De rook van de vulkaan
dinsdag 15 mei 2012 om 12u00
Benno Barnard gaat voorlezen in Mexico en ontmoet er de schim van Hugo Claus.

Popocateptl in Mexico.
Maandag
Dagen van lethargie, het gevolg van een poëziefestival in Mexico, onmiddellijk na mijn Engelse reis. Wat een ijdel spektakel, gedichten gaan voorlezen in een land waar de narcoticabendes elkaar vermoorden en de lijken in stukken hakken, ribstuk en kotelet en ingewanden van de mens, vlees dat verspreid in de hitte blijft liggen rotten, tot enkele minder corrupte politieagenten zich over de kadavers komen buigen… Ze hebben duidelijk een nieuw soort almachtige Zorro nodig. Maar tot mijn verbazing was de hoofdstad een bijzonder aangename plek om te vertoeven. Hoffelijk verspreidden de palmbomen hun schaduw. Gedienstig zetten de terrasjes hun stoelen klaar. De stalletjes stalden hun verlokkingen uit. De cantina’s verspreidden hun etensgeuren. De boulevards, pleinen, winkels en straten waren goedgemutst. Elegante mensen maakten van het lanterfanten een conceptuele kunstvorm. Wat bromt u daar? ‘Ja, in een chique wijk’? Natuurlijk, in verscheidene chique wijken zelfs. Maar waar komt bij maatschappijcritici toch die permanente onvrede vandaan? Dat onvermogen om te genieten? Wat is er mis met nette mensen, die niemand kwaad doen, die tegen het vallen van de avond in de parken dansen, kleine, zwierige groepjes in de blauwe schemering? Moet ik daar soms met een paar het gepeupel onderdrukkende bourgeois gaan zitten discussiëren over het veranderen van de structuren? Ik geef liever 100 peso’s aan een bedelaar.
Dinsdag
En trouwens, de Mexicanen zijn in doorsnee een aangenaam volk. De indiaanse types zijn ongeveer even hoog als breed en hebben een glimlach vol zinken tanden. De humor is wijdverbreid, ongetwijfeld in veel gevallen een techniek om materiële ellende te relativeren. De bedelaar had gevoel voor humor: ‘Gracias, hidalgo!’ Omdat ik weet dat je in het Spaans ook een uitroepteken voor de zin plaatst, hoorde ik zijn uitroepteken met een echo. De portier van het hotel had gevoel voor humor: ‘Mi casa es su casa, senor…’ Bij 23° zat ik op een dakterras een salade van sprinkhanen te nuttigen, met uitzicht op de koloniale paleizen rond het centrale plein. In de verte de lila contouren van de omringende bergen: uit de vulkaan van Malcolm Lowry, de Popocatepetl, die al weken actief was, als om zijn literaire roem te illustreren met het uitstoten van hete lucht, kringelde af en toe rook omhoog, zoals op zondagen in een ver verleden uit mijn vaders getuite mond. ‘Zo rookte mijn vader sigaren,’ zei ik tegen de ober. De ober had gevoel voor humor. ‘Maar uw vader was dan waarschijnlijk juist inactief?’ antwoordde hij met een beleefde grijns. Die grijns heb ik bewaard. Die grijns heb ik mee naar huis genomen. Hij staat op de schoorsteenmantel, waar hij het talent symboliseert om op superieure wijze de rol van dienaar te spelen.
Woensdag
Het huis van Trotski in Coyoacán bezocht. Deze intellectuele fanaticus was de vader van het Rode Leger en als hij in plaats van Stalin de macht had gegrepen, zou de Sovjet-Unie zich evenmin tot een paradijs hebben ontwikkeld, al zijn er nog altijd mensen die menen dat Lev Bronstein een groot democraat was. In het bescheiden boerderijtje, gelegen in een voorstad die in de jaren dertig nog een dorp was, bekijk ik het allemaal. Zijn keukentafel. Zijn werktafel met de typemachine. Hij had er een secretaresse bij, want hij bleef de wereld opnieuw bedenken. Zijn boeken. Er is geen camerabewaking en het is maar goed dat mijn moeder vanuit het hiernamaals over mijn goede gedrag waakt. Zijn bed. Zijn lampetkan. Zijn kogelgaten – een paar maanden voor de fatale klap met het ijshouweel was er een aanslag gepleegd waarbij een stalinist vanuit de tuin door een raam had geschoten. Portretten. Alleen als hij met uitgestrekte hand de kippen staat te voeren, ziet hij er gelukkig uit. Ik betwijfel of hij veel gevoel voor humor had.
