, de koudere regens en het dichterbij komen van de nieuwe deadline voor de aanvraag van een volgende werkbeurs bij het Fonds – maar dan niet voor mij –, is voor mij geen toeval.
Ik verklaar mij nader. Het VFL werd een dikke tien jaar geleden jubelend boven de doopvont gehouden om er vooral het schrijvende leven van de Vlaamse, zogenaamd ‘literaire’ auteur gemakkelijker op te maken. Immers, het werd voor een auteur van minstens twee boeken die bij een reguliere uitgeverij het daglicht zagen, mogelijk een subsidie - ook werkbeurs genoemd – aan te vragen bij het VFL en aldus meer financiële ademruimte en armslag te krijgen voor het bewaken van de ‘literaire’ kwaliteit van zijn boeken. Ook het Fonds zelf zou op die kwaliteit toezien door een commissie van experten per literair genre en met wisselende samenstelling elke subsidieaanvraag in eer en geweten te laten beoordelen, rekening houdende met het reeds gepubliceerde werk én de stoffering van het werkplan voor het geplande volgende boek.
Zoals verwacht kon worden, is het precies dit a priori subjectief geladen commissieverdict dat voor jaarlijks terugkerende literaire (website)stormen zorgt. Eén van die auteurs waarop met regelmaat met zwaar geschut gevuurd wordt, is Erik Vlaminck, omdat die in het Fonds een onuitwisbaar verleden bezit en er jaar na jaar een royale subsidie van ontvangt voor romans waarover in de pers tot voor kort de meningen sterk uiteenliepen. Voor mij is het zonneklaar dat dit laakbare gedoe niet eerder kan ophouden dan wanneer het VFL de persoonlijke toets door de experten zal laten vallen en zal willen inruilen voor een écht objectief criterium.
Het Fonds zou er bijvoorbeeld kunnen van uitgaan dat auteurs die meerdere, laat ons zeggen vier boeken in welk genre ook gepubliceerd hebben bij een geregistreerde uitgeverij, voldoende literaire kwaliteit serveren om geen aanvraag tot subsidie meer te moeten indienen. Die auteurs krijgen dan allen eenzelfde inkomen ter waarde van een ambtenarenwedde op basis van die bewezen diensten én in het vertrouwen dat zij zelf en hun uitgever meedogenloos kritisch blijven reflecteren op nieuw werk.
De auteurs die nog geen vier boeken op de markt hebben daarentegen, zouden wel nog een werkplan moeten indienen voor het bekomen van een werkbeurs voor een volgend geschrift, een plan of dossier dat dan louter formeel ‘gecontroleerd’ zou worden en dat de auteur recht geeft op een financiële injectie van het Fonds die spoort met het wettelijk vervangingsinkomen.
Een dergelijke regeling zou ook een eind maken aan de door het VFL zelf gecreëerde pikorde der Vlaamse schrijvers. Meteen zou volgens mij ook voor menig auteur de brandlucht verdampen die rond talrijke auteurswoningen opsteekt wanneer het opnieuw september wordt of wanneer dus de ‘literaire’ schrijver-zonder-beurs na zijn broodnodige dagtaak, stram en onder de stiekem treurende blik van zijn naasten, quasi ritueel naast zijn schrijftafel knielt.
Sacha Blé, ‘literair’ auteur-zonder-beurs
Reacties
T.a.v. de heer Carlo van Baelen Geachte, Veel dank voor uw ernstige reactie. Mijn basisantwoorden zijn in een notendop de volgende : 1) Onder 'reguliere' uitgeverij begrijp ik de invulling die het VFL hanteert in het werkbeurzenreglement. Ik interpreteer die definitie als voldoende objectief, omdat b.v. uitgaven in eigen beheer niet in aanmerking komen. Met 'formele' controle bedoel ik wat ik reeds lees in het werkbeurzenreglement, nl. het volledig zijn en het betrouwbaar zijn van het administratieve luik van het aanvraagdossier. 2) Als ik ter berekening van mijn voorstel dezelfde aannames maak als u doet - zonder er b.v. rekening mee te houden dat er nu reeds wellicht een groep auteurs zijn die één of andere (ontoereikende) uitkering geniet die de overheid faciliteert - komen we inderdaad bij pakweg 10 miljoen euro uit op jaarbasis. Dat valt mee voor een land als het onze, meen ik. Immers, jaarlijks wordt er door de Vlaamse overheid ci. hetzelfde bedrag uitgetrokken voor de ophaling en de verwerking van het dierlijk afval - lees : dode krengen - van de veeindustrie. De overheid doet dit sinds 2001, in de nasleep van de dioxinecrisis. Gezien de funeste impact op het milieu wereldwijd van de veesector, zou de overheid deze onverdoken subsidie b.v. kunnen voorbehouden aan de sector van op duurzame wijze geproduceerde boeken. T.a.v. de heer Erik Vlaminck Geachte, Ik heb de aanvallen op uw schrijverschap en persoon gevolgd en verfoeid. Ik meen dat dergelijk gedoe kan ophouden met een andersoortige visie op de criteria en de bedragen van de auteurssubsidies. Sacha Blé (ps. A. De Smul).
