Hun gehele godsdienst incluis
dinsdag 24 januari 2012 om 17u00
Benno Barnard weet heel zeker dat het Nederland van zijn kindertijd democratischer was dan de huidige Europese Unie.

Vandaag
Onlangs schilderde een bevriend intellectueel het Oostenrijkse volk als volgt af: ‘Aartsconservatief? Dat is een eufemisme. Het is daar nog altijd dezelfde ouwe bruine troep als in de nazitijd.’ Het ontwikkelde gezelschap knikte instemmend. Stil lag het politiek-correcte denken te glanzen op de schoorsteenmantel. Geen vlieg kuchte. Alle atomen dansten hun reidans in volmaakte harmonie. Het betrof immers Europeanen, racisten, slavenhandelaars, kolonialen, erger, christenen! De scherpe antropologische observatie voerde me terug naar de reisbrieven van Aletta Jacobs (1854-1929), de eerste Nederlandse vrouw die aan een universiteit afstudeerde. Algemeen wordt ze beschouwd als een der grondleggers van de hedendaagse democratie in mijn geboorteland. Arts. Feministe. Lid van de Nieuw-Malthusiaanse Bond – die mij haast vertederende naam betekent dat ze de geboortebeperking was toegedaan en het pessarium voorschreef, dat voordien enkel werd gebruikt tegen het verzakken van de baarmoeder. Onconventioneel getrouwd. Reislustig. Vanuit Brits-Indië schrijft ze over Hindoes: ‘Deze ruwe, zinnelijke, domme, fanatieke bedrieger-gezichten, die drie keer daags in een stilstaand water een bad nemen om zich van hunne zonden te zuiveren – elke onderdompeling in het vieze slootwater neemt een bedreven zonde weg, – en die dikwijls direct daarna zich rondwentelen in een hoop excrementen van een koe, omdat dat dier heilig is, wekten, met alles wat hen omgeeft, hun geheelen godsdienst incluis, mijn grootsten weerzin op.’ – Wat is nu de betekenis van deze beide citaten, een van honderd jaar geleden, een van vorige week, voor mijn kijk op de emancipatie der volkeren?
Nog steeds vandaag
Orbán… wat moeten wij van Orbán vinden? Een Pijlkruiser, neonazi, antisemiet, domme Hongaarse boer? Hij heeft tweederde van het electoraat achter zich weten te scharen, maar wekt het ongenoegen van Europa op. De Mayaren hebben zo hun geschiedenis: een militant ruitervolk, dat duizend jaar geleden over de Aziatische steppe aan kwam denderen en nooit helemaal tot bedaren is gekomen. Sterk militaristisch, maar door de afloop van de Eerste Wereldoorlog gefnuikt in hun regionale ambities: het Verdrag van Trianon sneed hun grondgebied in twee ongelijke helften; het kleinste stuk werd de republiek die we nu kennen. Baarlijke antisemieten: al in de jaren twintig werden Joodse studenten aan de Hongaarse universiteiten gediscrimineerd. Ouwe bruine troep, kortom… Maar wacht, na de volksrepubliek kwam de democratie en als nu twee op de drie Hongaren op een rancuneuze nationalistische boer stemmen, moeten we de volkswil toch respecteren of niet soms? Weliswaar heeft de volkswil gemiddeld genomen evenveel waarde als koeienstront, maar we zijn er meestal in geslaagd het land daarmee vruchtbaar te houden. De democratie is namelijk gebaseerd op een statistische eigenaardigheid: als miljoenen mensen zich uitspreken over zaken waar ze nauwelijks verstand van hebben, is het eindresultaat een keurig burgerlijk gemiddelde, waarmee de specialisten aan de slag kunnen. Hiep hiep hoera, de erfenis van het humanisme heeft ons allen beschaafd – tot het gepeupel iets wil dat de elite niet wil. Dan blijkt het democratische systeem de stabiliteit van een mestoverschot te hebben.
