Bagdad: al eeuwen in de ban van het sektarische geweld

23/06/14 om 09:56 - Bijgewerkt om 09:56

In 'Baghdad. City of Peace, City of Blood' vertelt de Engelse reisauteur Justin Marozzi de boeiende, vaak bloeiende maar ook heel bloederige geschiedenis van Bagdad. En als die geschiedenis iets vertelt over de toekomst, dan ziet het er voor de Iraakse hoofdstad niet goed uit.

Bagdad: al eeuwen in de ban van het sektarische geweld

© Reuters

Of ISIS (Islamitische Staat in Irak en de Levant) erin kan slagen om ook Bagdad te veroveren, is niet duidelijk. Maar deze radicale soennitische jihadisten zetten hun opmars richting de Iraakse hoofdstad onverminderd voort en doen de inwoners van Bagdad alvast huiveren. Na jaren van sektarisch geweld in de stad - waar sinds het officiële einde van de oorlog in Irak de sjiieten de dienst uitmaken, soennieten in de verdrukking zijn en joden en christenen zo goed als verdwenen zijn - komt de precaire stabiliteit er zwaar onder druk te staan.

Diepe wortels van sektarisch geweld

In allerlei analyses wordt de verantwoordelijkheid bij het wanbeleid van de sjiitische premier al-Maliki gelegd, en iets verder terug in de tijd bij het omstreden Amerikaanse ingrijpen in de regio anno 2003. Maar Justin Marozzi toont in 'Baghdad. City of Peace, City of Blood' dat het complexe, explosieve maatschappelijke weefsel van Bagdad en Irak veel diepere wortels heeft, die teruggaan tot de stichting van de stad in 762 door de Abbasidische kalief al-Mansur.

Al-Mansur had zijn nieuwe hoofdstad graag de titel Madinat al-Mansur of Stad van Mansur gegeven, maar als hoofdstad van het islamrijk kreeg Bagdad al snel de titel Madinat as Salam of Stad van Vrede, een verwijzing naar de beschrijving van het paradijs in de Koran als "het Huis van Vrede." Een nogal ironische naam voor een stad die sinds zijn stichting heel wat geweld heeft gehuisvest, zoals ook uit de ondertitel blijkt van Marozzi's bevattelijke en meeslepend geschreven geschiedenis van Bagdad: 'City of Peace, City of Blood'.

Ambigue gouden eeuwen

De eerste eeuwen van het bestaan van Bagdad als hoofdstad van het Abbasidische kalifaat (waarin de kaliefen rechtstreeks afstamden van Abbas ibn Abd al-Muttalib, een oom van de Profeet Mohammed) lezen nochtans als een echt succesverhaal. In enkele decennia tijd werd een gehucht uitgebouwd tot het politieke, religieuze, economische en culturele centrum van de islamwereld, die reikte van de grens met India in het oosten tot aan de Pyreneeën in het westen. De culturele invloed ging echter veel verder. Vanaf de tiende en elfde eeuw sijpelde de wetenschappelijke, filosofische, literaire en culinaire kennis van Bagdads elite ook door tot in het christelijke deel van Europa, met als opvallendste resultaat de herontdekking via vertalingen in het Arabisch van de antieke Griekse cultuur. Een proloog op de renaissance dus.

De ster aan het firmament van de Abbasiden was kalief Haroen al-Rashid, een kleinzoon van al-Mansur, die regeerde van 786 tot 809 en vereeuwigd werd in de vertellingen van Duizend-en-een-nacht. Hij was kalief tijdens de Arabische Gouden Eeuw. Maar hij is volgens Marozzi ook het symbool van het paradoxale Bagdad, dat heen en weer slingert tussen culturele hoogstandjes en uitbarstingen van geweld. Naast de liquidatie van sjiitische tegenstanders, keerde hij zich aan het eind van zijn kalifaat tegen de familie van zijn eigen vizier Yahyah al-Barmaki, zowat zijn pleegvader en mentor.

Vooral de genadeloosheid die hij toonde bij het uit de weg ruimen van de zoon van Yahyah, zijn jeugdvriend en vertrouweling Jafar, spreekt tot de verbeelding. "Na de genadeloze executie van Jafar werden zijn rottende resten gedurende twee jaar tentoongesteld aan de inwoners van Bagdad, tot Haroen het bevel gaf om ze weg te nemen en te verbranden," aldus Marozzi.

