Werkgroep die statuut Kamerleden tegen het licht houdt boekt vooruitgang

11/01/12 om 19:05 - Bijgewerkt om 19:05

(Belga) De werkgroep die zich buigt over het statuut van de Kamerleden, is het over een aantal wijzigingen eens geraakt. Zo komt er een verlaging met vijf procent van de verloning van de Kamerleden, stijgt de pensioenleeftijd van 55 naar 62 jaar en vervalt de uittredingsvergoeding voor wie vrijwillig vertrekt, zo werd uit verschillende bronnen vernomen.

De werkgroep, die bestaat uit Kamervoorzitter André Flahaut en de verschillende fractieleiders, werd in het leven geroepen naar aanleiding van het debat over de pensioenhervorming, die tijdens de laatste weken voor het kerstreces door het parlement werd gejaagd. Toen groeide de consensus dat, indien er van de bevolking een inspanning wordt gevraagd, ook de politiek een duit in het zakje moet doen. Ook in de Senaat werd een gelijkaardige werkgroep geïnstalleerd. Vandaag stond een eerste vergadering geprogrammeerd, waarop over een aantal punten een consensus groeide. Belangrijk was ook de vraag na hoeveel dienstjaren een Kamerlid recht heeft op een volledig pensioen. Nu is dat 20 jaar. Volgens sommige bronnen is men het principieel eens die termijn te verlengen naar 36 jaar, naar analogie met de ingreep die voor de magistraten werd doorgevoerd. Al is er nog discussie over de modaliteiten van die eventuele aanpassing. Zo kunnen magistraten maximaal vijftien dienstjaren "meenemen" van de periode vooraleer ze magistraat werden. Sommige partijen vinden dat de Kamerleden dat voor zichzelf niet kunnen maken, omdat de regeling in bepaalde gevallen gunstiger zou uitdraaien dan het huidige systeem. De werkgroepen van beide assemblees komen begin volgende week opnieuw bijeen om de voorstellen te finaliseren, zo blijkt uit een gezamenlijke mededeling van Flahaut en zijn collega in de Senaat, Sabine de Bethune. Onder die voorstellen vallen ook de bevriezing van de dotaties van de Kamer en de Senaat en de vermindering van de vergoeding voor bijzondere functies. Nadien volgt overleg met de parlementen van de deelentiteiten. (KME)

Onze partners