Ludo De Brabander
Ludo De Brabander
Woordvoerder van Vrede vzw
Opinie

09/05/18 om 16:50 - Bijgewerkt om 17:49

'Wat goed is voor de portefeuille van de wapenindustrie is dat natuurlijk niet voor die van de bevolking'

'Er zijn meer dan genoeg niet verkende of mager uitgewerkte pistes die op een andere manier voor meer veiligheid kunnen zorgen', schrijft Ludo De Brabander van Vrede vzw in aanloop naar het Grote Defensiedebat.

'Wat goed is voor de portefeuille van de wapenindustrie is dat natuurlijk niet voor die van de bevolking'

. © Dino

Organisaties als de NAVO, maar ook het Gemeenschappelijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid, pretenderen garant te staan voor vrede en veiligheid. Afgaande op een aantal ontwikkelingen de jongste jaren kunnen daar heel wat vraagtekens worden bij geplaatst. Het lijkt er immers meer op dat dergelijke instellingen de mensheid opzadelen met een nieuwe gevaarlijke wapenwedloop als gevolg van nieuwe groeiende rivaliteiten tussen machtsblokken.

Delen

Wat goed is voor de portefeuille van de wapenindustrie is dat natuurlijk niet voor die van de bevolking

Zo is China is een economische grootmacht geworden en meer dan voorheen een wereldactor geworden in concurrentie met Europese landen en de VS. Dat vertaalt zich weliswaar in een Chinese militaire inhaalbeweging, hoewel het defensiebudget nog altijd maar een derde bedraagt van dat van de VS. Die nadruk op het militaire gaat ten koste van het internationale politieke overleg en bijhorende regels zoals die in de schoot van de Verenigde Naties of de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking (OVSE) zijn afgesproken.

Machtige landen lijken het internationaal recht bij voorkeur erg flexibel te interpreteren of zelfs aan de kant te schuiven om militair te interveniëren als hun belangen dat vereisen. Militaire interventies worden verkocht als zelfverdediging of als humanitair optreden (Joegoslavië, Afghanistan, Irak, Libië, Syrië,...). Beide argumenten zijn bon ton geworden in het NAVO-discours, hoewel veel van haar lidstaten niet aarzelen om elders autoritaire, repressieve regimes te steunen en bewapenen (Israël, Turkije, Saoedi-Arabië, Egypte,...).

De NAVO verdraagt geen democratie

Het maatschappelijk debat en de inspraak over onze veiligheidspolitiek is erg mager. Dat ligt niet alleen aan het gebrek aan belangstelling bij bevolking en politici. Een bondgenootschap als de NAVO, dat de belangrijkste basis vormt van het Belgische defensiebeleid, verdraagt geen democratie. Dat heeft verregaande gevolgen voor de aard en invulling ervan.

Laat ons een kat een kat noemen. De NAVO-koers wordt grotendeels bepaald door de VS en de verschillende componenten van wat Eisenhower het Militair Industrieel Complex heeft genoemd (MIC, het cluster van belangen verbonden aan de wapenindustrie, legertop en gemilitariseerde politici en denktanks), niet door de democratische besluitvorming. De belangrijkste beslissingen van de NAVO de jongste decennia zijn er allemaal gekomen zonder enige parlementaire inspraak en stonden ten dienste van VS en MIC niet van de veiligheidsbelangen van de bevolking.

De heroriëntering van de NAVO van strikt defensieverbond naar een alliantie die militaire interventies opzet buiten het NAVO-gebied is door geen enkel parlement geratificeerd en ook niet gedekt door het NAVO-verdrag. De inhoud van het jongste 'Nieuw Strategisch Concept' (zowat het belangrijkste beleidsdocument) werd pas geopenbaard nadat het op de NAVO-top in Lissabon (2010) was goedgekeurd.

Een parlementaire discussie over de tekst werd zo meteen geweigerd. Parlementaire of publieke inspraak was er evenmin bij de totstandkoming van de NAVO-norm (2014) die bepaalt dat de lidstaten er moeten naar streven om 2% van hun Bruto Binnenlands Product aan militaire uitgaven te besteden en dat binnen het defensiebudget 20% naar de aankoop van wapens moet gaan. Die laatste norm is overigens ook klakkeloos overgenomen in Europees verband binnen de Permanente Gestructureerde Samenwerking (PESCO), een nieuw verregaand militair samenwerkingsverband tussen de meeste Europese lidstaten waar de afspraken al evenzeer ver van het publieke forum worden gemaakt.

Wat goed is voor de portefeuille van de wapenindustrie is dat natuurlijk niet voor die van de bevolking.

