Guillaume Van der Stighelen
Guillaume Van der Stighelen
Guillaume Van der Stighelen schreef na zijn reclamecarrière de bestseller Echt (Lannoo), over onze drang naar authenticiteit.
Opinie

25/08/15 om 11:55 - Bijgewerkt op 18/08/15 om 11:04

Ze zijn voorbij, die lange zomers

In de laatste week van de zomer, leest u elke dag van de week een zomercolumn van Guillaume Van der Stighelen.

Guillaume Van der Stighelen

Guillaume Van der Stighelen © Karl Meersman

Of de zomers vroeger warmer waren, ik zou het niet durven beweren. Eén ja, die van 1976. Van mei tot oktober broeierig heet. Julien Schoenaerts stond toen op het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen de Apologie van Socrates te declameren. Vanop een tafel op een van de terrassen die om vier uur 's ochtends nog vol zaten. Zo'n zomer. Maar het is de enige waarvan ik mij herinner dat hij warmer was. Wat ik wel met grote zekerheid kan zeggen, is dat de zomers vroeger langer waren. Veel langer.

Een vakantie begon met een toneelstukje of een dansje voor de ouders op school, en dan was het vuile kleren aan en spelen. Ronde van Frankrijk met knikkers in een piste in het zand. Dagen aan een stuk. Zwemmen in de vaart. Op stekelbaarzen vissen en salamanders vangen. Belga's roken. De grote jongens al Bastos. Kamperen aan zee en urenlang vliegerdraad uit de war prutsen en weer opwinden. Wachten op het water dat in de kasteelgracht moest lopen. Een eeuwigheid uitkijken naar vier uur, toen het tijd was voor een Luikse wafel.

Ze zijn voorbij, die lange zomers

© iStock

Delen

Ze zijn voorbij, die lange zomers

September was toen nog oneindig ver weg. Vandaag moeten we al kijken in de agenda of we vrij zijn het eerste weekend van oktober. Maar toen? Op de middelbare school wachtte ik niet meer op de ceremoniële uitreiking van rapporten. Naar het laatste examen, wiskunde, nam ik mijn rugzak mee. Ik kwam om halfnegen binnen en was om halftien buiten. Onderweg naar de Nederlandse grens, opgepikt door een brave automobilist die best wat gezelschap kon gebruiken op de lange weg naar Middelburg. Nog voor het middaguur stapte ik over de dijken van het Veerse Meer, waar de boot van mijn ouders lag. Ik verbleef er tot ik terug moest voor de herkansingen in augustus. Meestal voor de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en scheikunde, waarvoor gestudeerd moest worden. Een bezigheid die ik zo lang mogelijk uitstelde. Ik voelde toen al aan dat het opslaan en op gewenste ogenblikken oproepen van gegevens de eerste hersenactiviteit was die machines van de mens zouden overnemen.

Zomers van drie liefdes lang

Delen

Tijd, daar valt niet mee te lachen, zo zegt men

Maar de zomers dus. Die waren toen lang. Soms wel drie liefdes lang. Zeiler zijn heeft zijn charmes. Op voorwaarde natuurlijk dat je geen voorzitter wilt worden van een partij die een principiële voorkeur heeft voor roeien. Nu zullen de rekenwonders onder u allang de kalender erbij hebben gehaald en uitgerekend hebben dat zomers veertig of vijftig jaar geleden precies even lang waren als nu, op enkele schrikkelseconden na. Temperaturen en zonuren, die kunnen schommelen, dat weten we nu stilaan wel. Maar tijd, daar valt niet mee te lachen, zo zegt men.

Staat u mij toe het tegendeel te beweren. Het hangt er namelijk van af van welke tijdrekening men uitgaat. De meest gebruikelijke is de tijdrekening die de omwenteling van de aarde rond haar as als eenheid gebruikt. Een jaar is dan ongeveer driehonderdvijfenzestig van die eenheden lang. Een uur is een vierentwintigste. Die tijdrekening heeft het grote voordeel dat ze dezelfde is voor alle mensen. Zeer handig bij het maken van afspraken en het nemen van een vliegtuig bijvoorbeeld. Maar de tijdrekening die ik gebruik, gaat uit van een andere eenheid. Namelijk: de lengte van een leven. Met andere woorden, de tijd van uw geboorte tot dit eigenste ogenblik waarop u dit leest is 1. Als we die eenheid gebruiken, dan is een aardjaar voor mij bijvoorbeeld 1/60. En voor u, lezer, die volgens de verkopers van advertentieruimte in dit magazine eenendertig bent, hoogopgeleid en uitermate succesvol in het leven, voor u is een aardjaar afgerond 1/30. Dat is dubbel zo lang. Voor een kind van tien is een aardjaar één tiende van zijn leven. Voor een honderdjarige is datzelfde aardjaar één honderdste van zijn leven. Wat veel korter is. Een zomer van drie maanden duurt voor een vijftiger dus 1/200 of 0,005 levenseenheden. Voor een vijfjarige is dat 0,05 of tien keer zo lang.

Goed nieuws

Delen

Als u vijftig bent, vindt u iemand van vijfenvijftig een leeftijdsgenoot.

Een rare manier van rekenen, zult u als hoogopgeleide en uitermate succesvolle dertiger denken, maar zo gek is het niet. Toen u vijf was, waren kinderen van tien heel oud, want twee keer zo oud als u. Als u vijftig bent, vindt u iemand van vijfenvijftig een leeftijdsgenoot. Want maar één tiende ouder.

Toen ik als vijftienjarige terugblikte op mijn leven leek mij dat niet korter dan nu. Mijn leven was mijn leven, en dat is het nu nog. Even lang dus. Alleen, de zomers waren toen niet zo kort als deze. We zijn nog maar half juli en hij is al bijna voorbij. De dagen zijn al aan het korten. Zowel in mijn tijdrekening als in de universele. Verschrikkelijk. Maar is er ook goed nieuws. De winter die volgt, zal ook snel voorbij zijn.

Onze partners