Wetenschappers boeken vooruitgang in zoektocht naar donkere materie

03/04/13 om 20:51 - Bijgewerkt om 20:51

(Belga) Wetenschappers zijn erin geslaagd vooruitgang te boeken in de zoektocht naar onzichtbare donkere materie, die een kwart van het universum zou uitmaken. Het bestaan ervan is mogelijk ontdekt in een experiment.

De resultaten van het experiment, dat al anderhalf jaar aan de gang is met de Alpha Magnetic Spectrometer (AMS) in het internationaal ruimtestation ISS, kunnen sporen bevatten van donkere materie, vatten de onderzoekers samen. Zij stelden het bestaan vast van een overschot antimaterie van onbekende origine in kosmische stralen. Die is mogelijk het resultaat van de vernietiging van partikels donkere materie. "De resultaten zijn positrons - partikels antimaterie - die mogelijk afkomstig zijn van de vernietiging van partikels donkere materie die met elkaar in botsing kwamen in de ruimte", zegt de Europese Organisatie voor Kernonderzoek (Cern) in Genève in een persbericht. "Maar de waarnemingen zijn nog niet voldoende afdoende om andere verklaringen uit te sluiten." "In de loop van de komende maanden zal de AMS ons met zekerheid kunnen zeggen of die positrons sporen zijn van donkere materie, of van iets anders", zegt de Amerikaanse fysicus Samuel Ting, Nobelprijswinnaar en professor aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), die het onderzoek leidt. Ting is de bedenker van de AMS, een instrument van 2,5 miljard dollar. Het is de eerste magnetische spectrometer in de ruimte. Donkere materie bestaat niet uit neutronen, protonen en elektronen. Zij vormen de zichtbare materie en zijn goed voor amper 5 procent van het universum. Naast 5 procent zichtbare materie en 23 procent donkere materie, bestaat het universum voor 72 procent uit donkere energie, een mysterieuze kracht die de versnelling en expansie van het universum zou verklaren. (PVO)

Onze partners