Kernbommen: 'We bevestigen, noch ontkennen'

De gevolgen van deze ondemocratische traditie zijn niet min. Zo weigeren opeenvolgende regeringen officieel toe te geven dat er Amerikaanse kernbommen op de luchtmachtbasis in Kleine Brogel liggen opgeslagen. Nochtans zijn het Belgische gevechtsvliegtuigen die deze in NAVO-verband moeten transporteren en in oorlogstijd desgevallend moeten inzetten. Elke parlementaire of publieke vraag over deze massavernietigingswapens beantwoorden de betrokken ministers al verschillende decennia met hetzelfde standaardzinnetje: 'we bevestigen, noch ontkennen....'.

Bijgevolg wordt zo meteen ook een ernstig democratisch debat en transparante procedure rond de aankoop van de gevechtsvliegtuigen onmogelijk. We beschikken ook niet over een publiek veiligheidsplan in geval van een ongeluk met bommen die tenslotte vele malen krachtiger zijn dan de Hiroshimabom.

Als er dan kritiek komt op regeringsplannen over de nooit eerder gezien militaire investeringsenveloppe van 9,2 miljard euro voor nieuwe wapens de komende jaren, dan wordt die steevast weggewuifd met een verwijzing naar de 'NAVO-verplichtingen' ook al is de democratische inspraak in de alliantie zo goed als nihil.

Dreigingen: realiteit en propaganda

Het gebrek aan debat wordt gecompenseerd met een PR-discours dat soms het karakter draagt van pure propaganda. Een veel gehoord PR-praatje is de stelling dat we ons moeten bewapenen als antwoord op de vele dreigingen die voortkomen uit een complexer wordende veiligheidsomgeving. Kritische bedenkingen en vragen over aard en oorzaken van die dreigingen, of het militaire antwoord wel effectief is en de bestede middelen misschien niet beter op andere wijze onze veiligheid kunnen dienen, ontbreken in het politieke halfrond. Dat lijkt zich al lang te hebben neergelegd bij het democratisch deficit dat aan defensie kleeft.

De waarheid is volgens ons dat veel dreigingen worden opgeklopt of juist het gevolg zijn van de desastreuze manier waarop militair, politiek en economisch in onze veiligheidsomgeving wordt huisgehouden.

Ik wil dat met twee voorbeelden illustreren.

Rusland is een militaire dwerg naast de NAVO

Ten eerste. Sinds de annexatie van de Krim en de oorlog in Oekraïne voedt de NAVO de perceptie dat Rusland ons bedreigt. In 2017 ontplooide de militaire alliantie met veel tromgeroffel enkele duizenden extra troepen in Polen en de Baltische Staten. Eind vorig jaar 'lekte' een vertrouwelijk NAVO-rapport dat stelde dat de NAVO niet in staat zou zijn om een Russische aanval af te slaan. Wie zich wat informeert kan niet anders dan concluderen dat het propagandagehalte van die 'dreiging' bijzonder groot is.

Delen

In plaats van meer militaire uitgaven, is er nood aan meer politieke dialoog, afspraken en empathie.

Zopas maakte het gerenommeerde Zweeds Vredesonderzoeksinstituut SIPRI de nieuwste cijfers bekend van de militaire uitgaven. Het gaat in stijgende lijn. De wereldwijde militaire uitgaven bedragen inmiddels al 1.739 miljard dollar. Meer dan de helft daarvan (52%) is voor rekening van de NAVO. Uit de jongste cijfers blijkt dat het gezamenlijke Frans-Duitse defensiebudget alleen al anderhalve keer groter is dan dat van Rusland, waar de defensie-uitgaven sterk zijn gedaald. Toch blijven we dezelfde onzin horen over de grote Russische dreiging, hoewel de budgettaire militaire slagkracht van Moskou veertien keer kleiner is dan de NAVO.

Wat ook niet wordt verteld is dat de perceptie van bedreiging evengoed wederkerig is. Uit een enquête eind 2017 blijkt dat 67% van de Russen de NAVO als een dreiging percipiëren, een verdubbeling op vijf jaar tijd. Een volk dat zich onveilig voelt is veel vatbaarder voor de keuze van sterke leiders en militaire opbouw. Het is op die manier dat het mechanisme van de wapenwedloop werkt: de bewapening van de ene, zet ook de andere aan om meer te bewapenen. Zo komen we in een eindeloze spiraal.

Het probleem van Rusland is dat de economie het danig slecht doet dat er geen ruimte is voor extra defensie-uitgaven en de militaire opbouw van de NAVO moet ondergaan. Hoe dan ook is de nadruk op militaire veiligheid een grote illusie. Reële veiligheid is geen gevolg van meer troepen en meer bewapening, veeleer van het concept van gemeenschappelijke veiligheid: 'Ik ben maar veilig, als jij je veilig voel'. In plaats van meer militaire uitgaven, is er nood aan meer politieke dialoog, afspraken en empathie.

Wapenhandel draagt bij aan onze onveiligheid

Ten tweede zijn veel dreigingen het gevolg van ons eigen handelen. In de meeste dreigingsanalyses die in Europese kringen worden gemaakt, is er sprake van groeiende instabiliteit in onze veiligheidsomgeving. Daarbij wordt steevast naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika gekeken. Wat er zelden wordt bijverteld is dat veel instabiliteit een gevolg is van militair ingrijpen, zoals in Irak (2003) of in Libië (2011). Je kan je immers de vraag stellen of zonder de (illegale) Irak-oorlog van 2003 er vandaag sprake zou zijn van de Islamitische Staat, zoals de oorlog in Mali (2012) er misschien niet was geweest zonder de destabilisering in Libië.

Ongelijke handelsrelaties, louter op winst gerichte investeringen, neoliberaal schuldenbeleid, Europese dumpingpraktijken in de landbouw, steun aan autoritaire regimes,... zijn allemaal factoren die een destabiliserende rol spelen waar Europa niet zomaar onschuldig de andere kant kan opkijken. De oorlogen in landen als Jemen, Syrië, Libië worden grotendeels met westerse wapens bevochten. Het is niet erg coherent om aan de ene kant bezorgdheid te uiten over de veiligheidsgevolgen van de instabiliteit in het Midden-Oosten en aan de andere kant de regio tot de tanden te bewapenen.

75% van de wapens die er circuleren zijn afkomstig uit de VS en Europa. Saoedi-Arabië is veruit de belangrijkste Europese wapenklant hoewel het oorlogsmisdaden begaat in Jemen en extremistische gewapende groeperingen steunt in Syrië, zoals eerder ook in Afghanistan. We zitten dus met het absurde gegeven dat we ons militair moeten wapenen voor bedreigingen die we zelf helpen voeden.

Stel dat we de wapenhandel eens grondig aan banden zouden leggen, ophouden te denken dat we oplossingen brengen door vanuit de lucht te bombarderen en kiezen voor een handels- en investeringsbeleid dat oog heeft voor betere arbeidsomstandigheden en milieugevolgen, hoe anders zou het gesteld kunnen zijn met onze veiligheid?

Tijd voor echte veiligheid

Ik stel voor dat we eens werk maken van een groot, open en eerlijk debat over ons veiligheids- en defensiebeleid. Zonder taboes. Waarom geen revolutionaire pistes waar België zijn militaire lidmaatschappen opzegt en een ongebonden ('neutrale') koers vaart. Zo kan ons landen de handen vrij maken voor een autonome koers waarbij het inzet als bemiddelaar voor politieke dialoog, vertrouwenwekkende maatregelen, ontwapeningsinitiatieven en geweldloze conflicthantering.

Ook kan ons land militaire middelen heroriënteren naar steun voor vluchtelingen - die velen toch niet graag naar onze contreien zien komen - waar zeker in wintertijd een eeuwig gebrek aan bestaat en die spanningen in landen als Libanon sterk kan doen dalen. Op militair vlak zouden we onze militaire capaciteit kunnen heroriënteren op ontmijnings- en ontwapeningsopdrachten in VN-verband, als interpositiemacht na een akkoord tussen strijdende partijen, etc...

Veeleer dan in (lucht)gevechtscapaciteit die in Syrië geleid heeft tot duizenden burgerslachtoffers en enorme vernietigingen aan de infrastructuur. Terreur zouden we dan weer effectiever kunnen bestrijden via sociale, economische en culturele maatregelen zoals de VN een paar jaar geleden heeft voorgesteld. We zouden ons inzicht in het ontstaan van conflicten ('ontwikkelingsoorlogen') kunnen vergroten en daar vooral conclusies uit trekken.

Oorlogen die een gevolg zijn van klimaatwijzigingen bestrijd je niet met bommen, maar met klimaatmaatregelen, zoals het merendeel van de oorlogen in Afrika de afgelopen decennia hadden voorkomen kunnen worden met een economisch en handelsbeleid met meer oog voor de sociale en ecologische gevolgen daarvan. Kortom, er zijn genoeg niet verkende of mager uitgewerkte pistes die op een andere manier voor veiligheid kunnen zorgen.

Lees meer over:

Onze partners