Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

28/02/15 om 13:39 - Bijgewerkt om 14:08

Warhoofdredactie: goede caféretoriek, falende journalistiek

De kritiek op Björn Soenens, hoofdredacteur van Het Journaal op de VRT, was vooral van marginale aard, schrijft professor Leo Neels. 'Dat zegt iets over de staat van journalistiek: op een te dunne feitelijke basis te forse uitspraken doen is goed voor caféretoriek, doch faalt als journalistiek.'

Warhoofdredactie: goede caféretoriek, falende journalistiek

© Vrt

Media zijn hardvochtig. Eén mail, weliswaar van een iconische VRT-redactrice, was de basis van een hele mediarel, waarin de hoofdredacteur van het VRT-Journaal in vraag werd gesteld. 6 pagina's in DM (DM, media.com, 27 februari); zelfs rekening houdend met de geprononceerde relvoorkeur van DM is dat veel.

In haar mail van 7 maanden geleden, had Martine Tanghe haar schaamte, ongeluk, verdriet en boosheid uitgedrukt, omdat de VRT, toen, niet direct een verslaggever ter plaatse had, bij het neergeschoten wrak van de vlucht van Malaysian Airways. Er wordt nog wel melding gemaakt van "de dingen die de laatste maanden aan het gebeuren zijn", zowel in de mail als in de krantenstukken, doch meer dan zeer vage insinuaties zijn het niet.

'Niemand stelt in vraag of dit een nieuwswaardig item is'

Volstaat zulks om de hoofdredacteur als schietschijf aan te merken, en van het "kabaal" een hoofditem te maken? DM doet het breed, de andere media nemen het over. Niemand stelt echt in vraag of dit een nieuwswaardig item is. Een nieuwswaardig item zou, zeker, zijn, indien een hoofdredacteur ernstig disfunctioneert, en indien dat aantoonbaar is op basis van een solide en eensluidend dossier van aantoonbare en opeenvolgende feiten. Er is geen enkele gekende informatie die in die buurt komt, toch ontstond een item.

Ik kan volstrekt niet beoordelen of de heer Soenens een goed hoofdredacteur is van het VRT-Journaal, dat kan je eigenlijk alleen goed van binnenuit. Ik ken de man uit een enkel mediadebat, waarin ik vond dat hij, met zijn constructieve journalistiek, een eigenaardige uitspraak deed over criteria van nieuwsselectie. Ik zag hem als "onze Amerika-kenner" vaak op het scherm, een wat ongelukkige keuze van een hoofdredacteur. Ik vernam allerlei parafernalia uit zijn interviews in andere media over 's mans maquilage, tatoos, cowboylaarsjes of gitaar. Totaal irrelevant, en wellicht een teken van een hang naar neveneffecten - ook overigens bij de journalisten die hem interviewden. En ik las over zijn gejen naar VTM, terwijl de mediawereld eigenlijk, langzaam maar zeker, die infantiliteiten achter zich aan het laten was.

Dit zijn allemaal marginale elementen, die niet toelaten te oordelen over zijn hoofdredacteurschap. Toch matigen sommige journalisten van andere media zich zulk oordeel aan. Dat zegt iets over de staat van journalistiek: op een te dunne feitelijke basis te forse uitspraken doen is goed voor caféretoriek, doch faalt als journalistiek.

Geen journalistiek concept meer?

Wordt zoiets door de hoofdredactie van DM geëvalueerd, of was bladvulling goed genoeg? Kan je het maken om bij een ander medium een brandje te stichten of aan te wakkeren, met journalistieke stukken die die naam niet waardig zijn? Behalve dat DM na de verkiezingen weer even Volksgazetterig een partijkrant werd, en nu als project heeft om de oppositie kritiekloos stem te geven, is er kennelijk geen journalisitek concept meer? Dat DM zijn journalistiek, marketinggewijs, als "zalm" aankondigde, voegt aan de impressie van stuurloosheid toe. En de redactionele anarchie van DM spoort wel met de vormelijke warboel die men van de papieren krant gemaakt heeft.

Meerwaarde

Even terug naar de kritiek van Mevr. Tanghe - overigens op Twitter tegengesproken door haar collega Goedele Wachters. Doet het ertoe dat VTM snel een mannetje ter plaatse had, en VRT niét? Een vrouw of man ter plaatse kan, bij gelegenheid, een meerwaarde hebben, dat staat vast. Maar er zijn minstens even veel voorbeelden van "over naar onze correspondent ter plaatse", die geen énkele meerwaarde hadden. Die stijlfiguur waren, of enkel nog beantwoordden aan de ijver om "de concurrent" te kloppen. Helaas, we zien er dagelijks voorbeelden van.

Redacties moeten kritisch zijn, maar ook over de inzet van de juiste middelen. De reflexen van vandaag schijnen nog terug te gaan op praktische omstandigheden van, zeg maar, 50 jaar geleden. Toen konden media zich nog onderscheiden door eens een redacteur naar elders te zenden; toen was zulke verplaatsing nog een halve heksentoer; toen was er nog meerwaarde in de exotiek, of het bijzondere.

In de globale wereld van vandaag hebben we feitelijk materiaal, geluid en beeld, met één druk van de knop. Media-agentschappen vehiculeren dagelijks duizenden berichten, met interviews, actualiteitsbeeld en duiding. Er zijn vele internationale netwerken met mannetjes en vrouwtjes ter plaatse die hun items internationaal aanbieden en die abonnementsgewijs voortdurend binnenstromen op de redacties. Kortom, het zal maar zelden het geval zijn dat een eigen man of vrouw ter plaatse méér kan waarmaken, pertinenter kan zijn, of relevanter dan wat, aan een fractie van de kost van een eigen zending, gewoon in de dagelijkse newsfeed binnenkomt. Dààr zit de betere beoordeling, en accuraat professionalisme, in een nauwkeurige afweging van wat je je kan op basis van bestaande internationale netwerken, en wat je, bij uitzondering, zelf moet doen - niet om het zelf te doen, maar omwille van een aantoonbare meerwaarde, in vergelijking met de aanzienlijke meerkost.

Weggegooid geld

Louter exemplarisch, één voorbeeldje. Toen de Argentijnse kardinaal Bergoglio paus werd, stond onmiddellijk een VRT-redactrice in Buenos Aires. Journalistieke meerwaarde nihil, dat wil ook zeggen: weggegooid geld. Verkeerde efficiënte-beoordeling over de juiste inzet van schaarse produktiemiddelen, en over goed beheer van een redactioneel budget. Dat zijn vaardigheden waarover een hoofdredactie ook moet beschikken.

En wanneer een interne mail lekt uit een andere redactie, waar men misschien - omwille van de fenomenale middelen waarover die beschikt - wat afgunstig naar kijkt, is het ook niet verboden dat de redactie die het lek krijgt, enig professionalisme aan de dag zou leggen. Misschien betrof het maar een fait divers, of een interne afrekening, en had je je zes pagina's ook kunnen besteden aan een onderwerp dat journalistieke moeite zou hebben gekost en je lezers een meerwaarde zou hebben verstrekt. Over de vraag of het VRT-Journaal een goed hoofdredacteur heeft, hebben we niets vernomen dat de moeite waard was, in de journalistieke standaard van DM hebben we weer wat inzicht. Is er bij DM eigenlijk een hoofdredactie?

Prof dr Leo Neels

Media- en Communicatierecht KULeuven (em.) en Uantwerpen

Lees meer over:

Onze partners