Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

13/11/14 om 11:35 - Bijgewerkt om 11:34

Waarom 400 Vlaamse kinderen geen ouders vinden

'Waarom vinden 400 kinderen geen ouders in Vlaanderen?', vragen N-VA'ers Lorin Parys en Kristien Van Vaerenbergh zich af. 'We moeten werk maken van een duidelijk statuut en een adequate verlofregeling.'

Waarom 400 Vlaamse kinderen geen ouders vinden

Spendeer de tijd met je kleinkinderen op een actieve manier en doe met hen mee. © iStock

Lorin Parys is auteur van De Vergeetput (Manteau, 2014) en Vlaams volksvertegenwoordiger voor de N-VA. Kristien Van Vaerenbergh is federaal volksvertegenwoordiger voor de N-VA.

In het kader van de Week van de Pleegzorg zendt het VRT-programma Panorama een reportage uit over het problematische onderwerp: waarom vinden 400 kinderen geen ouders in Vlaanderen? Het is belangrijk dat erover gepraat wordt en ook wij willen er wat aan doen.

Solidair Vlaanderen

Eerst het goede nieuws: meer dan 4.833 pleegkinderen hebben pleegouders gevonden in Vlaanderen. Het gaat om kinderen die tijdelijk in een ander gezin wonen omdat het thuis even niet meer lukt. Dat kan zijn omdat ouders bijvoorbeeld een verslavingsprobleem hebben, de zorg voor een kind niet aankunnen of in de gevangenis zitten. Ze zijn dus met behoorlijk veel, de Vlamingen die hun hart en hun huis openstellen om een kind een kans te geven op een warm gezin. Bijna de helft van alle pleeggezinnen had vooraf geen band met een pleegkind dat ze opvangen. Pleegzorg is de eerste te overwegen optie voor een kind onder de zes dat uit huis moet worden geplaatst. Of zo staat het toch in een Vlaams decreet.

2 op 3 kinderen vindt geen pleeggezin

Veel te vaak blijft dat decreet echter dode letter. Twee op de drie kinderen die op zoek zijn naar een gezin, vinden er geen. Simpelweg omdat we met te weinig pleeggezinnen zijn. Op die manier vinden er in totaal jaarlijks meer dan 400 kinderen geen ouders. Ze komen terecht op een wachtlijst en vinden onderdak in een voorziening of moeten noodgedwongen thuis blijven wonen. Terwijl ze daar voor hun veiligheid of voor hun ontwikkelingskansen net weg moeten.

Jammer voor hen én voor ons

Dat is niet enkel doodjammer voor die 400 kinderen die op een verkeerde plek terechtkomen maar ook voor ons. Kinderen die zich niet veilig voelen en die er niet in slagen een affectieve band op te bouwen met volwassenen die langdurig betrokken zijn in hun leven, zijn later vaak vogels voor de kat. Als je nooit de onvoorwaardelijke liefde van een gezin hebt gekend, heb je het later vaak moeilijker om die ook aan je kinderen te geven.

We moeten dus op zoek naar kandidaat-ouders voor elk kind dat een andere oplossing buitenshuis nodig heeft. Hoe lossen we dat tekort aan pleegouders op?

Onbekend is onbemind

Eerst en vooral kennen veel te weinig Vlamingen pleegzorg. Overal waar pleegouders komen moeten ze het verschil met adoptie uitleggen. Pleegzorg is per definitie tijdelijk, al kan dat ook over een heel lange termijn gaan. Pleegouders zorgen voor een kind tot een kind kan terugkeren naar zijn thuissituatie. En tijdens een plaatsing behouden de biologische ouders ook een bezoekrecht zodat de band tussen kind en ouders altijd behouden blijft. De tijdelijkheid en het blijvend contact met de ouders zijn twee fundamentele verschillen met adoptie.

Jonge pleegouders gezocht

Dus om pleegzorg bekend te maken, moet erover gesproken worden. Vandaag zijn er niet enkel te weinig kandidaat-pleegouders, hun gemiddelde leeftijd is ook behoorlijk hoog. 61 procent van de pleegouders zit in de leeftijdscategorie tussen 40 en 59 jaar, een kwart is nog ouder. Als we kijken naar het aantal jonge gezinnen, ligt het aandeel flink lager: slechts 15 procent van de pleegouders is jonger dan 39 jaar. Dat is slecht nieuws voor de pleegkinderen tussen de 0 en de 6 jaar die het moeilijkst ouders vinden.

Maar ook de 800 ouders die op de wachtlijst staan voor adoptie kunnen we informeren over pleegzorg, dat gebeurt vandaag niet. Misschien zitten er daar ook wel wat mensen tussen die voor pleegzorg zouden kiezen als ze het concept zouden kennen.

Onduidelijke regels zijn een rem op aantal pleegouders

Eenmaal mensen pleegzorg kennen en vervolgens overwegen, haken ze nog te vaak af. Bijna de helft van de Vlamingen tussen 20 en 39 jaar zegt te overwegen pleegouder te worden. Dat moet blijken uit een onderzoek bij 1.500 Vlamingen in het kader van de Internationale Dag van het Gezin. Potentiële kandidaten haken af omwille van een druk gezinsleven, het moeten loslaten van kinderen of te weinig woonruimte.

Onduidelijke regels zijn rem op aantal kandidaten

Maar het is minstens even belangrijk dat pleegouders weten waar ze aan toe zijn en dat die afspraken duidelijk vastliggen. Dat is vandaag niet het geval en dat is een rem op het aantal pleegouders. Al dertig jaar vragen pleegouderverenigingen om een statuut. Pleegzorg is Vlaamse materie maar een statuut is een federale aangelegenheid omdat onder andere het ouderlijk gezag over een kind een onderdeel van het burgerlijk wetboek vormt.

Ouderlijk gezag, jeugdrechtbank en omgangsrecht

Daarom hebben we een wetsvoorstel uitgewerkt waarbij pleegouders eindelijk een duidelijk statuut krijgen. Pleegouders mogen vandaag met hun pleegkind naar de kapper om het haar bij te knippen maar hebben toestemming nodig van de ouders om de snit te veranderen. Pleegouders moeten voor een tripje naar Nederland toestemming aan de jeugdrechter vragen. Pleegkinderen moeten school lopen in een school van een net van de keuze van de ouders. En als een kind een heelkundige ingreep moet ondergaan, moeten de biologische ouders toestemming geven. Daarom willen we dat een deel van het ouderlijk gezag bij de pleegouders komt te liggen, dat pleegouders toegang hebben tot de jeugdrechtbank en dat ze recht hebben op een omgangsregeling als een pleegkind opnieuw bij zijn biologische ouders gaat wonen.

Het belang van het kind

De drijfveer bij al deze hervormingen is het belang van het kind. Eerst en vooral omdat duidelijke regels ervoor zorgen dat kandidaat-pleegouders beter kunnen inschatten of pleegzorg hen ligt. Die regels moeten ook een zo vlot mogelijke samenwerking tussen biologische ouders en pleegouders mogelijk maken. Maar vooral moeten ze ervoor zorgen dat een kind na een pleegplaatsing nog contact kan houden met zijn ex-pleegouders. Dat is belangrijk opdat een kind niet opnieuw een traumatische verlieservaring zou hebben wanneer de pleegplaatsing eindigt.

Verlofregeling

Bijna een kwart van de kinderen in pleegzorg is tussen de 0 en 6 jaar oud en daar vindt pleegzorg heel moeilijk gezinnen voor. De nood voor opvang van baby's is erg hoog maar een aantal praktische bezwaren maakt het vinden van pleegouders moeilijk. Zo is een plek in de crèche vastleggen op heel korte termijn vaak onmogelijk en hebben pleegouders geen recht op een uitgebreide verlofregeling. Wij vinden dat pleegouders recht hebben op een verlofregeling die hen in staat stelt om een band uit te bouwen met een kwetsbaar kind dat voor korte of langere termijn in hun gezin komt wonen.

Duidelijkere regels = meer pleegouders + minder kinderen op zoek naar een gezin

Met meer aandacht voor pleegzorg, een duidelijk statuut en een adequate verlofregeling voor pleegouders moeten we erin slagen om een thuis te vinden voor de 400 kinderen die op zoek zijn naar pleegouders. We maken er werk van in het Vlaams en federaal parlement.

Lees meer over:

Onze partners