Vlaamse festivals kampen steeds vaker met lege rekeningen

13/08/13 om 13:51 - Bijgewerkt om 13:51

Op de Vlaamse festivals gaat flink wat geld rond, maar de sector is er belabberd aan toe, zo blijkt uit onderzoek van Knack.

Vlaamse festivals kampen steeds vaker met lege rekeningen

© ImageDesk

Van Sfinks en Mano Mundo tot Rock Werchter en Tomorrowland: met zo'n 350 evenementen is de Vlaamse festivalzomer uniek in de wereld. 'Nergens ter wereld kun je in zo'n beperkt gebied en tijdsspanne zo veel bands gaan bekijken', zegt Serge Platel, voorzitter van de Vlaamse Federatie voor Muziekfestivals. 'De diversiteit is totaal: waar heb je zo dicht bij elkaar nog een Pukkelpop, Rock Werchter, Tomorrowland, Graspop en Dranouter? En met succes? Pinkpop in Nederland verkocht dit jaar bijvoorbeeld niet uit, iets wat de grote Vlaamse festivals vaak al maanden op voorhand doen. Als we alle muziekfestivals bij elkaar tellen, komen we uit op 350. En daarvan draait 90 procent op vrijwilligers.'

De festivals zorgen ook voor een flinke economische meerwaarde. Sommige krijgen subsidies, maar zelden veel. Bij PoléPolé zijn subsidies goed voor zo'n vijfde van de financiering, de Lokerse Feesten - ondanks de duidelijke return voor de stad - krijgen geen financiële hulp, net als de grote meerderheid van de festivals. Zet daar de gerealiseerde omzetten tegenover, en je kunt spreken van een lucratieve Vlaamse cultuurindustrie.

Belabberde financiële situatie

Hoewel er veel geld in de festivalsector omgaat, zijn de festivals zelf er op financieel vlak vaak belabberd aan toe. Sfinks eindigde vorig jaar op een verlies van 155.000 euro. Zig Zag vzw, dat Couleur Café opzet, raakte het tweede jaar op rij net niet break-even. Mano Mundo kwam afgelopen mei op 50.000 euro verlies uit. Dranouter neigde naar het faillissement, met in 2011 het tweede zware verliesjaar, dan met bijna 400.000 euro. Dat verlies zou de afgelopen twee jaren volgens de organisatie wel zijn weggewerkt.

Maar het blijven cijfers die eraan herinneren hoe riskant het inzetten op enkele dagen per jaar wel is. Een verkeerde inschatting, een dag slecht weer, en je kunt onder nul eindigen. 'In 2011 hadden we een dag verkeerd ingeschat, en een iets te grote naam gezet', knikt Jan Cools van de Lokerse Feesten. 'We kwamen meteen 167.000 euro tekort.' De Lokerse hebben door de jaren heen een aanzienlijke oorlogskas bij elkaar gespaard, van 3,5 miljoen euro. Maar veel anderen hebben zo'n buffer helemaal niet. Sfinks had eind vorig jaar 8.000 euro op de bank staan, Dranouter 22.000 eind 2011. Bij Mano Mundo is de rekening leeg, hopende dat het volgend jaar beter wordt.

Lege rekeningen

Schulden aangaan is ook zelden een oplossing. De Graydon-databank laat zien dat de schuldgraad van Dranouter in drie jaar is verdubbeld, tot 67 procent. Bij Sfinks is dat zelfs 99 procent. 'Twee slechte jaren na elkaar zorgen ervoor dat je buffer weg is, en je facturen over het boekjaar moet tillen', legt De Groote uit.

Lege rekeningen zijn een ramp in een sector waarin alles moet geprefinancierd worden. Behoor je niet tot het kransje dat ergens rond februari uitverkoopt, dan verdien je je eerste geld pas als alle infrastructuur er al staat. Bovendien eisen de meeste bands op voorhand hun gage. Regent je festival uit, dan zit je meteen strop. Pukkelpop kan ervan meespreken.

Zeepbel?

Is het dan een zeepbel? Een boomende festivalzomer die al enkele jaren op het punt staat in elkaar te klappen onder failliete organisatoren? Dat lijkt niet het geval. Ten eerste vanwege de grote economische return, nog los van het bedrijfsresultaat van de vzw's. De omzet van een festival is één zaak, de indirecte meerwaarde die zo'n evenement creëert, is vele malen groter.

Een studie van de Vlerick Management School over de Gentse festivals toonde aan dat elke door de stad geïnvesteerde euro er voor de overheid 1,5 opbracht - al is dat dan een andere overheid, in casu de federale. Elke voltijdse baan bij de festivalorganisatoren had er bovendien 2,7 tot gevolg in Oost-Vlaanderen. De stad Genk paste dit jaar 325.000 euro bij voor Genk on Stage. Ze rekent dat de return on investment voor de lokale economie tussen de 600.000 en de 1,2 miljoen euro ligt - of de 120.000 opgedaagde bezoekers die tussen vijf en tien euro uitgeven. (JH)

Deze week in Knack: een volledige doorlichting van het geld van de zomerfestivals

Lees meer over:

Onze partners