Donderdag
Ook bezocht: het zogeheten Blauwe Huis van Frida Kahlo, dat eveneens in Coyoacán staat. Een tragisch leven, dat zich grotendeels in een rolstoel en het tumult van een artistiek huwelijk afspeelde. Eerst kreeg ze een ongeluk waarbij haar baarmoeder door een ijzeren stang werd doorboord, met vele operaties en miskramen tot gevolg. Ze beschilderde de korsetten die ze moest dragen. De kunstenares en haar echtgenoot, de schilder Diego Rivera, wiens roem zou tanen terwijl de hare na haar dood alleen maar zou toenemen, koesterden marxistische sympathieën en nog altijd hangen de portretten van Engels, Marx, Lenin, Trotski en andere mannen met baarden als heiligenprentjes boven haar bed. Met Trotski ging ze heel artistiek in datzelfde bed liggen zodra hij, op de vlucht voor de wraak van Stalin, haar in Coyoacán had gevonden. ‘Ze schilderde haar eigen pijn,’ sprak de gids devoot, alsof ze een kaars aanstak, een bos bloemen op het altaar zette. Het was natuurlijk bedoeld als een onomstotelijk bewijs van Frida’s artistieke grandeur; wij toeristen knikten eerbiedig. Maar over het algemeen is de eigen pijn een beproefde garantie voor kunstzinnig falen; zo ook in Frida’s geval. Lieve help, wat een rommel schilderde die arme vrouw! Opengewerkte vrouwenlichamen met een opengewerkte baarmoeder met een gedoemde foetus erin. Onbeholpen zelfportretten met nadrukkelijke snor, alsof die beharing haar toekomstige rol als icoon van de vrouwenemancipatie moest garanderen. Het ene schilderij nog onsmakelijker dan het andere. (Hoor eens hier, ik weet niets van beeldende kunst, ik zeg gewoon wat ik vind.)
Vrijdag
Toen Hugo Claus hier kwam voorlezen, was hij al dement. Op de ochtend na zijn aankomst trof een van de organisatoren hem, nog steeds aangekleed, op bed naast zijn koffer aan. Hij was niet in staat geweest uit te zoeken hoe hij de rits moest openen en had bijgevolg zijn pyjama niet kunnen aantrekken. Tegenover een verslaggeefster van de Mexicaanse televisie verklaarde Claus, in antwoord op de vraag of hij een boodschap aan de Mexicaanse jeugd had, dat de Mexicaanse jeugd meer moest neuken. En voor zijn vertrek werd zijn honorarium veiligheidshalve maar in zijn colbertje genaaid, waar zijn vrouw het een etmaal later uit te voorschijn moest tornen.
Zaterdag
Drie anekdotes. Ik hoor ze op de avond dat ik moet voorlezen. Wat betekenen ze? Dat ook een dichtersbrein onderworpen is aan het verval? Eerder dat andere stervelingen een dienblad met anekdotes offreren, om zich daarachter, heimelijk, onbewust misschien, met bedroefde ogen, met een stem vol vol medeleven, te verheugen over zijn verkleining tot sterfelijk wezen. O troost van de glazen die de godheid tot de bodem moest ledigen…
Zondag
God verhoede dat ik ooit mijn eigen pijn opschrijf.