DNA van de stad

Geweld, en dan in het bijzonder sektarisch geweld, zit in het DNA van de stad en zijn heersers. Over al-Mansur weet Marozzi te vertellen dat hij "veel eigenschappen deelde met de stad die hij stichtte. Aan de ene kant was hij uitermate verfijnd, een onvervalste intellectueel met visie, genereus, een organisatorisch en commercieel genie, stinkend rijk en oprecht diepgelovig. Aan de andere kant was hij in staat tot explosief geweld en extreme wreedheden, had hij een moordzuchtig temperament en was hij zeer intolerant ten aanzien van andere religieuze strekkingen. De toekomst van Bagdad zat reeds vervat in de duidelijke sterktes en zwaktes van het karakter van Mansur."

De genadeloze represailles die de Iraakse sjiieten ondergingen, nadat ze zich in 1982 tegen het regime van Saddam hadden verzet, bevatten echo's van de onderdrukking die sinds de stichting van Bagdad te beurt viel aan wie aan de verkeerde kant van de religieuze scheidslijn stond. Volgens de Arabische chroniqueur Tabari moet al-Mansur bij momenten geklonken hebben als de koningin uit 'Alice in Wonderland', voortdurend bevelend om wie zijn prille almacht bedreigde de kop eraf te hakken.

Hoe letterlijk hij dat nam blijkt uit een anekdote over zijn schoondochter, die na zijn dood een gruwelijke ontdekking deed in de kelders van het paleis. Deze waren gevuld met de lijken van leden van de Alidische stam, nakomelingen van de kalief Ali, op wie de sjiieten zich beroepen. "Mansurs methodische vervolging van de Aliden was een vroege indicatie van de destructieve spanningen tussen soennieten en sjiieten," aldus Marozzi, die afgelopen weekend hierover nog een achtergrondstuk schreef voor Newsweek.

Machtswissel biedt weinig soelaas

Het grootste deel van de geschiedenis van Bagdad en het rijk waarvan het de hoofdstad was, had een soennitische elite het voor het zeggen. Sinds de val van Saddam heeft de sjiitische meerderheid het laken naar zich toegetrokken. Maar in plaats van rust en stabiliteit heeft dat opnieuw een explosieve cocktail van religieus en sociaal ongenoegen opgeleverd dat ISIS nu uitbuit.

Over de recente opgang van ISIS heeft Marozzi het niet - hij maakte het boek af eind 2013 - maar het recept voor hun succes zit wel vervat in zijn genuanceerde verhaal van Bagdad en Irak. Een verhaal dat aantoont welk potentieel de regio had en heeft - getuige de gouden eeuwen van de Stad van Vrede - maar waarin Marozzi toch vooral benadrukt hoe de herhaalde bloederige onderdrukking van wie een politieke of religieuze bedreiging voor de machthebbers kon zijn, dat potentieel bezoedelt.

Veerkrachtige Bagdadi's

Marozzi woonde sinds 2003 geregeld voor langere tijd in Bagdad en heeft een grote sympathie opgevat voor de gewone Bagdadi, die hij typeert als intelligent, leergierig - Iraki's en Bagdadi's zouden echte boekenwurmen zijn die zelfs in het heetst van de sektarische strijd gekopieerde boeken uit het buitenland lieten overkomen - en vooral veerkrachtig. Niet alleen moesten ze in hun geschiedenis de gewelddadige grillen van hun eigen leiders ondergaan, ze waren ook nog eens gedurende de eeuwen na de ondergang van het Abbasidische rijk de speelbal van achtereenvolgens de Mongolen, de Perzen, de Ottomanen, de Britten en de Amerikanen.

Marozzi laat aan het einde van 'Baghdad' de gepensioneerde Iraakse diplomaat Manaf aan het woord, die de veerkracht gestalte geeft en zijn hoop uitspreekt voor de toekomst van zijn stad: "Het heen en weer slingeren tussen chaos en voorspoed is lang en bloederig geweest, maar we moet natuurlijk de hoop koesteren dat de Stad van Vrede zijn naam waarmaakt voor we zelf rusten in eeuwige vrede."

Stabiele vrede niet voor morgen

Bagdad is als bijna mythische hoofdstad van een van de grootste rijken ooit van groot symbolisch belang voor een organisatie die een nieuw kalifaat beoogt. En voor al wie dat net wil verhinderen. Met ISIS voor de deur, een Iraakse premier die koppig vasthoudt aan de macht en een groeiende groep sjiieten die zich onder leiding van de even invloedrijke als beruchte Muqtada al-Sadr opmaakt voor de strijd, valt te vrezen dat een stabiele vrede voor Bagdad niet voor morgen zal zijn.

Justin Marozzi, 'Baghdad. City of Peace, City of Blood', Allen Lane, 512 blz., 34,95 euro, ISBN 9781846143137

Jeroen Bert

Lees meer over:

Onze partners