'Vijf minuten politieke moed nodig voor concurrentiekracht'

19/06/13 om 10:53 - Bijgewerkt om 10:53

Als er rond één beleidskwestie een absolute sense of urgency moet hangen, dan is het de concurrentiekracht van ons land. Het is een kwestie van vijf minuten politieke moed om de juiste beslissingen te nemen, zegt Trends-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt.

'Vijf minuten politieke moed nodig voor concurrentiekracht'

© Belga

Drie vragen over het competitiviteitspact aan Johan Van Overtveldt, hoofdredacteur van Trends.

De regeringen van dit land kwamen overeen een competitiviteitspact te sluiten om de concurrentiekracht van het land te verbeteren. Concrete maatregelen zijn er nog niet. Is dat niet dringend?

Johan Van Overtveldt: Als er rond één beleidskwestie een absolute sense of urgency zou moeten hangen, dan is het deze wel. Onze loonkosten liggen minstens 10% en allicht eerder 20% uit koers. Onze fiscaliteit weegt loodzwaar en ook op het vlak van de energiekosten verliezen we stelselmatig terrein op onze buurlanden. Bedrijven gaan bij trosjes failliet, jobs sneuvelen aan de lopende band. Door deze ontwikkelingen komen de publieke financiën ook voortdurend terug in de problemen.

Het is dus zonder meer positief dat de politieke gezagsdragers op alle geledingen van dit land de netelige kwestie van de competitiviteit willen aanpakken. Maar waarom nu nog eens een werkgroep? Alles ligt op tafel. De analyses van de Nationale Bank, van het Planbureau, van de OESO, van de Europese Commissie, van het IMF en van gereputeerde economen als Joep Konings van Leuven en Gert Peersman van Gent: zowel wat de oorzaken als wat de mogelijke remedies betreft, valt er echt niks meer te ontdekken.

Om de ondertussen plat gebruikte boutade te gebruiken: het is gewoon een kwestie van vijf minuten politieke moed om de nodige beslissingen te nemen. Alle steun aan zij die oproepen om rond dit zo belangrijke thema voor ons aller toekomst geen politieke spelletjes te spelen maar wat zich vandaag ontrolt, is ten gronde nauwelijks meer dan een politiek spelletje. Niet enkel overwegingen ingegeven door de verkiezingen van volgend jaar spelen hier, ook het kluwen rond het eenheidsstatuut is niet ver weg. Jan Denys van Randstad opperde gisteren de allicht terechte bedenking dat dit pact het glijmiddel voor de geboorte van het eenheidsstatuut moet aanreiken.

De concurrentiepositie van de ondernemingen behoort tot de federale materies. Was het dan niet vreemd dat Vlaams minister-president Kris Peeters de kat de bel diende aan te binden?

Johan Van Overtveldt: Ja en nee. Ja, omdat de thematiek van het concurrentievermogen inderdaad het actieterrein van de federale regering is. Wat Di Rupo I terzake tot nu toe ontvouwde, is niet anders te catalogeren dan wat bijsturingen in de marge. Ministers die korte tijd terug nog beweerden dat onze loonkostenhandicap 3% is, komaan zeg, hoe lang vertoefden die op Mars?

Neen, omdat Vlaanderen meer afhangt van de evolutie van ons internationaal concurrentievermogen. Dat de Vlaamse minister president uiteindelijk op de barricaden springt, heeft veel te maken met het feit dat Vlaanderen als veruit rijkste regio van het land ook veruit het meeste te verliezen heeft bij een tegenvallende economische conjunctuur.

Bovendien vertoont de Vlaamse economie ook meer dan bijvoorbeeld de Waalse een open karakter. Export is erg belangrijk voor onze welvaart. Een kaduke concurrentiepositie treft verhoudingsgewijs de Vlaamse economie dan ook heftiger dan de andere regio's.

Dit alles gezegd zijnde, is het natuurlijk ook zo dat de Vlaamse regering zelf ook over beleidshendels beschikt om de competitiviteit op te vijzelen. Niet alles kan simpelweg in de federale mand gedeponeerd worden.

Bart De Wever en de N-VA willen na de verkiezingen meteen werk maken van een nieuwe staatshervorming. De andere partijen vragen in eerste instantie initiatieven om de economie er weer bovenop te helpen. Is dit competitiviteitspact daarin een eerste aanzet?

Johan Van Overtveldt: Slaagt de huidige federale regering er in om een trendbreuk inzake de afkalving van ons concurrentievermogen tot stand te brengen, dan zal dat de economie zonder twijfel vooruit helpen. Dat wordt dan zeker een troef naar de komende verkiezingen toe.

Bij de N-VA overheerst de opinie dat ook inzake de materies die belangrijk zijn voor het internationaal concurrentievermogen er belangrijke doorschuivingen naar de gewesten dienen te komen omdat men federaal niet tot echt ingrijpende maatregelen kan komen. Het valt moeilijk te ontkennen dat wat dit laatste betreft, de partij van Bart De Wever tot nu toe zeker een punt heeft. Gaat men binnen de federale regering het tij nu keren? Wait and see.

Onze partners