Leen Huet
Opinie

15/12/10 om 09:10 - Bijgewerkt om 09:10

Bijbels en Buicks

Als een oude vos zou glimlachen, dan zou hij net dezelfde uitdrukking hebben als de Amerikaanse schrijver John Updike.

Sinds hij dood is, is hij nogal aanwezig in mijn gedachten. Zijn laatste verhalenbundel, Mijn Vaders Tranen, ontroerde me toen ik niet op extra emoties zat te wachten. In de ramsj vond ik de Nederlandse vertaling van zijn laatste roman, De Terrorist - het verbaasde me dat een boek van zulke kwaliteit, over zo'n actueel onderwerp, blijkbaar niet voldoende lezers had veroverd.

Hoewel veel Amerikaanse schrijvers de aanslagen van 11 september in romans hebben verwerkt, vond ik de aanpak van Updike het origineelst: hij verplaatst zich in een jonge Amerikaanse moslim die radicaliseert en uiteindelijk bereid is een zelfmoordaanslag te plegen in New York op de verjaardag van 11 september. Ahmad Mulloy is de zoon van een Iers-Amerikaanse moeder en een Egyptische uitwisselingsstudent die sinds lang met de noorderzon is vertrokken. Ze wonen in een verarmd industriestadje, Ahmad zit in het laatste jaar van de middelbare school en volgt bovendien Koranlessen bij een Jemenitische imam. Het is fascinerend om de decadentie van de Amerikaanse samenleving door Ahmads ogen te zien, fascinerend om te bedenken dat Updike op deze manier gekeken heeft naar de maatschappij waaraan hij met hart en ziel verknocht is. 'De leraren, zwakke christenen en niet-praktiserende joden, doen alsof ze rechtschapenheid en deugdzame zelfbeheersing willen overdragen, maar hun huichelachtige ogen en holle stemmen verraden hun gebrek aan overtuiging... Ze missen het ware geloof; ze bevinden zich niet op het Rechte Pad; ze zijn onrein. ... Ongelovig als ze zijn, denken ze dat veiligheid te vinden is in het vergaren van wereldse zaken en in de verderfelijke afleiding van het flakkerende televisietoestel. Ze zijn slaven van beelden, valse beelden van geluk en weelde. Maar zelfs getrouwe beelden zijn zondige imitaties van God, die als enige kan scheppen.' Het hele boek lang blijft je sympathie bij Ahmad: hij is intelligent, gevoelig, heeft oog voor de schoonheid van de wereld. Hij is uiteraard ook een kwezel. Zijn imam manipuleert hem geraffineerder dan men als buitenstaander van een fanatieke imam zou verwachten; sjeik Rashid verkondigt wel dat de Koran eeuwig en volmaakt is, maar lijkt er regelmatig spijt van te hebben dat hij de tekst niet historisch kan benaderen en citeert zelfs de islamoloog Christoph Luxenberg, die een andere vertaling heeft voorgesteld van de beruchte woorden over de hoeri's in het paradijs. Updike blijft niet ongevoelig voor de kracht van sommige Koranverzen - misschien net omdat hij in zijn andere romans nooit ongevoelig was voor de kracht van sommige Bijbelteksten, de invloed van Bijbelverhalen op het allergewoonste dagelijkse leven.

Nu maak ik met Updike een reisje door de tijd - dankzij zijn klassieke Rabbit-romans, over de lotgevallen van de Amerikaanse Elckerlyc Harry Angstrom in 1959, 1969 en 1979. Harry is een alter ego van de schrijver: Updike wilde echter geen geletterde man als spreekbuis, maar een arbeider. Geen idee of deze tactiek eerlijk is - 'Laat de werkman de kastanjes uit het vuur halen' - ze biedt hem wel de kans om een loopje te nemen met iedere vorm van politieke correctheid en verbijsterend eerlijk te zijn. Harry Angstrom leert me ontzettend veel over de Verenigde Staten en de Amerikanen. Baken? Smeltkroes? Land van melk, honing, bijbels en Buicks? Wat betekent het, wanneer nagenoeg iedereen in een jonge natie afstamt van immigranten? En die smeltkroes, is dat niet veeleer een aaneenschakeling van getto's, rancune, minachting en hebzucht? Romans verschaffen informatie die je nergens anders kunt vinden, blijkt weer maar eens. En Harry zelf? Ach, als je in deze wereld moet kiezen tussen vrouwenhaters en vrouwengekken, dan is de keuze snel gemaakt.

Leen Huet

Onze partners