Zes op de 100 Belgen sterven geen natuurlijke dood

14/09/11 om 17:02 - Bijgewerkt om 17:02

(Belga) Ieder jaar sterven iets meer dan 100.000 mensen in ons land. De overgrote meerderheid (93,7 procent) sterft een natuurlijke dood. De rest van de sterfgevallen (6,3 procent) is te wijten aan een niet-natuurlijke doodsoorzaak. Dat blijkt uit statistieken van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie. De gegevens dateren van 2006.

Zes op de 100 Belgen sterven geen natuurlijke dood

Mannen zijn met 7,8 procent vaker het slachtoffer van een niet-natuurlijke dood dan vrouwen, waar het cijfer op 4,8 procent staat. Onder een niet-natuurlijke dood wordt verstaan: zelfdoding (verklaart 1.934 van de overlijdens), verkeersongevallen (1.104 sterfgevallen), valpartijen (1.075 sterfgevallen) en andere uitwendige oorzaken zoals onder andere moord, verdrinking, verbranding, vergiftiging, drugs, explosies (2.196 sterfgevallen). Met uitzondering van valpartijen zijn mannen oververtegenwoordigd in al deze categorieën. Het Waals Gewest laat het hoogste percentage overlijdens wegens niet-natuurlijke oorzaak optekenen (7,4 procent), het Vlaams Gewest het laagste (5,5 procent). Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt daar met 6,9 procent tussenin. Tot en met de leeftijdsgroep 75 tot 79 jaar overlijden meer mannen dan vrouwen, vanaf de leeftijdsgroep 80 tot 84 jaar zijn de rollen omgekeerd. De verschillen tussen de twee geslachten zijn het kleinst in de leeftijdsgroep 10 tot 14 jaar en het grootst in die van 20 tot 24 jaar. Bij mannen is kanker de voornaamste doodsoorzaak (31 procent), gevolgd door hart- en vaatziekten (30 procent) en ziekten van het ademhalingsstelsel (12 procent). Vrouwen overlijden het vaakst aan hart- en vaatziekten (36 procent), kanker (23 procent) en ziekten van het ademhalingsstelsel (10 procent). (JDE)

Onze partners