'Zij hebben ons Vlaanderen ontstolen...'

14/08/12 om 12:03 - Bijgewerkt om 12:03

Rik Van Cauwelaert

'Zij hebben ons Vlaanderen ontstolen...'

© Belga

Een eeuw geleden, op 15 augustus 1912, verscheen in de Revue de Belgique de beruchte 'Lettre au roi sur la séparation de la Wallonie et de la Flandre'. De auteur van deze politieke bombrief was de Waalse socialist Jules Destrée, een van de opmerkelijkste politici in de vaderlandse geschiedenis.
'Belgium may separate - Deputy calls for partition into Flemish and French...' Het bericht stond in The New York Times van 8 september 1912. Het nakende uiteenvallen van België was volgens de Amerikaanse krant het gevolg van de open brief waarin volksvertegenwoordiger Jules Destrée aan koning Albert I 'de grote en verschrikkelijke waarheid' meldde: 'Er zijn geen Belgen.' De open brief had in eigen land voor een ferme politieke opstoot gezorgd, en die dijde zo te lezen nu ook uit naar het buitenland. Het nakende uiteenvallen van België leek The New York Times best mogelijk. Zeven jaar eerder, in 1905, was de unie tussen Noorwegen en Zweden opgeheven. Als dat met die rustige Scandinaviërs mogelijk was, waarom dan niet met die muitzieke Belgen?

Een eerste scheur in de Belgische gevel was veroorzaakt door de Gelijkheidswet van 1898, die het Frans en het Nederlands op gelijke voet verplicht maakte voor alle wetgevende handelingen en voor officiële bekendmakingen. De Gelijkheidswet had de Waalse Beweging al fors aangezwengeld. Die was ontstaan als Mouvement de défense wallonne et francophone na de eerste voorzichtige taalwetten van 1873 en was ook zeer actief in Vlaanderen. De Luikse liberaal Jules Delaitte had na de parlementaire goedkeuring van de Gelijkheidswet voorgesteld om België op te delen in twee deelstaten, elk met een eigen parlement, en met een paritair samengesteld federaal parlement.

Jules Destrée had als pas verkozen socialistisch volksvertegenwoordiger de Gelijkheidswet mee gesteund - zij het schoorvoetend. Maar met zijn brief aan Albert I raakte hij meteen aan de fundamenten van het Belgische koninkrijk.

Het was geen toeval dat Destrées open brief werd opgenomen in de Revue de Belgique, het toonaangevende liberale tijdschrift dat steeds meer aandacht had voor de verzuchtingen van de Waalse Beweging - en dit onder de invloed van de internationaal vermaarde romanist maar ook Waalse activist Maurice Wilmotte. De open brief was overigens een klaroenstoot voor de oprichting van de Assemblée Wallonne, in oktober 1912. Die assemblee moest een informeel Waals parlement worden en de administratieve scheiding van België voorbereiden.

Jules Destrée was geen jonge socialistische rouwdouw meer toen hij zijn brief aan Albert I publiceerde. Hij was 49 en een gevestigde socialistische parlementair, die het zich al eens veroorloofde - wat hem in de eigen kring kwalijk werd genomen - de partijrichtlijnen naast zich te leggen. Sommige van zijn partijgenoten noemden hem daarom een salonsocialist. Destrée stond inderdaad ver van het volkse socialisme van Edward Anseele. Maar hij verdedigde zich telkens met: 'Wie de bourgeoisburcht wil ondermijnen, moet er eerst toegang toe krijgen.'

Zijn brief aan de koning schreef Destrée omdat de Walen zich bedreigd voelden door de Vlaamse, overwegend katholieke meerderheid die steeds verder ging met haar eisen. Een meerderheid die nog was versterkt door de verkiezing van 1912. De nationale eenheid werd door de Waalse Beweging verdedigd, zolang Vlaanderen tweetalig bleef. Twee jaar na zijn brief aan de koning herhaalde Destrée: 'De dag waarop het Frans uit Vlaanderen wordt gebannen zullen wij ons er als vreemdelingen voelen.'

Met de invoering van de Gelijkheidswet hadden de Walen al het gevoel gekregen dat Vlaanderen hen werd ontstolen - Destrée schreef ook letterlijk: 'Zij (de Vlamingen) hebben ons Vlaanderen ontstolen.' -, waardoor het Belgische project op slag veel minder interessant werd. En Destrée kondigde een nog groter onheil aan: 'De kroon op dit werk, dat zij (de Vlamingen) met hun onvermoeibare vasthoudendheid volbrengen, zal de verdwijning zijn van die laatste haard van Franse cultuur in Vlaanderen, de Gentse universiteit.'

Toen Bart De Wever, tijdens een van de eerste ontmoetingen na de verkiezingen van juni 2010 tegen Elio Di Rupo begon over de Waalse regionalisten, haalde de PS-voorzitter gelaten de schouders op en zei: 'De Waalse regionalisten? Ce sont des vieux messieurs...' Een van die vieux messieurs, zij het een gezaghebbende, is ongetwijfeld gewezen PS-voorzitter Guy Spitaels. Die zou in 2011, tijdens de aanslepende regeringonderhandelingen, nog eens uit de coulissen treden en aantonen dat de Waalse idee van Jules Destrée nog altijd leeft. In een opgemerkt gesprek met Le Soir zei Spitaels: 'België is een verloren zaak en wij hebben niet veel tijd meer om op een andere entiteit te wedden.' Wat later benadrukte de veel jongere Waalse PS-minister Jean-Claude Marcourt, ook al in Le Soir, dat de Walen veel te lang in het Belgische project hebben geloofd.

De historici Jean Stengers en Eliane Gubin trachtten in hun Histoire du sentiment nationale en Belgique de impact van de open brief van Jules Destrée wat te milderen. Het is juist dat Destrée zelf, zeker tijdens de Eerste Wereldoorlog en daarna, minder scherp uit de schors kwam. Maar de veenbrand die de Waalse socialist had aangestoken, bleef smeulen en zou gaandeweg naar Vlaanderen overslaan. Omdat de Vlamingen Destrée op zijn woord namen.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners