”Wij tegen de rest’ is pure N-VA-retoriek’

Bart De Wever (N-VA) en Elio Di Rupo (PS). © Belga
Simon Demeulemeester

‘Welk soort politiek willen we? De kiezer heeft zijn eigen gedacht.’ In de zomerreeks ‘Wat wordt de inzet van de federale verkiezingen in 2014?’ deed Knack.be een rondvraag bij de politieke journalisten. In deze slotaflevering bespreken politicologen Carl Devos en Dave Sinardet enkele opvallende stellingen in de reeks.

‘De inzet wordt…’

Dave Sinardet (Vrije Universiteit Brussel): ‘Het is interessant stil te staan bij wat politieke journalisten en commentatoren ‘de inzet van verkiezingen’ noemen. Ze zijn daar vaak heel stellig in, alsof het een objectief vast te stellen feit is. Maar op die manier geven ze er uiteraard ook zelf mee vorm aan. Als zij blijven herhalen wat volgens hen de inzet is, als ze alle politieke gebeurtenissen in dat kader duiden, analyseren en interpreteren, dan wordt dat een self fulfilling prophecy, dan wordt dat de inzet. Bovendien zullen ze op basis daarvan ook de verkiezingsresultaten interpreteren achteraf.’

Carl Devos (Universiteit Gent): ‘De inzet van verkiezingen gaan vaak over andere kwesties dan die waarrond de partijen de verkiezingen willen doen draaien. De kiezer heeft zijn eigen gedacht, dat vaak afwijkt van het zogenaamde ‘signaal van de kiezer’ dat politici menen te ontwaren in de verkiezingsuitslag. Kiezers zijn doorgaans vooral met ‘eten en drinken’ bezig, minder of niet met allerlei Wetstraatstratego.

We kunnen ons nu al verwachten aan een lawine aan informatie en duiding. Behalve politicologen en journalisten heeft niemand de tijd om dat allemaal te volgen. Dus zoeken kiezers wellicht enkele herkenbare ‘rode draden’, die gebald vatten waar partijen voor staan en aangeven hoe ze de aan politiek willen doen. Politici die de kiezers goed aanvoelen, weten dat het niet gaat om wat partij x zegt over bijvoorbeeld energie. Psychologie wordt even belangrijk als inhoudelijke programmapunten.’

‘Het antwoord is simpel en zal bij vele ervaren journalisten hetzelfde klinken: ‘Wordt de N-VA incontournable in 2014?” (Johny Vansevenant – Wetstraatjournalist VRT)

Dave Sinardet: ‘Die stelling kwam erg vaak terug. En dat is wat de N-VA zelf ook zegt. Dat de verkiezingen draaien rond ‘wij tegen de rest’, is pure N-VA-retoriek. En in de politiek geldt: wie erin slaagt zijn of haar retoriek mainstream te maken, oogst een symbolische macht die gemakkelijk in reële macht kan omgezet worden. Die analyse is dus sterk in het voordeel van de N-VA.

Ik stel ook vast dat men vanuit die logica stelt dat als de N-VA niet incontournable is, men het sowieso zonder die partij zal doen. Ik weet dat nog niet zo zeker. Het zal ook afhangen van de scores van de andere individuele partijen. De kans is groot dat de sleutel uiteindelijk weer bij CD&V ligt, als die de tweede partij wordt. Bij wijze van boutade kan je zeggen dat politiek in België erop neer komt dat mensen stemmen en dat uiteindelijk de CD&V over de coalitie beslist. In 2007-2008 was het al: quid CD&V? Zouden ze een regering vormen of het kartel behouden? En ook in 2010-2011: er was geen kartel meer, maar een jaar lang wou CD&V niet onderhandelen zonder N-VA, tot wanneer N-VA niet wou onderhandelen over de nota Di Rupo. Ook in 2009 koos CD&V voor N-VA in de Vlaamse regering, wat dan weer zeer vlot ging omdat N-VA wel graag in die regering wou. De kans is groot dat CD&V opnieuw in zo’n positie zit in 2014. En ja, de verhoudingen met N-VA liggen nu zeer moeilijk, maar na de verkiezingen is iedereen weer maagd.’

Carl Devos: ‘Partijen proberen altijd zichzelf tot inzet van de verkiezingen te verheffen. Maar je kan niet ontkennen dat de score van N-VA doorslaggevend is voor wat deze verkiezingen zullen betekenen.’

‘Als N-VA en MR winnen, dan vinden ze elkaar misschien in een rechtse regering’ (Francis Van de Woestijne – Politiek redacteur La Libre Belgique)

Dave Sinardet: ‘Dat lijkt me vooral gespin. Hoewel dat wel vaker circuleert en Bart De Wever onder meer in ondernemerskringen laat verstaan dat idee niet ongenegen te zijn, geloof ik niet dat dit ooit zal gebeuren. Zo’n centrumrechtse federale regering betekent de facto dat er geen staatshervorming komt. Zonder PS, SP.A, de groenen, FDF en Vlaams Belang heb je daar naar alle waarschijnlijkheid niet de benodigde tweederde meerderheid en meerderheid in elke taalgroep voor. Het komt dus hierop neer voor N-VA: willen we een rechtse federale regering zonder staatshervorming of kiezen we voor een staatshervorming met de PS?

Als Bart De Wever het eerste al zou willen, krijgt hij het lossen van die staatshervorming nooit verkocht in zijn partij. Dat moet met twee derde goedgekeurd worden door een N-VA-congres. N-VA is de voorbije jaren weliswaar verrechtst, maar de kern van haar bestaan blijft het Vlaams-nationalisme. Zoals Jan Peumans onlangs in een interview bevestigde: het socio-economische discours staat bij N-VA ten dienste van het Vlaams-nationalistische project. Als ze moet kiezen tussen haar nationalistische agenda en haar sociaaleconomische programma, dan koos ze in het verleden altijd voor het eerste. Dat was zo in 2007, toen men een centrum-rechtse federale regering kon vormen maar de staatshervorming de prioriteit kreeg, waardoor onvermijdelijk de PS terug aan boord moest. En ook in 2009 toen de N-VA voor haar toetreden tot de Vlaamse regering de oprichting van een Vlaams publiek energiebedrijf, een Vlaamse kindpremie en een Vlaamse hospitalisatieverzekering vroeg. Eerder links-etatistische voorstellen, maar perfect logisch vanuit een Vlaams-nationalistische overtuiging. En onder meer om dat te financieren, werd de Vlaamse belastingverlaging ongedaan gemaakt. Niet moeilijk dat er meteen een akkoord was met SP.A toen.

Het is ook pas sinds de lange federale regeringsonderhandelingen van 2010-2011 dat de N-VA zo duidelijk de rechts-liberale kaart is gaan trekken in de communicatie.’

Carl Devos: ‘Ik sluit niet zo radicaal uit dat N-VA kiest voor een centrumrechtse regering met MR, ook zonder confederale omslag. De N-VA is er immers erg voor beducht om gezien te worden als een partij waarvoor het niet nuttig stemmen is. En terecht, zie maar wat dat met het Vlaams Belang gedaan heeft . Ze moet dus erg subtiel communiceren: enerzijds is er nood aan confederalisme, omdat het systeem niet meer werkt. Anderzijds, als het echt niet anders kan, kunnen ze in afwachting al hun sociaaleconomische agenda doorvoeren. Kort gezegd: ‘Neen, België werkt niet, maar het werkt dankzij ons iets minder slecht.’

Dave Sinardet: ‘Dat ze dat zo communiceren lijkt me inderdaad logisch. En als zo’n centrum-rechtse regering mogelijk zou zijn, komt er wellicht vanuit rechtse kringen druk op N-VA. Misschien treedt men dan toe tot onderhandelingen daarover, maar ik denk niet dat men het tot een stemming binnen de partij over effectieve regeringsdeelname zal laten komen. Je mag niet onderschatten dat in Vlaams-nationalistische middens heel sterk het idee leeft dat 2014 hét moment is om de beslissende stap te zetten in het ontmantelen van België. Alle contextfactoren lijken ideaal:de populariteit van Bart De Wever is nog steeds groot, de peilingen zijn rooskleurig, er is een Franstalige premier, de internationale economische context is slecht waardoor de regering moet besparen, … : het is 2014 of nooit volgens hen. En dan zou de N-VA dat momentum verloren laten gaan door een federale regering te vormen met ‘goede vriend Didier (Reynders, nvdr.)’ zonder enige relevante stap richting Vlaamse autonomie? En die precies het tegendeel zal gaan bewijzen van wat de N-VA al jaren zegt: namelijk dat je in België dan toch een goed, rechts beleid kan voeren zonder de PS.’

