Willy De Clercq, een liberaal van stand

28/10/11 om 20:03 - Bijgewerkt om 20:03

Knack-redacteur Walter Pauli neemt afscheid van Willy De Clercq 'een liberaal van stand.'

Willy De Clercq, een liberaal van stand

© Belga

Met Willy De Clercq (84) verliest het Vlaams liberalisme één van zijn drie historische na-oorlogse leiders. De eerste was Omer Van Audenhove, wiens erfenis hij bewaakte en doorgaf. De derde was Guy Verhofstads, wiens pad hij bereidde. En tussen die twee in zat dus Willy De Clercq, van de late jaren zestig tot de vroege jaren tachtig hét gezicht van het liberalisme in Vlaanderen. Een markante verschijning oog: al lang voor Siegfried Bracke manifesteerden Gentse politici zich graag met strik.

Het liberalisme waarin Willy De Clercq zijn lokale carrière in Gent begon in de jaren vijftig verschilde danig van het liberalisme waarvan hij in de jaren zestig als vice-premier het landelijke gezicht zou zijn. Dat kwam door de Diestse ondernemer Omer Van Audenhove, die als partijvoorzitter de oude en wat bescheiden Liberale Partij had omgevormd tot een open Partij voor Vrede en Vooruitgang. Die mikte in de vroege jaren zestig expliciet op niet klassiek liberale kiezers, wat in die tijd wilde zeggen: op middenstanders en vrije beroepen met katholieke achtergrond. Het zorgde bij de verkiezingen van 1963 voor een aardverschuiving: de nieuwe PVV boomde tot 21,6 procent, een score die de partij tot vandaag nog moeilijk kan evenaren.

In die context werd Willy De Clercq vicepremier (hij was in 1960 al eens een half jaar als jeune premier 'minister-onderstaatssecretaris' geweest in een kabinet dat geleid werd door vader Gaston Eyskens, maar viel over de Eenheidswet), de eeuwige secondant van eerste minister Paul Vanden Boeynants.

De mannen vonden elkaar wonderwel. Vanden Boeynants was meer middenstander dan christen-democraat, de jonge Willy De Clercq ontpopte zich tot een vice-premier zoals eerste ministers dat kunnen dromen. Loyaal aan het regeerakkoord, een liberaal met een Vlaams profiel die evenwel allesbehalve een flamingant was. In de omgang was hij een charmant man, wat de zaken ook vooruithelpt.

De Clercq en Vanden Boeynants waren ook gemààkt voor het nieuwe en machtige medium waarvan de politiek zich bediende: de televisie. Wie de kans krijgt, moet zeker de oude zwart-wit-beelden opduikelen. Twee markante figuren, zo herkenbaar op de buis: Vanden Boeynants met zijn pijp, zijn Brussels accent, zijn lef, en dan De Clercq, die zichtbaar ja en neen knikt als Vanden Boeynants iets beweert dan wel bestrijdt: ook een markant hoofd, een herkenbare dictie, ook een begenadigd spreker, zij het in taal die even veel krullen bevat als zijn hoofd.

Zeker, Willy De Clercq outte zich vanaf het eerste moment als het gezicht van de partij die de zaken mogelijk maakt. Dat lijkt vandaag misschien een beetje gemakkelijk maar was toen best innovatief. Ten eerste was hij de man die, in het zog van Van Audenhove, het vaste carcan had doorbroken. Tot dan was de vaste volgorde: de christen-democraten waren de grootste partij, met scores die gemakkelijk tot boven de veertig procent klommen, dan kwamen de socialisten, en ver achterop de liberalen. Als de socialisten het te bont maakten, mochten de liberalen meedoen. Maar dat hing altijd van de anderen af. Vanaf de tweede helft van de jaren zestig, met de tandem Omer Vanaudenhove (partijvoorzitter) en Willy De Clercq (vicepremier) aan het roer, veranderde dat. De liberalen werden een speler op eigen kracht.

Van Audenhove haakte al einde jaren zestig af van de actieve politiek, en vanaf dat ogenblik was Willy De Clercq de eerste man van het Vlaamse liberalisme. Hij had een paar vaste medestanders, zoals de Lierse burgemeester Herman Vanderpoorten, de Antwerpenaar Frans Grootjans en de jongere maar energieke Oost-Vlaming Herman De Croo. Maar zeer talrijk waren zijn troepen niet. Van Audenhove had de ramen van de PVV wel opengezet, maar die kiezers houden bleek bijzonder moeilijk. Zeker omdat de tijdgeest in de vroege jaren zeventig erg 'linkserig' was, en tegelijk de politieke agenda steeds nadrukkelijker gedomineerd werd door het communautaire. In beide gevallen speelden de liberale partij een uitwedstrijd. In de jaren zestig loodste hij de PVV bij herhaling in een regering: in de tripartiete die geleid werden door Edmond Leburton (1973-1974) in de regering Tindemans I (1974-1977) en in het kortstondige kabinet Martens IV (mei tot oktober 1980). Als De Clercq tot een regering toetrad, was hij doorgaans vice-premier en minister van financiën. Als de PVV in de oppositie verdween, werd hij opnieuw partijvoorzitter.

Hoewel De Clercq zijn partij vaak uit de oppositie wist te houden, was hij niet vaak aan het feest op verkiezingsdagen. Regeringsdeelname was destijds ook een heikele klus, met slechte regeringen met een redelijk populaire christen-democratische premier (vader en later even zoon Eyskens, Tindemans of Martens), die dan vaak door een vleugel van de eigen partij ten val werd gebracht, waardoor de CVP zelf de electorale bonus incasseerde: en van het regeren, en van het principiële verzet tegen dit of dat). Voor een 'mogelijkmaker' als De Clercq was dat geen interessante positie. Ook al omdat hij van tijd tot tijd zijn eigen achterban tegen de haren durfde instrijken: dokter André Wynen, destijds de almachtige leider van de artsensyndicaten, dreigde met een opstand omdat De Clercq de vermelding van het artsenhonorarium op de fiscale strook had verplicht. In 1977 werd de PVV pas de viérde partij in Vlaanderen, na CVP, SP en de opkomende Volksunie.

Tegen het einde van dat moeilijke decennium kregen de liberalen ineens weer wind in de zeilen. De tijdsgeest, ongetwijfeld - in de VS had Reagan de macht gegrepen en in Groot-Brittannië Margaret Thatcher, het neo-liberalisme stond op het punt door te breken - en in eigen land weigerden vooral de Waalse socialisten een redelijk sociaal-economisch beleid te voeren, laat staan een aanvaardbare begroting in te dienen. En in eigen rangen zag De Clercq een jong talent opstaan: zijn eigen politiek secretaris Guy Verhofstadt, een jonge jurist uit het Gentse, vol van liberale boeken, liberale filosofen, liberale aanvalsplannen en liberale politiek.

Willy De Clercq sloeg zijn slag. Na de verkiezingen van 1981, waarin de CVP een traumatiserende nederlaag leed en de socialisten het niet eens zo slecht deden, manouvreerde hij zo dat Wilfried Martens een rooms-blauwe regering zou vormen. Ongeveer tegelijk liet hij oogluikend de PVV-Jongeren de macht grijpen op het beruchte 'Congers van Kortrijk'. Net zoals de jonge De Clercq vele jaren vroeger de vice-premier werd voor de vernieuwende voorzitter Van Audenhove, werd de oudere De Clercq de vice-premier terwijl Guy Verhostadt de nieuwe partijlijnen zou uitzetten.

De Clercq werd minister van financiën van 1981 tot 1985, het was ditmaal de tijd voor nadrukkelijke liberale accenten, zoals de wet Cooreman-De Clercq, de wet die de Belgen ertoe moest aanzetten aandelen te kopen en vervolgens fiscale voordelen te genieten. Nadien trekt hij naar de Europese Commissie, waar hij de prestigieuze post krijgt van Buitenlandse Betrekkingen en Handelspolitiek. Nota bene in de eerste Commissie die geleid werd door de Franse socialist Jacques Delors: dus toen het belang van het Europese beslissingsniveau met stip steeg. Dat De Clercq zijn werk meer dan behoorlijk had gedaan, bewijst het feit dat uitgerekend Delors zeer ontstemd was toen zijn Belgische commissaris in 1989 moest verdwijnen, omdat de PVV in de oppositie verdween en SP-voorzitter Karel Van Miert, een man van de nieuwe meerderheid, zijn plaats innam. Dergelijke binnenlandse flauwekul irriteerde Delors mateloos: Van Miert (en met hem dus België) werd 'gedegradeerd' tot het nederige departement 'vervoer en consumentenbeleid' - nadien heeft Van Miert op eigen kracht en verdienste zich opgewerkt tot vicevoorzitter van de Commissie Delors III, maar dat is een ander verhaal. Feit is dat de Europese decisionmakers in 1989 het gedwongen vertrek van Willy De Clercq betreurden: hij had uitstekend werk geleverd.

Vanaf dat ogenblik volgde een lange herfst. De Clercq 'maakte mogelijk', en Verhofstadt kon op regelmatige tijd zijn steun gebruiken. Bij de omvorming van de PVV tot VLD, Partij van de Burger (een nieuwe poging tot verbreding) was er veel gemor in eigen rangen, vooral in de liberale zuil (vakbond, mutualiteit), maar De Clercq gebruikte zijn gezag om Verhofstadt te steunen en eventuele dissidenties te ontmoedigen. De cruciale Europese verkiezingen van 1994 werden een fiasco. Niet omdat De Clercq en zijn lijst het zo slecht deden - integendeel, men won een zetel - maar omdat de verwachtingen onrealistisch hoog gespannen waren en de actieve VLD-kopstukken niet meededen, getrouw het eigen, strenge cumulverbod. Willy De Clercq zou nadien nog één keer bepalend zijn. Het waren de hoogdagen van paars, en toch slaagden premier Guy Verhofstadt en partijvoorzitter Karel De Gucht er ei zo na in de regering kapot te maken en de eigen partij uit elkaar te rijten in hun meningsverschil inzake de strategie rond het migrantenstemrecht. De stokoude Willy De Clercq hield toen zijn laatste memorabele interventie. Wat hij zei deed er minder toe dan dàt hij sprak, nadrukkelijk opriep tot eenheid (rond Verhofstadt), en hoe hij het zei: oprecht, doorleefd, met een overtuiging.

Zo was Willy De Clercq, zo begon hij zijn carrière, zo maakte hij zijn loopbaan en zo volbracht hij zijn politieke leven: als een liberaal die de zaken mogelijk maakte en vooruit hielp. In zijn partij, in de regering ook. Een man die persoonlijk fraaie electorale successen haalde, maar niet de politieke leider de zijn partij tot grote electorale successen stuwde. Dat was zijn voorganger en zijn opvolger gegeven, en minder aan De Clercq. Desondanks blijft hij een grote figuur uit het liberalisme in Vlaanderen, volgens de goede Gentse traditie: tolerant, dus anti-totalitair (De Clercq had een hekel aan het Blok, een aversie die hij overmaakte aan Verhofstadt). Lange tijd was Willy De Clercq bekend en populair, van tv-programma's tot cameo-verschijningen in 'Nero', en dus ook alomtegenwoordig in de Vlaamse publieke opinie. Tot de ouderdom hem inhaalde, jaren geleden reeds.

Walter Pauli

Lees meer over:

Onze partners