Stijn Decock
Stijn Decock
hoofdeconoom van Voka
Opinie

11/04/14 om 07:24 - Bijgewerkt om 07:24

Vermogensbelasting van 1 procent halveert rendement van spaargeld van ondernemers

Waarom worden mensen die na hun pensioen van hun vermogen leven gezien als asociale rijken?, vraagt Voka zich af.

Luc en Mark zijn twee vrienden die elkaar kennen van hun studies burgerlijk ingenieur. Luc was de creatiefste en meest ondernemende van de twee, Mark eerder de brave studax. Na hun studies neemt Mark deel aan het aanweveringsexamen bij de NMBS, waarvoor hij vlotjes slaagt. Luc daarentegen wenst verder te werken rond het idee van zijn thesis, die over automatische aansturing van textielmachines gaat. Hij wil rond zijn idee een product maken en dat op de markt brengen.

Mark ontmoet tijdens de koffiepauze op de NMBS al snel Katrien, die pas op de boekhouding werkt. Ze drinken niet alleen koffie, de leuke babbels monden al snel uit tot iets meer. Intussen heeft Luc zijn spaargeld van vakantiejobs in een eerste prototype gestopt dat aanslaat bij de producenten van weefgetouwen. De eerste orders worden besteld en Luc neemt via een banklening zijn eerste personeelsleden in dienst om zijn machines te fabriceren.

Intussen stelt Mark zijn nieuwe vriendin aan Luc voor. Zij nemen op een van de avondlijke uitstapjes Els eens mee, een vriendin die ze van haar opleiding boekhouden kende. Al snel lijkt het goed te klikken tussen Els en Luc en van het ene komt dus ook het andere. Naast de liefde, is Els voor Luc ook in de zaak meer dan welkom. Els besluit als medevennoot in het kersverse bedrijf van Luc te stappen en zich met de administratie bezig te houden.

De jaren verstrijken. Mark, als goede studax, doet met succes aan heel wat examens binnen de NMBS mee en werkt zich op tot kaderlid. Ook Katrien schuift langzaam op in de NMBS-hiërarchie. Het bedrijf van Luc en Els groeit gestaag door tot een kleine KMO met 15 mensen en een omzet van 2,5 miljoen euro. De winst wordt voornamelijk geherinvesteerd in het bedrijf of om de jaren van verlies op te vangen. Want weefgetouwen zijn een heel cyclische sector. Dus in zwakke conjunctuurjaren wordt er geen winst geboekt.

Katrien en Mark verdienen samen naar het einde van hun loopbaan samen 6000 euro netto per maand. Samen met de vele vakantiedagen kunnen ze hierdoor ieder jaar verre reizen met het gezin maken. Aangezien ze weinig overuren kloppen, hebben ze beide ook genoeg tijd voor hun hobby's.

Luc en Els beschikken weliswaar over duurdere wagens en een groter huis dan Katrien en Mark, ze werken wel dag en nacht voor de zaak. Aangezien het nicheproduct wereldwijd verkocht wordt, moet Luc heel vaak voor korte tijd met het vliegtuig naar het buitenland. De jetlags, de stress van de toenemende concurrentie uit landen met lagere lonen, weinig uren om te ontspannen... beginnen op Marks gezondheid door te wegen en aan zijn 60ste raakt hij fysiek en mentaal uitgeput.

Intussen gaan Katrien en Mark bij de NMBS op pensioen. Als hoogopgeleide ambtenaren ontvangen ze samen een maandelijks pensioen van 5.000 euro. Vanwege de vermoeidheid van Luc en de opportuniteit van een geïnteresseerde koper besluiten Luc en Els de zaak te verkopen. Ze kunnen het bedrijf met 15 werknemers voor 1,5 miljoen euro verkopen. Daarnaast hebben ze nog 500.000 euro bijeengespaard voor hun pensioen, waardoor ze in totaal 2 miljoen euro hebben.