Geachte heer Vlaminck, U schrijft: "Het is bitter om bij herhaling te stuiten op loze verdachtmakingen door collega’s. Wat betreft het proza over mij en mijn boek op de webstek van de uitgever van Sacha Blé: de lezer die daar komt zal zelf het haat-, nijd- en baggergehalte kunnen inschatten. Mocht ik niet veel beter weten, zou ik nog gaan denken dat ‘Hollanders’ slechte mensen zijn." Welke verdachtmakingen? Welk haat-, nijd- en baggergehalte? Dat van die Hollanders, daar heeft u dan weer gelijk in, gesteld dat u dat zoudt vinden. met een groet, Chrétien
Brandhout in september Vooreerst: - Erik Vlaminck is geen lid van de Raad van bestuur van Vlaams Fonds voor de Letteren, noch van één van de adviescommissies, noch in één van de andere organen van het VFL - de beslissingen voor werkbeurzen worden genomen door het Beslissingscollege op advies van de Adviescommissies – de Raad van bestuur heeft in deze geen enkele bevoegdheid - de reglementen en criteria van de subsidieregelingen van het VFL zijn openbaar en transparant - de opdracht van het VFL is decretaal omschreven als ‘de Nederlandstalige letteren en de vertalingen in en uit het Nederlands van literair werk in de brede zin van het woord te ondersteunen en daardoor bij te dragen tot de verbetering van de sociaal-economische posituie van auteurs en vertalers’. Dit is iets anders dan ‘het schrijvende leven van de Vlaamse, zogenaamd ‘literaire’ auteur gemakkelijker op te maken’ (ik citeer Sacha Blé). Enkele eerste reflecties bij “Brandlucht in september” - waarom is een commissieverdict (alsof het een vonnis is) a priori subjectief geladen? En is een economisch gestuurd verdict van een uitgever (want dat speelt in een economische context) dan a priori objectief? - de gemiddelde jaarbeurs van het VFL bedroeg in 2010 netto 9.822 euro of een maandbedrag van 819 euro (d.i. 59 % van het vervangingsinkomen van een alleenstaande werkloze) - Erik Vlaminck heeft voor zijn opeenvolgende aanvragen voor een werkbeurs maximaal een jaarbeurs ontvangen van 12.000 euro (of 1.000 euro per maand, dit is 72 % van het vervangingsinkomen voor een werkloze alleenstaande). Hoezo royaal? - werkbeurzen worden niet automatisch toegekend – elke aanvraag wordt getoetst aan de kwaliteitscriteria van het VFL op basis van het gepubliceerde werk en het werkplan voor het volgende boek. Het is ‘geld voor tijd’, het is risicokapitaal waarbij de Vlaamse Gemeenschap investeert in creatief werk (zoals dagelijks geïnvesteerd wordt in economie, tewerkstelling, zorg, innovatie, onderwijs, gezondheid…). - even het voorstel van Sacha Blé in een aantal aspecten toetsen en doorrekenen: + wat is een ‘geregistreerde’ uitgever? Iedereen die zich uitgever noemt (de KB België kent in België ruim 25.000 uitgevers)? Iemand met voldoende kapitaal om zijn eigen werk uit te geven als ‘uitgever’? Iedereen die een minimale professionaliteit aan de dag legt – en wat is dan professioneel en wie gaat dat controleren (concullega’s?)