10/04/13 om 08:52 - Bijgewerkt om 08:52

Belgische overheid voorbij aan haar limiet

De noodkreet van de schepen van Financiën van de centrumsteden vormt het zoveelste teken aan de wand.

Belgische overheid voorbij aan haar limiet

De noodkreet van de schepen van Financiën van de centrumsteden vormt het zoveelste teken aan de wand. De Belgische staat zal in al zijn geledingen de tering naar de nering moeten zetten.

Net zoals de eerste reflex van het federale niveau er bij elke begrotingsoefening in bestaat de lagere overheden op te roepen ook hun verantwoordelijkheid te nemen, zo roepen de 13 centrumsteden van Vlaanderen (*) nu de federale regering op om financieel bij te springen. De woorden van Hilde Veulemans, schepen van Financiën in Oostende en voorzitter van de werkgroep Financiën van de centrumsteden, laten inzake duidelijkheid niets te wensen over: "We vrezen dat er echt zal moeten gesneden worden. Het zal nu echt wel pijn doen voor de steden en de gemeenten".

Volgens de werkgroep Financiën van de centrumsteden zijn het vooral de energie- en pensioenkosten die zwaar doorwegen. Is de betaalbaarheid van de aangegane pensioenverplichtingen over de ganse lijn in België een heel zware dobber, dan kijken we inzake ambtenarenpensioenen gewoon tegen een compleet onbetaalbare rekening aan voor de komende decennia. Bij de steden weegt omwille van specifieke redenen de rekening extra zwaar door. Iedereen vertrouwd met deze materie weet dat, maar er echt iets aan doen, lijkt niet aan de orde. Soms lijkt het er zelfs op alsof er een soort fatwa over deze discussie is uitgesproken.

Wat de steden en gemeenten betreft, is er echter veel meer aan de orde dan enkel maar escalerende energie- en pensioenkosten. Vele onder hen soupeerden de opbrengsten van de verkoop van activa in de energie- en telecomsfeer behoorlijk onberedeneerd op. Bovendien slaat ook hier het dossier Dexia genadeloos toe. Het failliet van de Gemeentelijke Holding, een rechtstreeks gevolg van het Dexia-debâcle, trekt een rood spoor door de financiën van vele steden en gemeenten. De belofte ooit uitgesproken door vooraanstaande federale politici dat we aan het Dexia-dossier nog geld zouden verdienen, klinkt vandaag bijzonder wrang in de oren van vele schepenen van Financiën.

Hoe dan ook, de noodkreet vanuit de 13 centrumsteden is het zoveelste teken aan de wand. De Belgische staat met al zijn geledingen krijgt zijn werking niet meer behoorlijk gefinancierd, zeker als men bij de beoordeling van de financiële situatie van het land en al zijn geledingen rekening houdt met het feit dat we al volop overschotten zouden moeten aan het opbouwen zijn om met een beetje gerust gemoed de tsunami van de vergrijzingskosten gedurende de komende decennia te kunnen verwerken. Er is op dit vlak nog maar bitter weinig echt ingegrepen. Denken we in dit verband bijvoorbeeld maar aan de lege doos van het Zilverfonds.

Het financieringstekort van het geheel van de overheden raakt slechts onder de 3% van het BBP via allerhande eenmalige maatregelen, boekhoudkundige handigheidjes en occasioneel geschuifel met facturen. De overheidsschuld zit nu terug boven de 100% van het BBP. Uiteraard is er de mindere gang van zaken in de economie maar de realiteit is dat met de middelen die de staat zich nu toeëigent het normaal functioneren van de staat zoals we die vandaag kennen geen haalbare kaart meer vormt. Het is een redelijke schatting het structurele financieringstekort van de overheden - rekening houdend met de recessie, met de vergrijzingskosten etc. - in te schatten op 2 à 3% van het BBP. Het gaat dan om een bedrag van, afgerond, ergens tussen de 8 en de 12 miljard euro per jaar.

Er zijn drie mogelijkheden om dit redelijk existentiële probleem op te lossen. Een eerste mogelijkheid is het verhogen van de belastingdruk. Maar die bedraagt al 50% van het BBP zodat een verder opdrijven daarvan de economische groei alleen maar meer in de wielen zou rijden. Mede door onze torenhoge belastingdruk viel het cijfer van de potentiële groei van de Belgische economie de voorbije jaren terug tot een magere 1 à 1,5%. Een nog hogere belastingdruk biedt enkel op korte termijn enig soelaas, op langere termijn verergert deze optie alleen maar het probleem van de financierbaarheid van de staat. Uiteraard is er ruimte voor verschuiving van belastingen van arbeid naar kapitaal en vermogen. Allicht kan zo de economische groei - de kip met de gouden eieren - gestimuleerd worden maar het positieve effect van verminderde lasten op arbeid zal in ieder geval gedeeltelijk teniet gedaan worden door hogere kapitaal- en/of vermogensbelasting.

Een tweede mogelijkheid is het opdrijven van de productiviteit in de overheidsdiensten. Anders uitgedrukt: met minder mensen minstens hetzelfde of zelfs meer gaan doen. Dat zal een grote mentaliteitswijziging vergen in vele overheidsdiensten en -bedrijven en de introductie vereisen van moderne management- en werkmethoden tot in alle uithoeken van het overheidsapparaat. Na de reacties die we zagen op de verdienstelijke initiatieven van staatssecretaris Hendrik Bogaert om in de ambtenarij de dingen wat in beweging te brengen, valt te vrezen dat de vakbonden zich redelijk radicaal tegen de productiviteitsoptie zullen verzetten.

De derde optie is de aanvaarding van een minder niveau van dienstenverlening en overeenkomstig die keuze ook de bezetting van het overheidsapparaat afbouwen. Gegeven de gebrekkige werking van onze arbeidsmarkt zou deze optie zeker tot een toename van de werkloosheid leiden waardoor de begrotingen dan weer opnieuw onder druk komen. Er zijn dus geen eenvoudige oplossingen voor het in stand houden van het overheidsapparaat zoals we dat vandaag kennen. Eén ding staat echter wel vast: het zaakje zoals het nu reilt en zeilt blijven financieren, is naar de toekomst toe gewoon onmogelijk. Dat zou dé boodschap moeten zijn die iedereen uit de noodkreet van de 13 centrumsteden moet onthouden.

(*) Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout.

Johan Van Overtveldt

Onze partners