Carl Devos: ‘Je kan dat ‘nu of nooit’-argument ook anders interpreteren, in het licht van een ander belangrijk element: na 2014 zijn er vijf jaar geen verkiezingen meer. Dat is een eeuwigheid om allerlei hervormingen door te drukken. Als dat confederalisme niet kan, maar ze kunnen wel heel wat inhoudelijke centrum-rechtse hervormingen doorvoeren, dan kunnen ze ook zeggen dat ze deze kans nu niet mogen laten schieten, anders was een N-VA-stem nutteloos. “Goed, het is dan geen confederalisme, maar dan werkt België met N-VA toch wat minder slecht,” zou hun retoriek kunnen zijn. Binnen 5 jaar is de wereld fundamenteel veranderd, wie zegt dat ‘de sprong’ in 2019 nog kan gemaakt worden?’ 2010 leerde hoe onvoorspelbaar politiek is, je kan dus best vooraf niet teveel uitsluiten.’


‘Op 25 mei 2014 zal men zich – als het goed is – voor het eerst sinds lang niet meer kunnen verschuilen achter boutades en façades. Noch de traditionele partijen noch de N-VA.’ (Ann Peuteman – politiek redacteur Knack)

Carl Devos: ‘Het weze duidelijk dat ook de uitdager uitgedaagd zal worden om de kaarten op tafel te leggen. N-VA moet beslissen: is het confederalisme een doel of een middel? Die discussie wordt nu al gevoerd binnen de partij, en sommigen zijn daar nerveus over.

Het is afwachten tot hun congres over confederalisme. Stellen ze een soft confederalisme voor, dan lopen ze het risico dat er mensen afhaken wegens te flauw: “Is het dat maar?”. Stellen ze dat confederalisme echter scherp, dan lopen ze het risico te radicaal bevonden te worden. Geert Bourgeois heeft in die zin gelijk als hij zegt dat ze incontournable moeten worden om hun zin te kunnen doordrukken.’

Wat wordt nu de inzet van de federale verkiezingen in 2014, volgens de heren politicologen?

Dave Sinardet: ‘Er zijn voor de mensen erg veel inzetten, die soms onzichtbaar zijn. Het gaat om concrete kwesties als de wachtlijsten in de gezondheidszorg of de moeilijkheden bij het opstarten van een bedrijf. De waarnemers daarentegen kijken eerder naar de politique politicienne, zij volgen een Wetstraat-logica.’

Carl Devos: ‘Een belangrijke vraag wordt: in welke oplossing geloven wij? Welk soort politiek willen we? Daarbij staat, erg symbolisch, de grootste partij lijnrecht tegenover het systeem. De traditionele partijen willen via geleidelijke hervormingen de welvaart proberen garanderen. Bij N-VA klinkt het dat ze forser aan het roer zullen draaien, dat er minder ruimte voor uitzonderingen zal zijn. Dan gaat het niet meer om een staatshervorming, maar om een confederale omslag. Een staatshervorming 1.0., zeg maar.

De N-VA staat daarbij overigens voor een grote uitdaging. Als ze op allerlei terreinen, pensioenen of werkloosheid, harde verandering belooft, dan kan dat kiezers afschrikken. In dat opzicht lijkt het mij dat de klassieke partijen er belang bij hebben de N-VA weg te zetten als een revolutionaire partij die alles overhoop zal gooien. Maar als N-VA voorzichtiger is, om niet als een harde partij te worden weggezet, dan lijken hun voorstellen misschien wel teveel op die van de klassieke partijen. En dan zijn ze geen aantrekkelijk alternatief meer, maar een doorslagje van wat er al is. Het wordt voor N-VA heel moeilijk om de juiste positie te kiezen: de verandering moet uitgesproken zijn, zonder mensen nerveus te maken.

Dat gezegd zijnde, volgende dienstmededeling: ook wij politicologen kunnen niet in naam van het volk spreken.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content