Karin Jiroflée (SP.A)
Karin Jiroflée (SP.A)
Kamerlid voor SP.A
Opinie

12/12/17 om 14:45 - Bijgewerkt om 14:45

'Waarom kleedt Maggie De Block de wijkgezondheidscentra steeds verder uit?'

'In plaats van de gezondheidskloof te dichten - wat toch de bedoeling moet zijn voor elke minister van Volksgezondheid - maakt deze regering de kloof op alleen maar groter', schrijven Karin Jiroflée en Hannelore Goeman (SP.A) over de besparingen bij de wijkgezondheidscentra.

'Waarom kleedt Maggie De Block de wijkgezondheidscentra steeds verder uit?'

© Belga

Een bezoek aan de dokter uitstellen wanneer je ziek bent? Hevige tandpijn liever verbijten in de hoop dat het over gaat? Een operatie uitstellen, terwijl je maar op de sukkel blijft met dat been? Vandaag stelt maar liefst 1 op 8 Belgen zorg uit om financiële redenen. Volgens het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid heeft 1 op 4 gezinnen in ons land het moeilijk om zelfs maar 'eenvoudige' zorgkosten in het gezinsbudget te passen. De cijfers zijn onrustwekkend - en eigenlijk niets minder dan beschamend - voor een welvarende regio als de onze. De voorbije drie jaar heeft minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) zorg dan ook aanzienlijk duurder gemaakt. Dokters, kinesisten en tandartsen, velen van hen trokken hun tarieven op omdat deze regering blijft besparen. Ook in de ziekenhuizen betaalt de patiënt jaar na jaar meer uit eigen zak. Tegelijk werden veel gebruikte geneesmiddelen aanzienlijk duurder.

Gelukkig zorgen wijkgezondheidscentra vandaag op veel plaatsen voor een alternatief. Niet het minst voor diegenen die - om financiële redenen - een bezoek aan de dokter uitstellen. Wijkgezondheidscentra bestaan al 40 jaar en bieden betaalbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg aan iedereen die in de buurt van zo'n centrum woont. Patiënten kunnen er zich inschrijven en hun ziekenfonds betaalt dan maandelijks een vast bedrag om die eerstelijnszorg te bieden. Zo hoef je zelf niet meer te betalen voor consultaties of huisbezoeken. Bovendien zijn zulke centra multidisciplinair: dokters, verplegers, kinesisten én sociaal assistenten werken er samen op basis van een gedeeld elektronisch patiëntendossier. Het hoeft dus geen verdere uitleg dat hun werking cruciaal is. Ze verlagen de drempel om zorg te zoeken en de meest kwetsbaren de beste zorg te bieden.

Maar Maggie De Block denkt daar anders over. Ook wijkgezondheidscentra ontsnappen niet aan haar besparingsdrift. Integendeel, we hebben stilaan de indruk dat ze het er speciaal op gemunt heeft. Zo besliste ze vorig jaar niet alleen om op de werking van de huidige centra te besparen, maar ook om - in afwachting van een doorlichting - tijdelijk geen nieuwe centra te erkennen. Intussen wachten we nog altijd op die doorlichting en houdt de bevriezing van nieuwe centra de sector in een wurggreep. Een pamflet van een lokale Open VLD-afdeling in Menen legt misschien de ware bedoelingen bloot. Die afdeling vreest het 'aanzuigeffect' van kansarmoede door de komst van een wijkgezondheidscentrum in de gemeente. We kid you not, de redenering alleen al.

Ook in Brussel - waar 20 tot 25% zelfs geen huisarts heeft - zet die trend zich door. Zo werd de invoering van het forfaitair systeem van drie wijkgezondheidscentra van Dokters van de Wereld, in Molenbeek en Anderlecht, uitgesteld, terwijl nieuwe centra in het Hoofdstedelijk Gewest al helemaal uit den boze zijn.

In 2008 wees een studie van het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg uit dat forfaitaire geneeskunde (een vast bedrag per patiënt, zoals in de wijkgezondheidscentra) niet duurder was dan reguliere geneeskunde (betaling per prestatie, zoals bij de meeste huisartsen). De kost voor de ziekteverzekering was gelijk. Ook een aantal kwaliteitsparameters zoals (verminderd) gebruik van antibiotica spraken in het voordeel van wijkgezondheidscentra. Last but not least, voor de patiënt was het aanzienlijker goedkoper en een pak toegankelijker. Vandaag, bijna 10 jaar later, bundelden de mutualiteiten hun krachten en kunde om dat onderzoek te updaten. Afgelopen vrijdag presenteerden ze hun conclusie. Hoeft het te verbazen dat die exact dezelfde was?

Een toonbeeld van evidence based policy kun je de blokkering van nieuwe centra door de minister dus niet noemen. Blijven wachten op een audit die intussen al meer dan een half jaar vertraagd is, kun je onmogelijk goed bestuur noemen. In verschillende wijken zijn laagdrempelige wijkgezondheidscentra echt nodig. Niet toevallig zette het Netwerk tegen Armoede dit jaar het thema gezondheid in de kijker. Artikel 25 van de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens zegt dat elke mens recht heeft op een goede gezondheidszorg. Zonder (extra) wijkgezondheidscentra zal het aantal Belgen die verstoken blijft van broodnodige zorg alleen toenemen. In plaats van de gezondheidskloof te dichten - wat toch de bedoeling moet zijn voor elke minister van Volksgezondheid - wordt de kloof op die manier alleen maar groter.

Karin Jiroflée - federaal parlementslid voor SP.A

Hannelore Goeman - Brussels parlementslid voor SP.A

Onze partners