Amerikaanse campagneromans over Super Tuesday

04/03/12 om 21:21 - Bijgewerkt om 21:21

Een dag voor Super Tuesday tonen de aspirant-presidentskandidaten zich soms even welbespraakt maar vooral veel vuilgebekter dan hun fictieve evenknieën.

Amerikaanse campagneromans over Super Tuesday

© Reuters

Dat de talrijke 'campaign novels' of campagneromans - een populair genre in de VS - ons wat vertellen over voorbije campagnes en politici uit het verleden, moge duidelijk zijn. In de absolute klassieker binnen het genre, 'All The King's Men' (1947) van Robert Penn Warren, is het hoofdpersonage een populistische gouverneurskandidaat. Willie Stark is duidelijk gemodelleerd naar Huey P. Long, de controversiële gewezen gouverneur van Louisiana die in 1935 werd vermoord, op het hoogtepunt van zijn carrière. Warren vertelt vooral over hoe iemand die als idealist aan zijn politieke carrière begon, eindigt als een cynische populist en kazakkendraaier.

Het beeld dat columnist Joe Klein in 'Primary Colors' (1996) schetst van een presidentiële campagne is niet bepaald rooskleuriger. Hier staat vooral de politieke ontmaagding van een idealistische campagnemedewerker centraal. Naarmate de campagne vordert, beseft Henry Burton steeds meer voor wat en voor wie hij campagne voert. Presidentskandidaat Jack Stanton is een vrouwengek en een gladde prater die zijn standpunten boetseert volgens wat hem de beste electorale kansen biedt.

'Primary Colors' verwees overduidelijk naar de schandaalsfeer die rond de campagnes van Clinton hing. Clinton had als gouverneur van Arkansas verschillende buitenechtelijke affaires gehad (en zou ze nadien nog hebben) en die werden breed uitgesmeerd in de pers. Het deed hem uiteindelijk electoraal niets, want Amerika lag toen vooral wakker van de slabakkende economie ("It's the economy, stupid").

Maar wat vertellen deze politieke romans ons over de lopende campagne?
'All The King's Men' maakt duidelijk dat integriteit en idealisme geen garantie op politiek succes bieden. Willie Starks politieke carrière komt maar echt van de grond wanneer hij, eens aan de macht, die macht ook gaat misbruiken. Hij staat niet langer in dienst van zijn (niet nader genoemde zuidelijke) staat. De staat dient hém. En met het dode gewicht van zijn idealen heeft hij komaf gemaakt.

Dat Mitt Romney draait met de wind is ondertussen geweten. Het is zijn zwakte in deze campagne, maar gezien het vaak korte geheugen van veel kiezers, is dat gebrek aan geloofwaardigheid niet per se een onoverkomelijk probleem. Net als Stark heeft Romney goed begrepen dat de kiezer gelooft wat hij wil horen. De beste les op dat vlak leerde hij uit de presidentiële campagne van zijn eigen vader. George Romney had een duidelijke mening over hoe de oorlog in Vietnam kon worden beëindigd. Maar dat was niet wat de kiezer wilde horen. Tijdens de campagne voor de Republikeinse nominatie in 1968 tegen Richard Nixon werd hij afgestraft voor zijn (relatieve) eerlijkheid. Een collega-gouverneur zei over die campagne: "Kijken naar George Romneys gooi naar het presidentschap is als kijken naar een eend die probeert de liefde te bedrijven met een voetbal."

Je kan van Mitt Romney veel zeggen, maar dat zal hem (voorlopig) niet overkomen. Daarvoor is hij te goed in de schaduwkant van het politieke spel: de kunst van het verdacht maken van de politieke tegenstanders. Rick Santorum, bijvoorbeeld, of Newt Gingrich.

Gingrich, ooit Clintons voornaamste tegenstander en degene die het hardst politieke munt wilde slaan uit de affaire-Lewinsky, wordt nu zelf belaagd met verhalen over de minder fraaie kantjes van zijn relationele leven. Aangezien hij zich profileert als de conservatieve kandidaat, is dat bijzonder pijnlijk. Hij heeft er drie huwelijken opzitten en de vrouwen uit zijn leven werden al uitvoerig opgevoerd om zijn conservatieve imago te besmeuren. Het waren echter zijn eigen, talrijke blunders die hem de voorbije weken degradeerden tot een bankzitter in deze campagne. Na de jongste primaries in Arizona en Michigan en de informele caucus in Washington State van vorige zaterdag lijkt zijn rol uitgespeeld. Hij moet dinsdag in zijn thuisstaat Georgia absoluut scoren om nog voor een ommekeer te zorgen. Daarvoor haalde hij de voorbije dagen al de nodige trash talk uit de kast.

De werkelijkheid overtreft de fictie
In de meest recente van de campagneromans, 'O, A Presidential Novel' (tot nader order geschreven door een anonieme auteur), klinkt het nochtans dat de race naar het Witte Huis in 2012 beschaafd zal verlopen. Mis dus, gezien het arsenaal aan laag-bij-de-grondse methodes dat de Republikeinse kandidaten de voorbije maanden gebruikten om elkaar in een slecht daglicht te stellen. Wie, zoals Romney, Gingrich en Santorum tonnen geld uitgeeft voor campagneadvertenties die vooral gericht zijn op het besmeuren van de reputatie van de tegenstander (volgens de Washington Post gaat het over ongeveer de helft van de advertenties en zijn alle kandidaten in hetzelfde bedje ziek), zal wanneer de echte vijand - president Obama - in zicht komt, de onfatsoenlijke boodschappen alleen maar opdrijven.

Waar geen van deze romans in hun fascinatie voor cynische, opportunistische kandidaten oog voor heeft, is dat de rechtlijnige idealist soms nog veel angstaanjagender kan zijn. Als we Santorum, de meest religieusconservatieve kandidaat, iets horen zeggen over contraceptie ("Het is een vrijgeleide om dingen te doen in het rijk van de seksualiteit die ingaan tegen hoe de dingen horen te zijn."), over de scheiding van kerk en staat (een principe dat hem doet kotsen), of over de Palestijnse kwestie ("Er zijn geen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever. Dit is Israël."), dan geloven we hem. Maar of dat geruststellend is of een applausje waard is?

In ieder geval zullen deze drie bigger than life kandidaat-presidentskandidaten in de dagen rond Super Tuesday en de komende maanden nog voor heel wat vuurwerk zorgen. Romney heeft de beste kansen, maar van de speeches van Santorum en een in het nauw gedreven Gingrich spatten het meest vonken af. En mocht een al dan niet anonieme auteur op het idee komen om in een roman op hun campagnes te alluderen, dan loopt hij sowieso achter op de feiten. De werkelijkheid van deze Republikeinse voorverkiezingen overtreft de fictie, ook die in het genre van de campagneroman.

Jeroen Bert

Onze partners