Reacties
“(...) aangezien humor overal anders is. Ik zat eens in een bus in Mexico, en die bus kwam in een kudde schapen terecht. De bus reed gewoon door en de buschauffeur probeerde zoveel mogelijk schapen te raken. Iedereen hing uit het raam om te zien of dit lukte. We hebben er minstens tien geraakt, krats, krats, krats. Elk getroffen schaap veroorzaakte grote hilariteit.” http://bit.ly/MgzKqr Zo weet een willekeurig cohortje antropologen nog wel een paar verhaaltjes, denk ik. Bovenstaande anecdote was op 16 januari 1999 in Trouw ondertekend door Pierre Muysken, hoogleraar Taalwetenschap aan de Universiteit Leiden. Maar wel weer een mooi stuk, Benno.
heb dit met groot genoegen gelezen. jij hebt de smaak te pakken gekregen van een beschaving met omgangsvormen doorspekt met humor. oef, dat was al een tijdje geleden dat iemand nog uitpakt met humor (op een iemand na, naam en adres bekend bij de redactie). fonds de spons ook trouwens, altijd in voor een grap en deeltijds mexicaan. vertrekt in het najaar weer voor een paar maanden. vooral die vulkaan en de sigaar van je vader zaliger heb ik gesmaakt
Mooi om weer eens met u op stap te kunnen gaan. Ik wil dat aannemen, om een uitdrukking van mijn burgemeester te gebruiken, dat een doornsee toerist in een land als Mexico, dat onze journaals haalt met vreselijke bendeoorlogen, in de praktijk van het dagelijkse leven veel en veel beter meevalt. Als reiziger krijg je toch keer op keer dit soort indruk, dat onze journaaljournalisten niet echt lang in het land zijn geweest, en slechts een topje van de sensationele ijsberg, een toefje room van de cappuchino laten zien, en dus eigenlijk ook niet veel weten en niet veel gesnapt hebben van het land dat je dankzij de gratie Gods eindelijk zelf hebt mogen bezoeken... Weet u, het is ook dit: als je daar zelf op eigen benen mag stappen, met eigen ogen mag glimlachen naar de mensen, dan voelt een mens zich meteen veel minder schulidg. Dat is immers het perverte mechaniek: in onze zetel bij het scherm van het tv-nieuws kunnen wij bijna niet anders dan ons meteen schuldig voelen bij zoveel uitgestalde ellende, omdat wij in onze woonkamer zitten, waar, zoals mijn Igbo vrouw het zegde met een eigen volkse uitdrukking, "Thuis, waar je bij het wachten je been niet zult breken"... Er kleeft iets perverts, een diepzwart randje aan die gewoonte van onze media om te focussen op alle mogelijke wantoestanden in de wereld... Als je in die streken, in die landen komt als reiziger, ziet het er gegarandeerd veel menselijker, gewoner uit. Neem nu Syrië... het is duidelijk dat het daar bijna nooit zo erg is als het lijkt in onze journaals, waar net al de inslaande bommen en al de gewonden worden opgevoerd, terwijl er nog miljoenen kinderen naar school gaan, boeren hun land bewerken, professoren college geven, bakkers hun brood bakken van rond zonsopgang... Het moeten selecteren van wat wij als historici "de bronnen" noemen, houdt meteen al een geweldige vertekening in. Het is te hopen dat de bewindslieden van de vrt en andere televisie maatschappijen Knack Online lezen en deze scheefgetrokken toestand gaan rechtzetten. Ik heb jarenlang bezoeker geweest in een psychiatrisch huis, wel de meeste mensen konden het daar niet aan om de kranten te lezen of de tv-journaals te bekijken. En die afkeer, die zelfbescherming is er zeker niet alleen in die huizen, bij de allerkwetsbaarste mensen... Veel sensitieve mensen geven mij dat signaal...; Die journaals zijn een raar kind van een recente geschiedenis met twee wereldoorlogen, en vanuit de drang om de wereld te maken en te behoeden voor alles dat ernstig is... een kind van de beruchte zelfkritische houding van de Europese cultuurmens ook... Wat Frida Callo betreft, daar geeft u inderdaad een vreemd-individuele inschatting. De film over haar leven heeft mij beroerd. Misschien zouden we de indrukken van Rik Torfs, ook columnist, maar ook kenner van schilderkunst, naast de uwe moeten kunnen leggen... Hartelijke groeten, S.
Het is voortaan alleen nog mogelijk om onder uw eigen naam te reageren op artikels op deze website. Knack.be zal de registraties van gebruikers controleren om sneller op te treden tegen ongepaste reacties.
Lees hier de voorwaarden om deel te nemen aan de reacties.Klik hier om u aan te melden en uw reactiemogelijkheid te activeren.