Nog steeds vandaag (een bleek zonnetje)
De Jood Viktor Klemperer erkent in zijn oorlogsdagboeken dat hij – uit woede over de prijs die de Duitsers moesten betalen na Versailles – ooit nog op Hitler heeft gestemd. De Jood György Konrád schrijft over zijn volksgenoten: ‘De Hongaarse neopopulistische en soms neofascistische intelligentsia klampt zich vast aan de romantiek van de nationale staat. Ze bedient zich van dit romantische pathos om elke vorm van kritiek in de kiem te smoren.’ Ik ken Konrád en Hongarije een beetje – ik begrijp zijn angst, zoals uitgedrukt in een Duitse krant (Duitsland is het enige land dat Hongarije voor ons vertaalt). Maar waarom zou de nationale staat als dusdanig een gevaarlijke romantische illusie zijn, relict van een achterhaalde fase in de gestaag voortwentelende, zich aan de filosofie van Hegel conformerende Geschiedenis? Ik weet heel zeker dat het Nederland van mijn kindertijd – een nationale staat die nog geen bevoegdheden had afgestaan aan een supranationale constructie met de levenskracht van een uit lijken geassembleerd monster – heel wat democratischer was dan de huidige Europese Unie. Omringd door antisemieten, Jugendstilgebouwen en sombere historische ervaringen, heeft Konrád een nek als een kurkentrekker nodig om te kunnen zien dat het politiek-correcte Europese denken bezig is de nationale staat in de westerse hoofden af te schaffen door hem schaamteloos te associëren met de nazi’s.
Vanavond
In een brief mijmert mijn oude vriend over de Europese beschaving en de Belle Epoque. Op een reclameplaat van 'Le chat noir 'ziet hij maandag 16 mei 1898 vermeld staan: ‘Waar liep op precies die dag Stefan Zweig rond en wat deed hij, hoe voelde hij de toekomst aan, totaal onwetend van het feit dat hij zich 44 jaar later in Petropolis uit wanhoop van het leven zou beroven? Was die Belle Époque voor hem de moderniteit? Wat is modern? Komt niet na elk modern een postmodern dat altijd ook vóórmodern is? Geenszins gelovend dat het verleden beter was en geïnteresseerd in hetgeen de toekomst zal brengen, voel ik mij toch wezenlijk verschillend van mensen die de “moderniteit” superieur achten en meewarig neerkijken op het voorbije, zeker wanneer het kunst of mode betreft. Ik houd het bij Ortega y Gasset die vond dat elke vernieuwing stevig in de traditie dient geworteld te zijn en beschouw net zoals in de hoogdagen van de Burgerij eruditie als een nastrevenswaardig ideaal en vind dat men naast het gesacraliseerde bijzonder geïnteresseerd kan zijn in het nieuwe; alleen weet men daarvan niet of het blijvend zal zijn. Want is het niet zo dat wie gestalte geeft aan zijn tijdsgeest op dat moment veel bewondering geniet, maar ook snel weer vergeten geraakt omdat hij met zijn te specifieke belichaming van het speciale karakter van een voorbije periode de veranderde tijdsgeest niet meer aanspreekt? Maar wie kan een peil trekken op welke roem zal blijven als men bijvoorbeeld bedenkt dat de niet onverdienstelijke Engelse componist Sir Frederick Delius aan het begin van de twintigste eeuw Mozart toch maar een fanfare-componist noemde en meende dat hij snel vergeten zou zijn? Is de zo geroemde Hugo Claus al niet bijna vergeten?’
Reacties
Ok, laten we het hierop houden. Vanavond nog enkele pagina's Popper lezen om de dagelijkse frustraties te verwerken: verscholen achter een boek lijken je verbouwingswerken zo belachelijk, tot je de volgende dag opnieuw tot aan je midden in het stof en frustatie staat!
Ik neem altijd de tegenovergestelde positie in, o Draad. Zo boks ik - als jij links mept, sta ik alweer rechts. Maar ik blijf wel binnen de boksring van de democratie. Nooit verdedig ik, aldus klappen uitdelende, tradities omdàt het tradities zijn. Hoewel nostalgicus van aard, ben ik niet zo dom dat ik iets waardevol vind omdàt het niet meer bestaat. In dat geval zou ik bijvoorbeeld ook heimwee naar het aloude antisemitisme koesteren. Nee, niet was het vroeger per definitie beter. Maar wel heb ik heimwee naar de "open society", die op slot is gegooid door het politiek-correcte niet-denken. We zijn het dus eens, maar uit angst zèlf voor nostalgicus te worden versleten, zwaai je met het botte mes van "links": wie wijst op iets uit het verleden is bang voor de toekomst. Maar messen mogen niet bij boksen, mon ami.
