Bart De Valck
Bart De Valck
Voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging.
Opinie

08/03/16 om 11:17 - Bijgewerkt om 13:51

'Wie is er bang van een Vlaamse Grondwet? Wie 'a' zegt, moet ook 'b' durven zeggen'

Bart De Valck, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, wenst Geert Bourgeois succes met zijn Vlaamse Grondwet. Maar hij hamert erop dat wie 'a' zegt, ook 'b' moet zeggen.

'Wie is er bang van een Vlaamse Grondwet? Wie 'a' zegt, moet ook 'b' durven zeggen'

Geert Bourgeois (N-VA) © Belga

Vijftien jaar geleden waren het alleen nationalisten die gillend wegliepen van de Europese Grondwet, in 2007 omgezet in het Verdrag van Lissabon. In eigen land zijn het autonomisten van alle vormen en gedaanten die zoetjesaan met trekken en duwen de geesten rijp hopen te maken voor een Vlaams constitutioneel document. Zoiets heeft tijd nodig, dat is waar.

Maar er is een stroomversnelling aan de gang. We gaan hier niet voor de zoveelste keer uit de doeken doen dat Catalanen en Schotten meer voeling hebben met de tijdsgeest en ons daarmee de loef afsteken. Wanneer - zoals nu met de N-VA-tandem Veerle Wouters- Hendrik Vuye en onze hoogsteigen minister-president Geert Bourgeois - een machtspartij zich inlaat met stappenplannen naar en voorbij een Zevende Staatshervorming en met een Vlaamse Grondwet, dan beweegt er toch wel iets. Waarvoor dank. Want hoe Vlaams de N-VA zich ook mag vinden: ze is heel erg bezig haar plaats op te eisen in het Belgische politiek-ambtelijke kluwen. De nek dan uitsteken gebeurt nooit zomaar.

Daarom geef ik graag enkele suggesties. De risico's zijn namelijk groot. Geert Bourgeois sprak voorlopig in persoonlijke naam. De reacties waren voorspelbaar: Hilde Crevits (CD&V) wou het Handvest van haar partijgenoot en vorige eerste burger van Vlaanderen Kris Peeters nog eens opwarmen en Björn Rzoska van Groen was er als de kippen bij dat zo'n Vlaams document vooral als cataloog van grondrechten zou moeten lezen. Geen probleem met Peeters, geen probleem met grondrechten, maar mij gaat het om iets heel anders dat de toon in een Grondwet voor Vlaanderen zou moeten voeren: soevereiniteit.

Want: waarover zou zo'n Vlaamse Grondwet moeten gaan? Of beter: wat is de aanleiding om dit project in de steigers te zetten en zich niet te beperken tot het begrip 'Handvest', maar om daadwerkelijk te spreken van constitutionele autonomie? Een oefening in het luchtledige om bepaalde sociaaleconomische grondrechten juridisch te vertalen is een academisch iets en geen politiek motief. Dat politiek motief zie ik wel in het op elkaar laten aansluiten van de legitimiteit en legaliteit van Vlaamse onafhankelijkheid, zeg maar haar rechtmatigheid en wettelijkheid.

Wat betekent 'constitutief'?

De discussie over een Grondwet voor Vlaanderen is niet nieuw. In het verleden werden al tal van verdienstelijke pogingen gedaan om voor Vlaanderen een proeve van constitutioneel document uit te werken. De paradox waarin de auteurs steeds terechtkwamen was die van een tekst die als wissel op te toekomst kon fungeren of eerder als sluitstuk kon worden beschouwd van een langdurig historisch proces, dat Vlaanderen tot deelstaat maakte van het federale België.

Immers, slechts als wissel op de toekomst zou zo een tekst ook echt fundamenteel zijn, zou het een echte Grondwet de naam waardig zijn.

Een Grondwet spreekt zich uit over wat belangrijk is, wat constitutief is, voor het samenleven in een staat, maar ze hoedt zich ervoor om zich te beperken tot wat verworven is. Een Grondwet is namelijk geen defensief document, maar is het assertieve en zelfs extraverte hart van een integere en zelfbewuste rechtsstaat. Middels een Grondwet maakt een gemeenschap haar invulling van democratische waarden duidelijk aan de rest van de wereld en zet ze de bakens uit met wie ze in de wereld liever wel en met wie ze liever niet op voet van gelijkwaardigheid en onderling vertrouwen wil spreken.

Een Grondwet is, met andere woorden, een beschavingsdocument dat in zijn artikelen ondubbelzinnig uitlegt wat essentieel is om de gemeenschap, het volk, goed te begrijpen. Een welbegrepen ontwerp van Grondwet voor Vlaanderen zet sterk in op de gemeenschapsvormende werking van een breed gedragen tekst. Een Grondwet moet niet zozeer een staalkaart vormen van de rechten die de inwoners van Vlaanderen kunnen genieten, maar moet in de eerste plaats de identiteitskaart zijn van onze natie: welke vrijheden zijn ons dierbaar en hoe handhaaft het volk zijn soevereiniteit?

'A' zeggen: 'b' doen!

De Vlaamse gemeenschap, onze natie, is niet af en zal nooit afgerond zijn. De 'verbeelde identiteit' van Vlaanderen en de Vlamingen en hun gedeelde geschiedenis zijn een open verhaal. Daarom zijn ze nog niet minder realiteit. Ze zijn een levende werkelijkheid in het dagelijkse leven van de Vlamingen en ze zijn dat vanzelfsprekend ook in het politieke reilen en zeilen. Een Grondwet vormt de eerste getuige van die concrete realiteit en is dus nooit pas het afsluitende woord. Ze krijgt pas de kans die natierealiteit te vertolken, indien het Vlaams Parlement de soevereiniteit waarover het Vlaamse volk volkenrechtelijk beschikt, daadwerkelijk belichaamt en daarmee internationaal activeert.

Een soevereiniteitsverklaring van het Vlaams Parlement is de enige weg om een constitutionele basistekst voor Vlaanderen niet te beperken tot een zinloze en onnuttige oefening in het luchtledige. Een Grondwet is steeds een politiek document, dat wil zeggen: een tekst die de politieke gestalte van een gemeenschap-als-volk opbouwt. Zij is daarmee bepalend voor de manier waarop die gemeenschap zichzelf beschouwt in haar verhouding tot de wereld.

Of Vlaanderen na zo een verklaring van soevereiniteit al dan niet besluit om onafhankelijk te worden, is uiteraard aan het Vlaams Parlement. Het is niettemin in feite en zelfs in rechte ondenkbaar om een politiek en maatschappelijk debat over een tekst met grondwettelijke pretenties los te koppelen van de onlosmakelijk hieraan verbonden discussie over de soevereiniteit van het Vlaamse volk, die het parlement van de Vlamingen in de praktijk moet durven omzetten.

Aan de coalitie van zij die nu zo vurig een Vlaamse Grondwet willen, zeg ik: "Succes!" Maar dus andermaal en ten overvloede: wie 'a' zegt, moet hier ook 'b' durven zeggen.

Onze partners