Katrien Schryvers (CD&V)
Katrien Schryvers (CD&V)
Vlaams Parlementslid Voorzitter adoptiedienst Ray of Hope.
Opinie

18/12/15 om 07:05 - Bijgewerkt op 16/12/15 om 12:09

'Voor interlandelijke adoptie zijn waterdichte procedures nodig'

'De schorsing van een aantal adoptiekanalen in Ethiopië komt voor veel kandidaat-adoptiegezinnen hard aan', schrijft Katrien Schryvers.

De interlandelijke adopties zijn de laatste tijd niet uit het nieuws. Eerst waren er de problemen met Congo, recent met Oeganda en vorige week schorste Het Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA) gedeeltelijk de kanalen in Ethiopië. Reden voor die beslissing is dat men, op basis van een aantal vaststellingen, momenteel niet genoeg garanties heeft dat het verhaal over de achtergrond van het kind overeenkomt met de realiteit. Via bijkomende controles per dossier wil VCA meer zekerheid bekomen.

Delen

'Voor interlandelijke adoptie zijn waterdichte procedures nodig'

Voor de kandidaat-adoptanten, zeker zij die al een kindje kregen toegewezen, komt deze beslissing hard aan. Dat is te begrijpen. Anderzijds kan en wil ook niemand leven met het idee dat het kind mogelijk niet echt voor adoptie in aanmerking komt.

De voorbije jaren is het aantal interlandelijke adopties stelselmatig gedaald. In 2012 werden in Vlaanderen 122 kinderen geadopteerd. In 2013 ging het om 73 kinderen, en in 2014 vonden nog maar 61 buitenlandse kinderen een thuis in Vlaanderen. Deze evolutie hoeft niet te verwonderen. In het Haags Verdrag van 29 mei 1993 huldigen alle onderschrijvende staten immers het subsidiariteitsprincipe: adoptie in het buitenland kan enkel worden overwogen als er geen andere en minder ingrijpende oplossingen mogelijk zijn, zoals hulp aan de geboorte-ouders, adoptie door familieleden of adoptie in het land van herkomst. Inspanningen in de herkomstlanden zijn dan ook de eerste opdracht en dat is mee een taak van de internationale gemeenschap.

Engagement

Betekent dit dan dat er geen plaats meer zou zijn voor interlandelijke adoptie? Neen, want ondanks het Verdrag van Den Haag, kan er daar voor veel kinderen in nood geen goede hulp en gezinsopvang georganiseerd worden. Wie er de Unicefcijfers over kinderen die opgroeien als wees op naslaat, weet genoeg. Interlandelijke adoptie kan hen een thuis geven waar ze kunnen opgroeien in de warmte van een gezin.

Om het zoeken van een gezin voor een kind (en niet omgekeerd) ook interlandelijk op de best mogelijke manier te laten verlopen, zijn waterdichte procedures nodig, die risico's uitsluiten.

Zo blijft het een uitdaging voor de adoptiediensten om zekerheid te krijgen dat de kinderen waarvoor zij een familie zoeken daar ook echt nood aan hebben. Om de relaties met weeshuizen in stand te houden en voor de afhandeling van de dossiers in de herkomstlanden, werken de adoptiediensten met contactpersonen. Hun betrouwbaarheid en die van de informatie die zij aanleveren, is essentieel. Hoewel ook in het buitenland veel mensen en organisaties dagelijks vanuit een groot engagement in de weer zijn voor het welzijn van kinderen in nood, mogen we niet blind zijn. Wanneer een financieel voordeel te verwachten valt, kunnen zich ook mensen aandienen met minder bonafide bedoelingen. Een verbod om de contactpersonen per aangebracht dossier te betalen kan de drang om zoveel mogelijk kinderen voor adoptie aan te bieden wegnemen.

'Gewenning en berusting zijn slechte raadgevers'

Ook een continue controle van de adoptiekanalen door de overheid kan meer zekerheid geven en risico's uitsluiten. Het is immers niet omdat een kanaal vandaag volledig in orde is, dat dit ook in de toekomst zo blijft. Gewenning en berusting zijn slechte raadgevers.

En dan is er de zogenaamde projectsteun. Kandidaat-adoptieouders die begeleid worden door een interlandelijke adoptiedienst en die het geluk hebben een kindje te kunnen adopteren, betalen daarvoor een bedrag voor de werkingskosten van de adoptiedienst. Daarnaast kunnen ook kosten voor projectsteun worden aangerekend. In heel wat herkomstlanden is de betaling hiervan inherent aan de adoptie. Zonder projectsteun geen adoptie, zo eenvoudig is het. Soms gaat het om een vast bedrag, te betalen aan de autoriteiten. In andere landen gaat het om een bijdrage te betalen aan projecten die door de instelling of dienst waarmee men in het herkomstland samenwerkt, worden opgezet.

Garanties

Het betalen van deze projectsteun moet, conform het Verdrag van Den Haag, alleszins worden losgekoppeld van het verkrijgen van een kind. Evident. Los daarvan is zekerheid nodig dat de middelen ook effectief gebruikt worden ten bate van kinderen. Hoewel elke samenwerking met een herkomstland door het VCA onder meer getoetst wordt op financiële transparantie, blijft het moeilijk een sluitend bewijs te bekomen dat deze - vaak aanzienlijke - bijdragen echt worden aangewend voor de doelen waarvoor ze bestemd zijn.

Daarom deze oproep aan de overheid, Vlaams en federaal. Richt een fonds op, waarin de projectsteun van adoptanten wordt verzameld. Mits (mede)beheer vanuit de overheid kunnen er meer garanties worden ingebouwd over de besteding. Bijkomend voordeel voor de adoptanten is dat de betaalde bedragen - net zoals andere ontwikkelingssteun - fiscaal in rekening kan worden gebracht. Dit vraagt betrokkenheid van de departementen Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken, en is in internationale context mogelijk geen evidentie. Maar in het belang van alle kinderen, waar ook ter wereld, mag geen inspanning te veel zijn.

Vlaanderen moet het voortouw nemen

De voorbije periode heb ik als voorzitter van Ray of Hope deze problematieken al aangekaart. Niet omdat ik concrete dossiers voor ogen had, wel omdat ik niet blind ben voor de risico's. Risico's die we onmogelijk vanuit de adoptiediensten alleen kunnen ondervangen, hoezeer we daar vanuit Ray of Hope ook alles voor in het werk stellen. En precies omdat het om kinderen gaat, moeten we adopties met de grootst mogelijke omzichtigheid en rechtswaarborgen benaderen.

De beslissing van VCA tot gedeeltelijke schorsing van de kanalen in Ethiopië brengt voor kandidaat-adoptanten grote onzekerheid mee. Het feit dat ze zo plots is gekomen, zonder dat de betrokkenen zicht hebben op de redenen, maakt deze onzekerheid nog groter. Ook voor de ouders van de 750 kinderen die de voorbije 10 jaar vanuit Ethiopië geadopteerd werden, en voor deze kinderen zelf, roept de huidige situatie ongetwijfeld veel vragen op. Het is nodig dat VCA de bijkomende controles grondig en op korte termijn uitvoert, en hierover op een heldere manier communiceert met de kandidaat-adoptanten. Zij hebben zo snel mogelijk duidelijkheid nodig.

Verder dringt het maatschappelijk debat over interlandelijke adoptie, en de voorwaarden waaronder die naar de toekomst toe kan gebeuren, zich op. Vanuit het parlement moeten we hier op korte termijn werk van maken.

Daarnaast roep ik Vlaanderen op om met betrekking tot de problematieken van de projectsteun en de contactpersonen het voortouw te nemen. Vlaanderen lijkt misschien onooglijk in dit internationaal complexe dossier. Maar met een proactieve aanpak kunnen we mee het verschil maken.

Onze partners