Zes op de tien voedingsmiddelen bevatten benzeen

26/09/12 om 09:45 - Bijgewerkt om 09:45

(Belga) Bijna zes op de tien voedingsmiddelen bevatten benzeen, hoewel de hoeveelheid meestal zo klein is dat geen gevaar dreigt voor de gezondheid. Toch is waakzaamheid nodig, want 6 procent bevat meer benzeen dan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) goed acht. Dat blijkt uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) en de Universiteit Gent naar benzeen in de voeding.

De WIV en de UGent onderzochten 455 verschillende voedingsmiddelen. In 58 procent daarvan vonden de onderzoekers benzeen, meestal in erg kleine hoeveelheden. Toch lag in 6 procent de concentratie boven de 10 µg/kilo (microgram per kilo), de limiet van de WHO voor drinkwater. De hoogste concentraties zaten in verwerkte levensmiddelen van dierlijke oorsprong, zoals gerookte vis of vlees, in salades en in hermetisch verpakte voedingsproducten. Volgens de onderzoekers is waakzaamheid nodig, maar is er geen gevaar voor de gezondheid. Een volwassene krijgt namelijk dagelijks maximaal 7,3 µg benzeen via voeding binnen, en dat is ruimschoots onder de toxische en kankerverwekkende dosis, en veel minder dan we dagelijks inademen. Een gemiddelde stadsbewoner bijvoorbeeld ademt dagelijks meer dan 90 µg benzeen in. Wie dagelijks 20 sigaretten rookt, inhaleert 400 µg benzeen. Benzeen is een vluchtige, organische stof die kankerverwekkend is. Het wordt gebruikt bij de productie van chemische producten als verf, detergenten en kunststoffen. Bovendien komt het vrij bij natuurfenomenen als vulkaanuitbarstingen, en bij de verbranding van fossiele brandstoffen of hout. Benzeen zit ten slotte ook in sigarettenrook en uitlaatgassen. (DLA)

Onze partners