Dagboek van een racist
donderdag 23 februari 2012 om 12u00
'Eerst schiep God de politiek-correcte mens. Daarna schiep hij de ezel en dat was al een hele verbetering.' Benno Barnard op zijn ros.

Maandag (ik heb geen overschoenen, maar volg de hond door regen en modder)
Zwijgend drommen de denkfouten samen rond de schrijvende mens. Zodra de pen het papier beroert, beginnen ze allemaal door elkaar heen te bazelen.
Dinsdag (ik heb nog steeds geen overschoenen)
Economie is geen wetenschap, het is kansberekening. In het Monopolyspel wordt de dominante rol van het toeval treffend uitgedrukt door de dobbelsteen.
Woensdag (wandeling in de zonneschijn: de hond dartelt van drol naar aars, als hondvormige ADHD)
De Hollanders kennen geen Nederlands meer. En dus dwepen ze met het Engels, dat ze nog niet kennen. Vraag in uw omgeving – vraag uzelf – wat sagacious betekent. Ik vroeg het aan mijn vrouw. Mijn Amerikaanse is de meesteres van de negatieve definitie. Ze antwoordde: ‘It does not mean stupid.’
Donderdag (de hond, een eunuch, gaf bij het passeren van een teefje geen blijk van een verlangen naar geslachtsgemeenschap. O weemoedige pik, o lusteloze ballen…)
Onlangs las ik in een Vlaamse krant dat de zogenaamde Indignados een gebouw in Brussel hadden gesloopt. Maar dat kwam, aldus de vijanden van het kapitaal, doordat er ‘vreemden’ tussen zaten. Bedoeld was: buitenstaanders. Kopje: ‘Vreemdelingen besmetten reputatie Indignados’… Ik onderschat altijd weer die logge onverschilligheid voor het Nederlands.
Vrijdagavond
Volgens het hoogmoedige ras der linguïsten is er niks aan de hand: er grijpt een ‘normale taalevolutie’ plaats. En dus vinden we het ook normaal dat boeken van een eeuw oud, of nog jonger, ‘hertaald’ worden. Kinderen krijgen op het steengruis van ons ingestorte onderwijs een bewerkte ‘Max Havelaar’ te lezen, een verknoeide ‘Kleine Johannes’, binnenkort Couperus, en ik zwijg nog van de kinderboeken. Zo drukken we dus ons provincialisme aan de borst; zo snijden we het continuüm van onze beschaving door, met als gevolg dat er niets meer gecontinueerd wordt, behalve de stralende stompzinnigheid van de jaren zestig.
Zaterdag (net als de hond apporteer ik eindeloos dezelfde stok)
Wind ik me te veel op? Kook ik mijn eigen bloed in mijn eigen heksenketel? Ik slik een pad door. Ik kauw op een handjevol spinnen. Maar meestal houd ik dat bloed van mij wel op 95°.
Zaterdagavond (bij een burgerlijk haardvuur)
Vervuld van boerse eerbied voor mijn maatschappelijke status, komt het dorp nimmer op de gedachte een boek van mij te te lezen. Het scheidt zijn trage sappen af, waarin alle tegenspraak oplost.
Zondag (ik waad achter de hond aan door de nawinter)
Christopher liet me de complimenten van zijn lerares Engels zien. Het rood blonk in de marge. Mrs. Brown had haar bewondering voor zijn stijl en woordgebruik opgehangen aan de wasknijpers van een hele reeks uitroeptekens. ‘Kijk,’ zei mijn zaad: ‘dat van die sparkling sea en sunlit beach vindt ze een voorbeeld van descriptive beauty…’ Hij liet het blad los, het zweefde schommelend naar de keukentafel. Ergernis in dat gebaar en in zijn stem, nog altijd een jongenssopraan. ‘En dat zijn allemaal levensgrote clichés, papa. I just wrote that crap to speed up.’