Kijk, ik kan moeilijk voor Popper spreken, en ik kan enkel maar raden wat hij van de EU of Alettea zou zeggen, maar als ik jou lees, kan ik niet naast je platonische heimwee heen kijken naar iets wat sterk lijkt op popperâs traditionele closed society (gekenmerkt door rigide regels, niet bespreekbaar, want ergens ooit âboven onze hoofdenâ bepaalt), de restauratie van een mistig verleden, maar één dat paradoxaal genoeg dan weer verdacht veel weg heeft van een open society. Je verdedigt bvb. het jodendom met haar superieure tradities (discussie, rationalisme,â¦) m.i. omdat deze vorm geven aan een open society, één waar de rede tenminste nog een kans krijgt, die de grondslag legt voor een democratie, maar waarom lijk je dan altijd tradities te verdedigen owv de tradities? Vanwaar die behoefte aan nosalgie? Waarom niet bepaalde tradities verdedigen als waarde op zich? En verder geef je de indruk - ik zeg de indruk - democratie aan te vallen voor het pulp dat ze bvb vandaag in Hongarije of de EU produceert. Popper stelt mij hier echter gerust, of maakt mij net heel ongerust, in die zin dat dit pulp niets meer te zien heeft met democratie. Democratie is scheiding van macht, controle van macht, is georganiseerd meningsverschil, vormt de redelijkheid, en heeft niks niks niks te maken met âde meerderheid beslistâ, laat staan de Hongaarse volkswil! En politici zijn helaas niet democratisch omdat ze in een democratie functioneren, kijk bvb. naar Luc Schouppe die nota bene onlangs nog het lef had de media schuld te geven dat er vandaag geen inhoudelijk politiek debat meer is, terwijl hijzelf voltijds bezig is met voorakkoorden te sluiten is voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2012, en op die manier het door hem zo geliefde inhoudelijk debat veel meer te beschadigen dan wat de media ooit vermogen (standaard, 29/1)! En dit is niet enkel Schouppes probleem, dit is inherent aan politiek, en net daarom hebben we democratie nodig, en net daarom moet deze verdedigd worden, want op zichzelf is zij compleet weerloos (âalles van waarde is weerloosâ), ipv de indruk te geven dat pulp, op termijn, het noodzakelijke resultaat is van democratie, dit is enkel noodzakelijk zo als we deze aan zichzelf overlaten. Ik heb dus niks tegen jouw soms nogal reviaans verlangen naar het vooroorlogse oostenrijks-hongaarse burgerdom, ik houd er zelf van, en ik irriteer mij evengoed aan de pseudo-wetenschappelijke symboolblindheid, aan de intellectuele kaste van priester-wetenschappers, aan Lucas Catherine, en boven alles aan Hugo Camps â" maar voor maatschappijkritiek lijkt mij dit verlangen niet enkel paradoxaal, maar ook wazig en daarom nogal wankel als fundament.
Het eerste item, onder "vandaag", is het mooiste. En daarvan is dit natuurlijk weer het onsterfelijk-tijdlozeste: "Het ontwikkelde gezelschap knikte instemmend. Stil lag het politiek-correcte denken te glanzen op de schoorsteenmantel. Geen vlieg kuchte. Alle atomen dansten hun reidans in volmaakte harmonie. Het betrof immers Europeanen, racisten, slavenhandelaars, kolonialen, erger, christenen!" Ik beken het: bij deze regels had ik een klein snokje in de neusholte en branderigheid achter de ogen. Ik heb ook wel eens wat relativerends geschreven over "ouwe bruine troep", maar dan zwart. Zo heette en heet een dergelijk iemand toch in Vlaanderen: "unnezwarte"? Hier: http://bit.ly/dOPvsr : CITAAT “Bruine antecedenten”: dat is kwaadaardige laster richting “Het Vlaams Belang”, de erfgenaam van een veel complexere Vlaamse emancipatiebeweging dan alleen maar dat oude “nazi”-element. En dat “nazi” zet ik ook nog tussen aanhalingstekens, omdat de “Vlaamse Beweging” in het opkomende nazi-Duitsland een mogelijkheid tot trots zag op hun afstamming en een eind aan de culturele overheersing door de arrogante “Franskiljons”. Het waren emanciperende nationalisten, die zich onder aanvuring van de katholieke kerk roerden. Het waren niet “nazi’s” in de zin van bewuste Auschwitz-na-strevers. En die suggestie wekt Buruma hier. Natuurlijk zijn ze er geweest, compleet met antisemitisme en dat werd inderdaad ook na 1945 nog stiekem beleden door een minderheid. Al is de “repressie” door de na-oorlogse Belgische regering genadeloos geweest en werden degenen die ook nog vaak gruwelijk geleden hadden in de oorlog als Oostfrontstrijders door de katholieke autoriteiten met de nek aangekeken. Dezelfde autoriteiten die hen in de jaren 1930 aangevuurd hadden. Maar al die meestal misleide, doodgewone jongens zijn nu toch wel zo langzamerhand allemaal dood. Niettemin weet ik uit betrouwbare bron dat DeWinter in kleine kring toegeeft last te hebben van het imago. En dat “last hebben” bewijst Buruma hier maar weer eens, door die kwaadaardige laster van die “bruine antecedenten” de huidige leiding van het Vlaams Belang na te dragen." EINDE CITAAT
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.
Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:







