Jan De Meulemeester
Jan De Meulemeester
Politiek journalist bij VTM
Opinie

15/09/14 om 08:49 - Bijgewerkt om 08:49

'Wat de Vlaamse ministers van hun federale collega's kunnen leren'

De dagen van rustige vastheid voor de Vlaamse regering zijn voorbij. Anders dan hun federale collega's zijn Vlaamse ministers nog niet vertrouwd met al te veel persaandacht, en wisten ze tot voor kort hun media-optredens strak te regisseren. Ze hadden dan ook nauwelijks werkelijke problemen te communiceren. Maar ondertussen heeft de subsidieregering van weleer te weinig centen, en zal ze Vlamingen moeten durven teleurstellen. 'En met hun extra bevoegdheden vergroten nu ook hun kansen op fiscale shit' lacht een ervaren federale minister.

'Wat de Vlaamse ministers van hun federale collega's kunnen leren'

Bourgeois I: Sven Gatz, Joke Schauvliege, Philippe Muyters, Jo Vandeurzen, Ben Weyts, Liesbeth Homans, Annemie Turtelboom, Hilde Crevits en Geert Bourgeois. © BELGA

Vrijdagochtend keken sommige Vlaamse ministers verbaasd op toen de verzamelde pers hen met camera's opwachtte bij de start van de wekelijkse ministerraad. Verbaasd, niet zozeer over de vragen - het betrof de kwestie Oosterweel - maar louter over het feit op zich dát we er stonden: ze zijn dat nog niet gewend aan het Martelarenplein, journalisten die zonder afspraak en met actuele vragen de vergader-agenda doorkruisen.

De voorbije jaren vonden de meeste Vlaamse ministerraden immers plaats in alle medialuwte. Men besliste het een en ander, men ratificeerde iets, er werd wat uitbesteed, een subsidie vertrok, en iedereen kon naar huis, zo nu en dan met tussenstop langs een aansluitende persconferentie, die vooraf netjes werd aangekondigd. De grote persaandacht tijdens de hetze rond de onderwijshervorming en het Valentijnsakkoord over de Oosterweelverbinding waren tijdens de legislatuur Peeters II uitzonderingen op die regel.

Straatvechters

Belgische ministers daarentegen zijn veel meer ervaren in het communiceren van problemen. 'Onze Vlaamse collega's hebben eigenlijk altijd vrij zorgeloos geleefd' zegt een federale topminister. 'Besparingen? Entiteit 2 heeft slechts 10 procent van de inspanning geleverd. Bevoegdheden? Weinig complexe, en waar eigenlijk geen debat over bestaat.'

Anders dan de Vlaamse worden federale ministers bij hun wekelijkse ministerraad steevast opgewacht door journalisten van alle audiovisuele media, met vragen allerhande, uit heel het spectrum van de moeilijke actualiteit. Een communicatie-expert van een partij verklaarde dat met ondermeer de nogal boude stelling 'dat de federalen het vaker op straat uitvechten.' Dat klopt natuurlijk niet; het is de kip of het ei. Net omdat het de Vlaamse regering lang gepermitteerd was te laveren langsheen moeilijke maatschappelijke kwesties, werd ze ook gevrijwaard van publieke belangstelling. Wie niet met hete hangijzers te maken heeft, kan zich er ook niet aan verbranden.

'Saai en veel blabla'

Als je bevoegdheden niet tot de verbeelding spreken, dan staat er bijgevolg ook niemand om de eventuele fricties erover in je coalitie te registeren. De politieke stijl in Vlaanderen was ook lang zeer ambtelijk, vergeleken met de Wetstraat 16. Een federale minister: 'onze Vlaamse collega's verschuilen zich in de media maar al te makkelijk achter hun ambtenarij. Als Hilde Crevits weer eens zegt 'ja maar mijn administratie heeft dat beslist,' dan denk ik: so what, jij bent toch de minister?'

Een federale onderhandelaar ondervond het grote cultuurverschil met Vlaanderen, toen hij de eerste coformateursnota van Kris Peeters in handen kreeg: 'verdomme, dachten we, dit is een Vlaamse nota: zo saai, met dat vreemd woordgebruik en zo veel blabla erin.' Het illustreert het oude DNA van het Martelarenplein: wat ooit de 'Vlaamse executieve' heette, waar een forse administratie de zwakte van sommige politieke figuren moest compenseren, want destijds ging je Vlaams omdat je niet sterk genoeg bevonden werd voor het federale.

Paarse trucs

Die tijd van middelmatigheid en voorspelbaarheid voor de Vlaamse regering is lang voorbij. De kwestie Oosterweel van vorige vrijdag is symptomatisch: de budgettaire gouden jaren liggen achter ons en dit beleidsniveau worstelt voor het eerst in haar geschiedenis met een chronisch geldgebrek. In die mate dat ze zelfs grijpt naar boekhoudkundige constructies die volgens Eurostat de Europese regels overtreden. In andere tijden zouden CD&V en N-VA dat 'paarse trucs' genoemd hebben.

Budgettaire krapte vermindert de mogelijkheden voor iedere partij en elke minister om maatregelen te financieren die de tevredenheid van de eigen achterban kunnen afkopen, en vergt meer prioritisering en keuzes. Logisch dus dat er meer spanning ontstaat in zo'n regering met weinig geld.

'Door de extra Vlaamse bevoegdheden zijn hun kansen ook groter geworden op fiscale shit' lacht een ervaren federale minister: een tweede oorzaak van een toenemende belangstelling voor de Vlaamse regering is dat ze door de zesde staatshervorming stilaan tot wasdom is gekomen. Via extra taken importeert ze ook extra problemen. Tot voor kort klonk het in de Wetstraat: 'de bevoegdheden zijn naar Vlaanderen verhuisd, maar de camera's niet.' Die camera's bleven inderdaad aan de 16 staan maar dat zal nu veranderen.

In goede en kwade dagen

De regering van de zesde staatshervorming is dan ook verre van de zogeheten subsidieregering van weleer. Ingrid Lieten was eigenlijk de laatste Vlaamse excellentie die deze perceptie nog schraagde. Geen dag ging voorbij of journalisten kregen een persbericht in de mailbox over een financiële donatie aan deze of gene instelling, in de brede waaier van onderzoek tot armoedebestrijding. Het leverde haar in de Wetstraat de bijnaam 'de subsidieminister' op - kwatongen lokaliseerden de bestemming ervan vaak te Limburg, wat tevens de bijnaam opleverde 'minister van Limburg.' Dat beeld van de wilde weldoener is met het jongste regeerakkoord onherstelbaar aan diggelen geslagen.

Dat alles zal de Vlaamse regering, en de spanningen die ze trotseert, de komende jaren vaker in beeld brengen. Een neiging die ook inherent is aan deze coalitie, want zij kwam tot stand in een confederale logica en heeft de N-VA als leidende partij. Het is een streven van Vlaams-nationalisten om Vlaanderen te laten primeren op België, ook in de perceptie: 'de Vlaamse regering moet in de hoofden van de burger de eerste regering worden' zei een N-VA'er. De camera's zullen dus vaker draaien, in goede maar ook kwade dagen.

Onze partners