Werkgroep Mensenhandel vraagt betere bescherming slachtoffers

27/03/12 om 17:09 - Bijgewerkt om 17:09

(Belga) De strijd tegen mensenhandel moet een prioriteit in de veiligheidsplannen blijven, terwijl de eerstelijnsactoren nog meer moeten gesensibiliseerd worden voor de problematiek. De bescherming van de (minderjarige) slachtoffers dient verbeterd te worden, terwijl de regering haast moet maken met haar wetsontwerp om opdrachtgevers van mensenhandel burgerrechtelijk en strafrechtelijk medeverantwoordelijk te maken. Dat staat in de aanbevelingen die de werkgroep Mensenhandel van de Senaat dinsdag heeft goedgekeurd.

Hoewel België het eerste land is met een integrale en geïntegreerde aanpak van de problematiek, moet ons land dit werk voortzetten en de wetgeving aanpassen aan steeds complexere uitbuitingsmechanismen, meent de werkgroep onder voorzitterschap van Inge Faes (N-VA). De eerstelijnsactoren zoals de sociale inspectie, de gesloten centra, de Dienst Vreemdelingenzaken, het medisch personeel en de lokale politie moeten gesensibiliseerd en opgeleid worden om slachtoffers van mensenhandel beter te herkennen. Daarnaast moet er verder gewerkt worden aan de bescherming en opvang van slachtoffers. De werkgroep pleit voor een specifieke procedure voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Minderjarigen moeten automatisch doorverwezen worden naar de gespecialiseerde centra Esperanto, Minor Ndako en Juna, die officieel erkend moeten worden. Ze pleit voor een multidisciplinaire aanpak en een betere coördinatie. De strijd tegen mensenhandel moet een prioriteit blijven in zowel het Nationale Veiligheidsplan als in de zonale veiligheidsplannen. De capaciteit van de proactieve onderzoeksteams van de federale gerechtelijke politie van Brussel moet verhoogd worden. De werkgroep vraagt de regering ook het Informatie- en Analysecentrum Mensenhandel, dat in 2004 werd opgericht, eindelijk operationeel te maken. (AHO)

Onze partners