Kristoff Temmerman
Kristoff Temmerman
Verleent als consultant bij Trifinance advies aan openbare diensten over financieel mangement
Opinie

15/07/14 om 10:35 - Bijgewerkt om 11:15

Waarom overheden voor de rudimentaire en zelfs primitieve kaasschaafmethode zullen blijven kiezen

De kaasschaafmethode is een rudimentaire en zelfs primitieve besparingsmethode, schrijft Kristoff Temmerman, expert financieel mangement.

Waarom overheden voor de rudimentaire en zelfs primitieve kaasschaafmethode zullen blijven kiezen

Geert Bourgeois (N-VA) en Kris Peeters (CD&V) © BELGA

'De Vlaamse overheid zal het de volgende vier jaar met zeven procent minder moeten doen. De kaasschaafmethode zal niet meer volstaan.' Zo waarschuwden topambtenaren Martin Ruebens en Dirk Van Melkebeke in een interview met De Tijd. De kaasschaafmethode, waarbij alle overheidsdepartementen simpelweg dezelfde besparingscriteria opgelegd krijgen, worden door overheidsmanagers vaak beschouwd als rudimentair en zelfs primitief. En toch blijkt dat overheden keer op keer voor de kaasschaaf kiezen. Sterker nog: in tijden van crisis grijpen ze er nog méér naar, blijkt uit onderzoek in Nederland. Dat doet vermoeden dat er ook in Vlaanderen de volgende jaren nog lineair gesnoeid zal worden in het budget, ondanks het verzet van de ambtenaren.

Het is eigenlijk verrassend dat overheden nog altijd naar de kaasschaaf grijpen vandaag de dag. We hebben namelijk heel gesofisticeerde financiële tools en processen ter beschikking, die het opstellen van een gericht besparingsplan vergemakkelijken.

Je zou denken dat het dus niet meer nodig is om bij iedereen een even groot stuk van de koek weg te snijden. Recent onderzoek van de Nederlandse professor Tjerk Budding van de Universiteit van Amsterdam toont echter aan dat de praktijk er anders uitziet.

Nederland was op het vlak van financieel management een voorbeeldland te noemen: het had jarenlang geïnvesteeerd in geavanceerde financiële managementtechnieken, en had dus in principe zeer precieze ingrepen kunnen doen in zijn begroting.

Maar wat blijkt: tussen 2008 en 2012, terwijl de impact van de financiële crisis meer en meer voelbaar werd op de begroting, begonnen de Nederlandse publieke diensten méér naar de kaasschaafmethode te grijpen, in plaats van minder.

Minder complexe monitoring

Sterker nog: er werd niet alleen minder gedetailleerd gekeken waar er bespaard moest worden, de Nederlandse overheden begonnen ook minder en minder gedetailleerd op te volgen waar het geld naartoe ging, en dat niet alleen op lokaal niveau maar ook op staatsniveau.

Een concreet voorbeeld: vroeger werd in de begrotingsrapporten van het ministerie van Economische zaken uitgesplitst hoeveel elke individuele marketingcampagne voor het Nederlands Bureau van Toerisme kostte. Sinds 2012 gebeurt dat niet meer: er wordt alleen nog gerapporteerd over de totale som die het Bureau jaarlijks aan marketing uitgeeft.

Echter, het ministerie voegt sindsdien wel een nota toe over hoe het geld het jaar daarop besteed zal worden. In plaats van elke eurocent op te volgen, wil de overheid dus eerder weten welke prioriteiten er worden gelegd, en hoe die prioriteiten in de volgende jaren zullen verschuiven. De opmaak van een 'verantwoorde' begroting komt daarbij centraal te staan.

Publieke Overheden zijn geen corporates

Beide bewegingen zijn gelijkaardig: het is een beweging weg van het detail en naar grote lijnen (of voor tegenstanders: de grove middelen).

Budding's onderzoek legt ook uit hoe dat komt: de praktijk wijst uit dat dat het voor overheden niet altijd mogelijk is om zeer gedetailleerde informatie te gebruiken bij het nemen van (kortetermijn)beslissingen.

Dat heeft deels te maken met de arbeidsrechtelijke situatie van ambtenaren.

Stel je voor dat uit een financiële rapportering blijkt dat twee of twintig - of zelfs 200 - mensen een job uitvoeren die even goed geautomatiseerd kan worden. In de privésector zou je waarschijnlijk beslissen om deze automatisering door te voeren ten koste van bestaande jobs. Maar in de publieke sector is een dergelijke reorganisatie simpwelweg niet mogelijk. Het arbeidsstatuut van ambtenaren laat dat niet toe.

Maar anderzijds blijkt toch ook dat de kaasschaafmethode enkele duidelijke voordelen heeft, zeker als je voor snelle winst gaat. Je kan veel sneller beslissen - er hoeven geen eindeloze besprekingen gepland te worden over wie hoeveel gaat besparen.

Bovendien blijkt de kaasschaafmethode ook de beste manier om conflicten te vermijden. Omdat medewerkers het gevoel hebben dat ze de pijn delen, worden kaasschaafbesparingen als eerlijker beschouwd.

Dat alles wijst erop dat de kaasschaafmethode - ondanks het protest van topambtenaren - nog een tijdje zal blijven bestaan.

Maar de kaasschaafmethode biedt geen langetermijnoplossing

Toch ben ik van mening dat de kaasschaafmethode geen langetermijoplossing is. Ongediferentieerde besparingen zijn hoogstens een doeltreffend instrument bij een plotse crisis.

De reden hiervoor is simpel: overheidsambtenaren kunnen niet tot in het oneindige stukjes uit budgetten snijden telkens wanneer er besparingen doorgevoerd moeten worden. Op een bepaald moment moet fundamenteel beslist worden over hoe men budgetten het best besteedt.

Dan is er durf nodig. En een langetermijnvisie. Niet alleen van ambtenaren maar ook van politici.

Volgens mij zullen we de komende jaren zien dat de publieke overheidsorganisaties in Nederland van de kaasschaafmethode overschakelen op uitgekiende, berekende besparingen. En laten we hopen dat de pasgevormde Vlaamse regering dezelfde daadkracht en politieke moed toont.

Lees meer over:

Onze partners