? Tellen Nederlandse uitgevers ook mee (want daar worden heel wat Vlamingen uitgegeven)? Enkel nv’s, of ook bvba’s, en wat met vzw’s en eigen beheer? En digitale boeken? En POD-boeken? + ‘voldoende literaire kwaliteit serveren’: wie gaat dit beoordelen? De uitgever zelf? De auteur die zijn eigen werk als literaire kwaliteit classificeert? Een a priori subjectief geladen commissie of komt er een a priori objectief geladen commissie? En wie zit daar dan in? + hoeveel middelen zijn er nodig? een minimale projectie op basis van de subsidieaanvragen 2011 bij het VFL (maximaal 20 % van actieve literaire auteurs) 185 auteurs deden een subsidieaanvraag waarvan naar schatting 140 met meer dan 4 boeken 45 auteurs zouden dus een vervangingsinkomen ontvangen van 16.740 euro = 753.300 140 auteurs zouden dus een ambtenarenwedde ontvangen van 40.312 euro = 5.643.680 totaal = 6.396.980 euro (het huidige budget voor werkbeurzen van het VFL bedraagt 767.000 euro). Minimaal dus een verachtvoudiging van het budget. Het huidige systeem van werkbeurstoekenning voorziet een aftopping op een maximaal inkomen inclusief beurs van 38.2000 euro (= 95 % van het gemiddeld ambtenarenloon). Sacha Blé pleit er in feite voor om die af te schaffen. Extra minimaal 50 auteurs = extra 2.000.000 euro. De basisvoorwaarde van het VFL is 2 gepubliceerde titels. Sacha Blé pleit er voor om die af te schaffen. Extra minimaal 50 auteurs = extra 840.000 euro. (Totaal dus minimaal een budget van 9,3 miljoen euro of een vertwaalfvoudigingvan het huidige budget) + wat zijn de criteria voor een ‘formele’ controle? Aantal bladzijden? Zonder spellingfouten? Minimum en maximum leeftijd? Woonplaats? Al of niet Twitter-adapt? Lezerskaart van een openbare bibliotheek? Ondersteuning van auteurs – en kunstenaars in het algemeen – verdient een beter debat dan deze losse oprispingen die alle realiteitszin ontberen. Carlo Van Baelen, directeur Vlaams Fonds voor de Letteren
Sacha Blé heropent een interessante piste in het debat over schrijverssubsidies. Binnen de Vlaamse Auteursvereniging (VAV) lag hetzelfde denkspoor, toen aangebracht door ondergetekende, vijf jaar geleden ook op de gesprekstafel. Maar het stuit op wetten (het ‘commissiesysteem’ dat het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) hanteert, werd decretaal bepaald) en veel praktische bezwaren (bvb. wie gaat bepalen wat een ‘geregistreerde’ uitgeverij is? Enz.) Sacha Blé heeft het mis waar hij mij een ‘onuitwisbaar verleden’ bij het VFL toedicht. Ik heb er nooit een functie gehad. Integendeel, ik was mede-initiatiefnemer van een brede schrijversactie die zowat tien jaar geleden protesteerde tegen bepaalde elementen van de werking van het VFL. Later ben ik, vanuit de VAV, altijd een kritisch waarnemer en onderhandelaar gebleven. Ik ben bijna 20 jaar voltijds schrijver en heb het geluk gehad die hele periode van een werkbeurs te kunnen genieten. Die werkbeurs was altijd bescheiden. Pas voor mijn laatste twee boeken ontving ik een hogere beurs (waardoor mijn inkomen vergelijkbaar werd met dat van een leraar). Net omdat ik vind dat meer auteurs van de pen moeten kunnen leven, zet ik me vrijwillig in bij de VAV. Het is bitter om bij herhaling te stuiten op loze verdachtmakingen door collega’s. Wat betreft het proza over mij en mijn boek op de webstek van de uitgever van Sacha Blé: de lezer die daar komt zal zelf het haat-, nijd- en baggergehalte kunnen inschatten. Mocht ik niet veel beter weten, zou ik nog gaan denken dat ‘Hollanders’ slechte mensen zijn. Erik Vlaminck
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.
Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:






