Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

18/12/17 om 10:06 - Bijgewerkt op 09/01/18 om 14:00

'Willen we discriminatie serieus nemen, dan mogen we ons niet blindstaren op een gelijkheidsfetisj'

'Willen we discriminatie serieus nemen, doen we er goed aan om discriminatierecht niet tot een gelijkheidsfetisj te herleiden', schrijft Stéphane Heusequin, één van de genomineerden voor de Scriptieprijs. 'Geen gelijkheid, maar wel gelijke waardigheid en voldoende vrijheid voor iedereen: dát is een rechtvaardige samenleving.'

'Willen we discriminatie serieus nemen, dan mogen we ons niet blindstaren op een gelijkheidsfetisj'

© istock

Meer dan 30 jaar geleden werd in België, mede onder impuls van Europa, de 'Antiracismewet' gestemd. Het toepassingsgebied van de Antiracismewet was eerder bescheiden: enkel discriminatie op grond van (vermeend) ras en daaraan gerelateerde gronden werd verboden. De wet gaf echter de aanzet tot het 'algemene discriminatierecht' zoals we op vandaag kennen.

Delen

Willen we discriminatie serieus nemen, dan mogen we ons niet blindstaren op een gelijkheidsfetisj

Een discriminatieverbod bestaat uiteraard al veel langer. Artikels 10 en 11 van onze Grondwet beschermen ons reeds sinds 1831 tegen discriminatie door de overheid. Het vernieuwende van de antidiscriminatiewetten was dat voor het eerst ook aan bepaalde particulieren een verbod werd opgelegd om te discrimineren. Een discriminatieverbod voor overheden staat uiteraard niet ter discussie. Van een overheid mag je logischerwijze verwachten dat zij 'neutraal' is en iedereen gelijk behandelt, steeds met het algemeen belang in het achterhoofd. Bij particulieren is het anders gesteld: we zijn niet verplicht om steeds rationeel en altruïstisch te handelen in onze relaties tot anderen. Toch groeide het besef dat burgers in hun zoektocht naar werk, hobby's en geluk niet enkel door de overheid, maar eveneens door werkgevers, verkopers en verenigingen gehinderd kunnen worden. Vandaar dat overheden sinds de jaren '70 van de vorige eeuw door middel van het recht ook discriminatie in de private sfeer trachtten te bestrijden. Deze tendens werd in België na veel verhitte discussies gefinaliseerd met de goedkeuring van de algemene 'Antidiscriminatiewet' in 2003.

Een hele resem nieuwe discriminatiegronden zag het daglicht en kende sindsdien een gestage uitbreiding. Anno 2017 mag je in België niet langer discrimineren op grond van ras, huidskleur, nationaliteit, etniciteit, nationaliteit, geslacht, genderidentiteit, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geloof, politieke of syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, fysieke eigenschappen, handicap, sociale afkomst of type arbeidsovereenkomst. Een hele boterham.

Politiestaat

Discriminatierecht was geboren, en de controverse eveneens. Volgens sommige critici, waaronder professor Matthias Storme (KUL), zou een algemene antidiscriminatiewet algauw tot een 'politiestaat' leiden, waarin burgers gedwongen worden om elke vorm van onderscheid objectief en redelijk te verantwoorden voor de rechter. Dit zou volgens de rechtsgeleerde onvermijdelijk leiden tot een vier-ogenmaatschappij waarin men niet langer publiekelijk durft een huis te verhuren of een vacature te plaatsen, uit angst voor vervolging. Met enig gevoel voor dramatiek, verkondigde de professor zelfs te zullen onderduiken als het ooit zo ver komt.

Bijna 15 jaar later woont Storme nog steeds in België, maar zijn kritiek op discriminatierecht blijft hij gepassioneerd verkondigen. Had Storme gelijk, of was het allemaal wat overdreven? Tijd voor een grondige evaluatie van de antidiscriminatiewetten.

Nattevingerwerk

Een eerste vaststelling is dat discriminatierecht slechts weinig strikte normen bevat.

Wie dacht dat de wetten klaarheid en duidelijkheid zouden scheppen, kwam bedrogen uit. Niet elk onderscheid op grond van een beschermd kenmerk is immers steeds verboden. In vele gevallen kan een rechter nog steeds in concreto beslissen dat een bepaalde vorm van ongelijke behandeling 'gerechtvaardigd' is. In juridisch jargon gaat het om de proportionaliteitstoets, in mensentaal komt het eigenlijk veelal neer op buikgevoelens en nattevingerwerk.

Soms is het gezond verstand natuurlijk voldoende: we voelen allemaal aan dat er geen enkel probleem is wanneer uitsluitend zwarte mannen worden gecast voor de rol van Martin Luther King, of wanneer enkel vrouwen met bepaalde welgevormde esthetische eigenschappen in aanmerking komen als lingeriemodel. In andere gevallen is het veel minder duidelijk. Zo weten we nog steeds niet of een werkgever een moslima mag verbieden een hoofddoek te dragen op de werkvloer en of een conservatieve huisbaas mag weigeren te verhuren aan een homoseksueel koppel op grond van zijn gewetensvrijheid.

Met belangenweging is natuurlijk niets mis, want elke zaak is anders. Er is inderdaad een verschil tussen een buitenwipper die homo's de toegang weigert in een dancing en een centrum voor bloeddonatie dat homoseksuelen uitsluit als donor. Het probleem met het huidige discriminatierecht is echter dat het geëvolueerd is tot een onoverzichtelijk amalgaam van regelgeving, waarvan de uitkomst zeer moeilijk te voorspellen is. En hoe meer regels, hoe moeilijker het wordt het werkelijke doel van discriminatierecht te achterhalen.

Geen gelijkheid onder de gelijken

Rechtsonzekerheid is niet de enige kritiek op het huidige discriminatierecht. Ironisch genoeg blijkt discriminatierecht is vele opzichten zélf discriminerend van aard te zijn. Zo worden de discriminatiegronden 'ras' en 'geslacht' veel strenger beschermd dan andere discriminatiegronden. Een racist die weigert te verkopen aan een zwarte riskeert een gevangenisstraf, terwijl een homofoob die weigert te verkopen aan een homoseksueel er vanaf komt met schadevergoeding. De wetgever legt niet uit waarom de ene vorm van discriminatie strenger gehandhaafd moet worden dan de andere. Er is geen gelijkheid onder de gelijken.

Ook merken we dat, zelfs na de uitbreiding van de lijst met discriminatiegronden, een heleboel discriminatiegronden nog steeds aan het toepassingsgebied van de wet ontsnappen. Juridisch gezien kan je bijvoorbeeld nooit gediscrimineerd worden omwille van een strafblad dat je 10 jaar geleden opgelopen hebt. Gaat het om een logische redenering, of munten ex-gedetineerden nu eenmaal minder sterk uit in lobbywerk dan vrouwen en transgenders?

Bizarre uitkomsten

Een strikte toepassing van de huidige wetgeving leidt nu en dan ook tot absurde resultaten. Evenementen zoals 'Ladies at the movies' of fitnesscentra uitsluitend voor mannen of vrouwen zijn eigenlijk steeds verboden. Ongelijke behandeling op grond van geslacht in het domein van dienstverlening kan volgens de wet immers nóóit gerechtvaardigd zijn, tenzij het gaat om een uitzondering die 'expliciet voorkomt in een door de regering uitgevaardigd Koninklijk Besluit'. Klein probleem: van dit Koninklijk Besluit ontbreekt al 10 jaar elk spoor...

De reden hoeft niet ver gezocht te worden: probeer maar eens aan álle mogelijke situaties te denken waarin een ongelijke behandeling tussen mannen en vrouwen gerechtvaardigd is. Om dezelfde reden kan een sociaal geëngageerde werkgever vandaag een vacature evenmin voorbehouden aan kansarmen, want ook hier ontbreekt de wettelijk vereiste lijst met toegelaten gevallen van 'positieve discriminatie'.

Of hoe een stortvloed aan regels soms onverwachts kan uitdraaien, in het nadeel van degenen die het tracht te beschermen.

Inflatie van het discriminatiebegrip, met dank aan gelijkheid

Het grootste pijnpunt van het huidige discriminatierecht is wellicht dat het discriminatiebegrip veel te ruim wordt opgevat. De Nederlandse rechtsgeleerde Rikki Holtmaat benoemt dit mooi met de 'inflatie van het discriminatiebegrip': door het discriminatieverbod op te veel pietluttigheden toe te passen, verliest werkelijke discriminatie elke morele betekenis. Discriminatie op grond van leeftijd lijkt daardoor bijna even problematisch als discriminatie op grond van huidskleur.

Boosdoener van dit alles is de foutieve overtuiging dat een discriminatieverbod alles met gelijkheid te maken heeft. Het verbod om te discrimineren zou volgens vele auteurs de keerzijde zijn van de plicht om iedereen gelijk te behandelen. "Gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden", zo klinkt de eeuwenoude volksspreuk die sinds oudsher aan Aristoteles toegewezen wordt. Onder het mom 'iedereen gelijk', wordt er inderdaad voortdurend gediscrimineerd. Jongvolwassenen omdat ze geen leeftijdskorting krijgen, mannen omdat ze niet naar Ladies at the movies mogen, homoseksuele koppels omdat enkel man-vrouw koppels mogen deelnemen aan een danswedstrijd, ...

Vanuit deze opvatting, is gelijkheid steeds het uitgangspunt en discriminatie de uitzondering. Wie ongelijk behandelt, moet steeds goede redenen aangeven om dit te verantwoorden. Kinepolis mag dus gaan uitleggen waarom het noodzakelijk is een filmevenement uitsluitend voor vrouwen te organiseren. "Het brengt mooi geld op" is helaas geen afdoend argument in het licht van het gelijkheidsbeginsel...

Discriminatie en menselijke waardigheid

Hoe kan het beter? Niet door discriminatierecht compleet af te schaffen, maar door simpelweg de opvatting te verlaten dat een discriminatieverbod vanuit gelijkheid gerechtvaardigd moet worden. Mensen zijn niet gelijk en zullen het ook nooit zijn. We zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Dat is een immens verschil. We hebben niet de plicht om iedereen gelijk te behandelen, want iedereen is verschillend, maar we hebben wél de morele plicht om iedereen met een minimum aan waardigheid te behandelen. Menselijke waardigheid betekent dat je mensen behandelt als mensen, elk met een intrinsieke en onuitwisbare waarde. Het is iets dat iedereen bezit, simpelweg omdat hij of zij mens is.

Een discriminatieverbod zou daarom beter vanuit menselijke waardigheid worden gerechtvaardigd. Discriminatie zou dan enkel verboden én strafbaar zijn wanneer een ongelijke behandeling wordt ingegeven door kwaadaardige vooroordelen tegenover bepaalde bevolkingsgroepen. Een 'vooroordeel' kan worden omschreven als het geloof in de minderwaardigheid van een bepaalde groep mensen op grond van kenmerken die vanuit moreel oogpunt irrelevant zijn ('zwarten zijn apen', 'homo's zijn vies').

Discriminatie komt in dit geval neer op dehumanisering - bepaalde categorieën van mensen degraderen tot iets 'lager' dan een mens - wat de daad van discriminatie op zichzelf immoreel maakt. Een discriminatieverbod is dan simpelweg een toepassing van het recht op menselijke waardigheid. Voor onversneden racisme, seksisme en homofobie is inderdaad geen plaats in een rechtvaardige samenleving.

Discriminatie en vrijheid

Voor vele mensen zal deze invulling van discriminatie eerder het minimum zijn, maar op zichzelf onvoldoende. Een werkgever die mannelijke werknemers boven vrouwelijke werknemers verkiest, zou vanuit deze opvatting immers zelden iets verkeerd doen. Wanneer hij dit simpelweg doet omdat hij niet het risico wil lopen een vervanger te zoeken wanneer de vrouw met zwangerschapsverlof zou gaan, heeft dit immers weinig te maken met kwaadaardige vooroordelen tegenover vrouwen. Vrouwen worden nu eenmaal zwanger en mannen niet.

Op individueel niveau stellen er zich weinig problemen. Als een man toevallig een job misloopt omdat zijn gezicht de baas niet aanstaat, heeft hij eveneens pech. Het probleem van geslachtsdiscriminatie in de arbeidssfeer stelt zich eerder op structureel niveau: als een heleboel werkgevers op dezelfde manier denken, dan loopt de groep vrouwen immers het risico aanzienlijk benadeeld te worden op de arbeidsmarkt. Dit is onrechtvaardig, omdat geslacht een arbitrair kenmerk is waar je niet voor kiest. Hetzelfde gaat op voor de weigering om een gebouw rolstoeltoegankelijk te maken voor een gehandicapte werknemer. Er is geen kwaadaardig vooroordeel tegenover mensen in een rolstoel, maar wanneer vele ondernemingen op dezelfde kost-efficiënte manier denken dreigen rolstoelpatiënten inderdaad aanzienlijk beperkt te worden in hun autonomie.

In deze gevallen is de 'daad' van discriminatie op zichzelf niet immoreel, maar creëert het wel degelijk problematische gevolgen. Het 'lidmaatschap' van een bepaalde groep mag immers niemand zijn kansen op zelfontplooiing ontnemen. In een ideale samenleving is er geen gelijkheid tussen individuen, maar wel gelijkheid tussen groepen. Anders gezegd: de 'groep' waartoe je behoort (man of vrouw, blank of gekleurd, handicap of geen handicap, ...) zou geen significante invloed mogen hebben op je kansen op succes in het leven. Het gaat dan ook helemaal niet om gelijkheid an sich, maar wel om voldoende vrijheid voor iedereen.

Hoop doet leven

Als we menselijke waardigheid en vrijheid verkiezen boven gelijkheid, ziet een discriminatieverbod er fundamenteel anders uit. Vanuit ethisch oogpunt zou het logischer in elkaar zitten: Kinepolis mag gerust Ladies at the movies blijven organiseren, want het schendt niemand in zijn waardigheid, noch beperkt het een groep mensen op significante wijze in hun vrijheid. Vanuit juridisch oogpunt zou de wet bovendien simpeler, voorspelbaarder en consistenter worden. In een heleboel levensdomeinen zou vrijheid - en niet gelijkheid - opnieuw het uitgangspunt worden. Niet langer nood aan ellenlange lijstjes met uitzonderingsgevallen in onbestaande K.B.'s.

Onlangs heeft een commissie van experts zijn eerste evaluatieverslag van de nieuwe antidiscriminatiewet gepubliceerd. Enkele van de reeds aangehaalde knelpunten worden hierin aangekaart. Toch blijkt het voornamelijk om oplapwerk te gaan. Een fundamentele hervorming van het discriminatierecht, met een andere onderliggende grondslag dan 'gelijkheid', komt niet aan de orde.

De opstellers van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens wisten het nochtans al in 1948: mensen zijn niet gelijk, maar wel gelijk in waardigheid en vrijheid. Hopelijk houden de experts van het evaluatiecomité hier rekening mee in hun volgende verslag.

Stéphane Heusequin is één van de vijf genomineerden van de Vlaamse Scriptieprijs 2017. Via die wedstrijd gaat Scriptie vzw jaarlijks op zoek naar de beste bachelor- en masterproeven geschreven aan de Vlaamse hogescholen en universiteiten. Vanavond raakt in de Minard in Gent bekend of Heusequin de prijs en bijhorende geldsom van 2.500 euro in de wacht sleept. www.scriptieprijs.be"

Onze partners