Maandag (je baas smeken weg te gooien wat je begeert: de hond is zelfkweller en epicurist tegelijk)
Mijn Engelse krant meldt dat een jongetje in het droevige, onder koude regenwolken huiverende Hull aan een vriendje vroeg: ‘Are you brown because you come from Africa?' Daarop moest zijn moeder een formulier tekenen waarin haar zoon als een racist werd omschreven. Hogere overheden zouden de zaak vervolgens nader onderzoeken. De racist was zeven; de vertegenwoordiger van de gediscrimineerde minderheid vijf. De moeder weigerde Nanny State haar medewerking. Zou de schooldirectie hebben opgetreden als de vraag aldus had geluid: ‘Are you white because you come from England?’ (De politiek-correcte samenleving: een luchtkasteel met veel kerkers, en wolken als fundament.)
Maandagavond
God boetseerde de torren en de vissen en de vogels en het kruipend gedierte. Toen begon hij aan de zoogdieren. Eerst schiep hij de politiek-correcte mens. Daarna schiep hij de ezel en dat was al een hele verbetering.
Dinsdag (is de hond zowel zwart als wit omdat hij uit Engeland komt?)
Ik vind het gele ras lelijk. Ik val niet op zwarte vrouwen. Mexicanen zijn kort en dik. Amerikanen zijn alleen maar dik (Joy is een uitzondering). Zigeuners stelen (maar alleen van niet-zigeuners). Joden winnen onevenredig veel Nobelprijzen. Negers zijn beter in hardlopen dan blanken. Negers zijn niet zo goed in wiskunde als Aziaten. Mijn geadopteerde dochter is Aziatisch en heeft nul aanleg voor wiskunde. Dat heeft ze van mij geërfd. Voor een blanke man van mijn leeftijd loop ik verschrikkelijk hard.
Reacties
Hij was geweldig voorzichtig bij het woord "Joden".Ja, het viel op.Dat alleen al haalt alle onzin onderuit en herleid het tot "pose".
Beste 2140, Nee, ik was niet gechoqueerd, ik dacht alleen: die 2140 kende toch beter Nederlands, of vergis ik me nu? De zoon van de dokter schold mijn dochter voor "stomme negerin" uit. Mijn dochter antwoordde: "Ik ben geen negerin, ik ben Indiaas, blanke boerenpummel." Zo hoor ik het graag. - Mijn bedoeling was natuurlijk het compleet relativeren van "ras". Wat mij interesseert is de vraag in hoeverre mensen geconditioneerd - of geketend - zijn door hun cultuur. Ik kom er ongetwijfeld nog op terug ik, hopeloze Europeaan.
Een zeldzaam geval van beheersing :-) Maar het antwoord kende ik al lang. Het ging me om de connotatie van "een(!) bruin" of "een zwarte" of een "Aziatische" en een "neger". Iemand afkomstig uit Azië "een bruin" noemen krijgt een negatieve racistische connotatie. Ik kan me moeilijk voorstellen dat het je niets deed wat ik schreef. Iemand uit Afrika een zwarte noemen is neutraal, iemand uit Afrika een neger noemen was om begrijpelijke redenen politiek incorrect totdat dit min of meer veranderde. Misschien omdat zwarten in de VS het begonnen te gebruiken als een geuzennaam. Alle relativering ten spijt, wie mijn dochter een negerin noemt, krijgt niet meteen mijn spontane sympathie. Wat ik wil zeggen is, wat politiek correct is of niet is geen statisch gegeven en het is afhankelijk empathie, tijd en ruimte. Wat papa en zoon Van Rooy over Islamieten zeggen is niet politiek correct in sommige middens maar in ander gezelschap zeggen ze het meest politiek correcte wat je kan zeggen. Ze krijgen dan ook het publiek dat ze verdienen. Ik vind dat begrip “politiek correct” de facto een inhoudsloze dooddoener om mensen waarmee je het niet eens bent makkelijk weg te zetten. En wie zegt er van zichzelf dat hij / zij wél politiek correct is? En zelfs dan, zou dat fout zijn? We zijn zo gewoon aan die wijze van uitdrukken dat we spontaan vinden van wel, maar ook dat is eigenlijk een inhoudsloze gedachte.
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.
Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:







