Vlaams Belang compleet in de touwen op vijfendertigste verjaardag

29/05/14 om 11:59 - Bijgewerkt om 11:59

Het Vlaams Belang heeft op zijn vijfendertigste verjaardag geen enkele reden om te feesten

Vlaams Belang compleet in de touwen op vijfendertigste verjaardag

Filip Dewinter (Vlaams Belang) © BELGA

Het Vlaams Belang/Vlaams Blok is precies 35 jaar oud, maar van een feest is geen sprake. De partij is nog niet bekomen van de zware opdoffer van 25 mei, die de partij terugkatapulteert naar de periode van voor Zwarte Zondag in 1991 met slechts enkelingen in het parlement.

Sinds Zwarte Zondag kende het Vlaams Blok een steile klim tot in 2006. Dat jaar slaagde de partij er niet in de Antwerpse burgemeestersjerp te pakken en werd ze gelinkt aan Hans Van Themsche. Daarna ging het alleen maar bergaf en kwam er regelmatig intern kritiek op de harde stijl van onder meer boegbeeld Filip Dewinter. Ook maandag verwees oud-senator Bart Laeremans hiernaar als één van de redenen voor de rampzalige stembusgang.

De partij ontstond in 1979 in de naweeën van het Egmontpact van 25 mei 1977, dat gesloten werd door de regering-Tindemans II waar zowel de Volksunie als het FDF deel van uitmaakte. Uit onvrede met de koers van de Volksunie ontstonden twee splinterpartijen, de Vlaams Nationale Partij (VNP) van Karel Dillen en de Vlaamse Volkspartij van ex-senator Lode Claes. Die namen als kartel "Vlaams Blok" deel aan de federale verkiezingen van eind 1978. Dillen werd in de Kamer verkozen en vormde de VNP samen met de radicale vleugel van de VVP om tot het Vlaams Blok. De partij werd op 29 mei 1979 boven het doopvont gehouden.

De partij bleef zowat een eenmanspartij tot Zwarte Zondag op 24 november 1991. Dillen verhuisde in 1987 naar de Senaat en liet de Kamer vanaf dan over aan het duo Gerolf Annemans en Filip Dewinter, die tot op vandaag eigenlijk nog altijd de touwtjes in handen hebben.

In 1988 haalde de partij opeens 17,7 procent bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen. Dat werd doorgetrokken op nationaal vlak op Zwarte Zondag, toen het VB in één klap 12 Kamerleden en 6 senatoren kreeg. Dat aantal steeg geleidelijk tot een tweede piek in 2004, na de veroordeling van de partij en naamsverandering in Vlaams Belang.

De partij haalde bij de regionale verkiezingen 24 procent en werd de grootste partij van Vlaanderen met 32 Vlaams parlementsleden. Daarna ging het langzaam naar beneden om een diepe duik te nemen bij de steile opgang van N-VA.

In de beginjaren profileerde het Vlaams Blok zich vooral als een radicale Vlaamse partij, maar gaandeweg kwam het vreemdelingenthema meer op de voorgrond. Dat leidde in 1989, na het eerste Antwerpse succes tot het cordon sanitaire.

Onder impuls van toenmalig Agalev-boegbeeld Jos Geysels kwamen alle andere Vlaamse politieke partijen overeen elke toenadering tot het VB uit te sluiten. De groeiende aandacht voor de vreemdelingen viel samen met het electorale succes van de partij met als hoogtepunt het '70 puntenplan' uit 1992, dat een jaar na Zwarte Zondag door Filip Dewinter werd voorgesteld.

De juridische perikelen van de partij startten op 8 oktober 2000 met de dagvaarding door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebesrijding en de Liga voor Mensenrechten wegens racisme in haar publicaties. Tot tweemaal toe verklaarde een rechter zich onbevoegd omdat de feiten waarvan het Vlaams Blok beschuldigd werd een politiek misdrijf vormden dat voor assisen moest beslecht worden. Uiteindelijk werd de partij door het Gents hof van beroep op 21 april 2004 veroordeeld.

De partij zag zich genoodzaakt om haar naam te veranderen in Vlaams Belang. Maar dat belette niet dat de partij verkiezing na verkiezing bleef groeien. Alle hoop werd gesteld op de gemeenteraadsverkiezingen van 2006, waarbij het Vlaams Belang eindelijk het cordon sanitaire hoopte te kunnen doorbreken door de absolute meerderheid te halen in een aantal gemeenten. Filip Dewinter zette alles in om in Antwerpen sp.a-burgemeester Patrick Janssens te wippen, maar dat mislukte.

Was de partij te overmoedig geworden, of speelde de zaak Hans Van Themsche mee? Die schoot enkele maanden eerder een Turkse vrouw neer en vermoorde even later een Malinese kinderoppas en een tweejarig meisje. Van Themsche bleek familie te zijn van een Vlaams Belangkamerlid. De gestage klim bleek alvast gestopt.

Stichter-voorzitter Karel Dillen bleef voorzitter van het Vlaams Blok tot 1996. Hij gaf de fakkel vrij onverwacht door aan zijn medewerker Frank Vanhecke en niet aan Annemans of Dewinter. Die twee bleven evenwel de uithangborden van de partij, terwijl Vanhecke zich eerder met de organisatie van de partij bezig hield.

De gestage groei van de partij ging de partij op zoek naar verruimers zoals de (ex-)N-VA'ers Marie-Rose Morel en Linda Vissers of radio- en televisieman Jurgen Verstrepen. Vooral Morel en Verstrepen schuwden de straffe uitspraken niet en drongen herhaaldelijk aan op een nieuwe stijl en een minder hard imago, wat tot enige wrevel bij de partijtop leidde.

De verstandhouding tussen voorzitter Vanhecke en het duo Dewinter-Annemans vertroebelde, onder meer door de mislukte poging om Jean-Marie Dedecker op de Senaatslijst te krijgen. Uiteindelijk zwicht Vanhecke voor de druk en stelt hij zijn voorzitterschap ter beschikking.

Hij wordt op 2 maart 2008 opgevolgd door Bruno Valkeniers. Valkeniers moest proberen de gemoederen binnen de partij te bedaren, de neuzen in dezelfde richting te krijgen en de partij een nieuw elan te geven. Maar in totaal waren er aan het einde van de vorige generatie niet minder dan 9 van de Vlaams Belangverkozenen uit de partij gestapt. En van een nieuw elan was door de druk van N-VA, die in dezelfde vijver vist, nauwelijks sprake.

Eind december 2012 werd hij afgelost door Gerolf Annemans, die de partij door de moeilijke verkiezingen van 25 mei moest loodsen. Hij kondigde meteen aan als coach te willen functioneren voor een nieuwe generatie die na de verkiezingen de partij in handen zou moeten geven. Maar 25 mei werd een veel grotere nederlaag dan verwacht. Het streefdoel van 10 procent bleef ver weg en de partij zakte zelfs onder kiesdrempel in enkele provincies.

Het Vlaams Belang houdt nog 11 van de 41 verkozenen over: drie kamerleden, zes Vlaams parlementsleden en één lid in het Brusselse en Europees Parlement. Annemans kondigde meteen nieuwe voorzittersverkiezingen aan voor oktober. (Belga/EE)

Onze partners