Jan De Meulemeester
Jan De Meulemeester
Politiek journalist bij VTM
Opinie

11/01/15 om 08:59 - Bijgewerkt om 08:59

'Wat we vandaag nog van Tindemans kunnen leren'

Wijlen Leo Tindemans is een van de founding fathers van onze federale staat. Zijn ministeriele carrière begon als minister voor Communautaire betrekkingen, onder de vleugels van premier Gaston Eyskens. Tindemans effende zo als grondwettelijke techneut en politieke fixer het pad richting de eerste grote staatshervorming van 1970. De manier waarop, daar valt vandaag nog van te leren.

'Wat we vandaag nog van Tindemans kunnen leren'

Leo Tindemans kondigt in de Kamer het ontslag aan van de regering. © Belga

De verkiezingen van maart 1968 verliepen communautair en resulteerden in een achteruitgang van de drie nationale, klassieke partijen ten voordele van taalpartijen. Er was de crisis ontstaan door de agitatie tegen de structuur van de Katholieke Universiteit Leuven en de communautaire spanning was zo groot, dat zelfs de unitaire BSP zich gedwongen zag om twee afzonderlijke congressen te houden, een Vlaams en Waals.

De formatieopdracht van Paul Vanden Boeynants (PSC) mislukte, waarop Gaston Eyskens (CVP) in juni '68 naar buiten kwam met een regering, waaronder twee ministers van 'gemeenschapsbetrekkingen': voor Vlaanderen was dat Tindemans. Hij was toen net geen 46 jaar - al vrij oud, vergeleken met de leeftijd waarop sommigen vandaag voor het eerst minister worden.

Creatief

De man die bekend staat om de uitspraak dat de grondwet 'geen vodje papier is' was wel iemand die de grondwet creatief wist te interpreteren. Tindemans moest de grondwetsherziening voorbereiden. Hij botste op artikel 26 - niet voor herziening vatbaar verklaard - dat zegt dat de wetgevende macht uitgaat van twee entiteiten: de wetgevende Kamers en de koning. Er mochten dus maar twee wetgevers zijn: de federale parlementen Kamer en Senaat, en de regering. Een cultuurraad die normatieve beslissingen neemt voor deelgemeenschappen zou een derde wetgever zijn - en dus ongrondwettelijk. Daarom werd de cultuurraad bemand met senatoren; mensen die in hoofde al parlementslid waren. Zo kreeg je een nieuw wetgevend orgaan, terwijl er geen nieuwe, derde en ongrondwettelijke wetgevers waren.

Tweede probleem was artikel 32: dat wetgevers de hele natie moeten vertegenwoordigen. Hoe kon een senator, die stemt over een Vlaams cultuurbeleid, op dat moment ook Wallonië vertegenwoordigen? Daar klonk het dan dat de nieuwe cultuurraden van senatoren, toch aparte 'lichamen' waren, en voor hen artikel 32 dus niet opging. Een Vlaamse senator kon in die raad dus enkel voor zijn eigen regio spreken, maar in de Belgische Senaat dan weer enkel voor heel België: ze kregen twee petjes te dragen.

Delen

Wat we vandaag nog van Tindemans kunnen leren

Zeg niet 'federalisme'...

Tindemans' generatie hanteerde ook een politiek handige woordenschat over de staatshervorming: het woordje federalisme was ondermeer door oude oorlogsperikelen nog uit den boze, en daarom sprak de CVP graag over het minder beladen 'culturele decentralisatie' of 'deconcentratie'. Dat klonk toen hip, wat zakelijk ook, en vooral minder communautair.

Tegelijk was de legitimatie van een staatshervorming niet enkel communautair - lees: 'de twee democratieën' die vandaag klinken - maar ook sociologisch: door de steeds toenemende welvaart en vrije tijd steeg de potentiële cultuurconsumptie. Het takenpakket van de cultuurpolitiek deinde enorm uit, ver voorbij louter onderwijs en de zogenaamde Hoge Cultuur, zoals een operazaal of museum. Dat vroeg om een politieke herschikking.

Een overheid die een ruim pakket 'Bildung' wilde faciliteren voor die steeds grotere groep cultuurminnende middenklassers (want dat was indertijd de veronderstelling, dat die cultuurminnend zouden worden), moest zich daar ook efficiënt naar organiseren: het klonk logisch en zelfs communautair neutraal om een deel van die vele taken te delegeren naar andere beleidsniveaus. In het geval van cultuur: dichtbij de mensen, en in hun eigen taal. Of lees: decentralisatie, weg van de federale overheid.

De staat hervormen werd zo een kwestie van goed, modern bestuur. Zoals Yves Leterme tien jaar geleden, met zijn 'homogene bevoegdheidspakketen': de redenering dat een overheid haar vele taken best uitbesteed aan verscheidene deelbesturen, zelfs los van communautaire frustraties. Outsourcing zou dat vandaag in management-termen heten.

De vrijzinnigheid

Tindemans loste ook het probleem van de mogelijke levensbeschouwelijke discriminatie op: in Vlaanderen dreigde een christelijk georiënteerde meerderheid haar opvattingen over cultuurpolitiek op te dringen aan een vrijzinnige minderheid, en vice versa in Franstalig België. Dat was toen nog een actuele, explosieve kwestie. De. staatshervorming moest dus binnen de krijtlijnen van de levensbeschouwelijke vrede blijven - de schoolstrijd indachtig.

Oplossing: er werden vrij makkelijk grondwettelijke waarborgen ingeschreven. Wanneer minstens een vierde van de leden van een cultuurraad de mening was toegedaan dat een decreet een filosofische discriminatie inhield, dan werd de behandeling ervan geschorst, en ging het naar de nationale Senaat. Daar werden levensbeschouwelijke spanningen ontmijnd volgens de geijkte formules.

Curiosum

Het voorbereidend werk van Tindemans leidde in rechte lijn tot de historische woorden van premier Gaston Eyskens in februari 1970: 'de unitaire staat, met zijn structuur en werkwijze zoals die thans door de wetten nog geregeld zijn, is door de gebeurtenissen achterhaald.' De culturele autonomie was geïnstalleerd, en tegelijk werd het imperium van de Belgische staat gebetonneerd.

Een originele oplossing waarvan geen enkele precedent bestond. Wijlen grondwetsexpert Robert Senelle sprak dertig jaar later over 'een constitutioneel curiosum dat in buitenlandse casestudies een ereplaats zal krijgen wegens zijn complexiteit, die de mogelijkheid tot praktische realisatie ervan hoogst twijfelachtig maakt.'

Ondertussen volgden vijf andere staatshervormingen, die het antwoord op de vraag of Senelle's appreciatie klopt, eigenlijk in het midden laat. Feit is wel: de middelpuntvliegende kracht is in dit land mede door Tindemans aangezwengeld. Ook al liet hij met het Egmontpact de kans liggen om inzake de staatshervorming, zoals wijlen Hugo Schiltz hem een paar keer doorstak, 'een ereplaats te krijgen in de geschiedenis.'

Lees meer over:

Onze partners