En nu komt het. 2 miljoen euro is veel geld en een bedrag dat weinig Belgen ooit zullen bezitten. In vele ogen zijn Luc en Els met hun 2 miljoen euro zeer rijk. Maar laten we toch eens kijken wat dit opbrengt. Aangezien Luc en Els beide zelfstandigen waren, ontvangen ze samen een pensioen van 1900 euro per maand. Met hun 2 miljoen euro willen ze geen risico lopen en willen dat risicovrij beleggen. Aangezien de risicovrije rente ongeveer 2% bedraagt, betekent dit dat ze op hun 2 miljoen slechts 40.000 euro rente ontvangen per jaar of 3.300 euro per maand. Hiermee hebben ze een pensioen dat nipt hoger ligt dan Mark en Katrien. Maar nu besluit de nieuwe linkse regering een vermogensbelasting door te voeren van 1% voor iedereen met meer dan 1 miljoen euro. 'Want wie meer dan 1 miljoen euro aan vermogen heeft, is toch rijk genoeg en moet maar wat meer bijdragen' luidt de redenering van de nieuwe regering. Het rendement van 2% op hun vermogen wordt hierdoor gehalveerd waardoor ze netto nog 1% rente ontvangen op hun vermogen. Op de 2 miljoen euro ontvangen ze dan 20.000 euro rente per jaar of 1670 euro per maand. Samen met hun zelfstandigenpensioen krijgen ze dan 3.560 euro per maand, tegenover 5.000 euro voor Mark en Katrien.

Delen

Waarom worden mensen die na hun pensioen van hun vermogen leven gezien als asociale rijken?

Stijn Decock

Is dit fictief voorbeeld te veel bij het haar gegrepen? Neen. Het is de realiteit waar iedereen die van een kapitaal moet leven in een laagrentende omgeving mee geconfronteerd wordt. Een miljoen euro mag dan voor velen een hoog bedrag zijn, met een risicovrije rente van 2% brengt dit nauwelijks (=20.000 euro) iets op om van te leven. Als we hier dan nog een vermogensbelasting op heffen, haalt men helemaal geen rendement meer. Een vermogensbelasting van 1% halveert het rendement tot 10.000 euro per jaar, minder dan het bestaansminimum. Zeker voor ondernemers en zelfstandigen vormt dit een probleem omdat hun wettelijk pensioen heel laag ligt. Zij hebben het rendement op hun kapitaal nodig als aanvulling op hun pensioen.

Technisch gesproken ontvangt het ambtenarenkoppel in ons voorbeeld een zeer hoge flow terwijl ze een beperkte (of geen) stock hebben. Om een pensioen van 60.000 euro te ontvangen heb je bij een rente van 2% dan een fictief kapitaal nodig van 3 miljoen euro. Bij het ondernemerskoppel is het omgekeerd. Ze bezitten een hoge reële stock (=2 miljoen euro) maar ontvangen daaruit maar een beperkte flow. Zeker als ze hun stock niet willen opeten, omdat dit op lange termijn tot welvaartsverlies en meer risico (=onzekere rente en inflatie) leidt. Het gepensioneerd ambtenarenkoppel heeft door de automatische indexering en de perequatie geen last van potentieel welvaartsverlies. Het is dus onrechtvaardig de ene groep te bestraffen en de andere niet.

Het is dan ook vreemd dat mensen die na hun pensionering van hun vermogen moeten leven door heel wat partijen als asociale rijken omschreven worden. Dezelfde partijen reppen wel met geen woord over hoge ambtenarenpensioenen. Dit terwijl een euromiljonair door de lage rente maandelijks veel minder uit zijn opgebouwd vermogen haalt dan wat een gepensioneerd ambtenaar ontvangt vanuit de staat. Selectieve verontwaardiging dus.

In 2013 beschikten de Belgen over een financieel vermogen van 840 miljard. 340 miljard stond op spaar- en depositorekeningen die nog geen 2% rente geven per jaar (nu al vaak onder de 1%). Een groot ander deel steekt in obligaties en pensioenproducten, waarvan het gemiddeld rendement ook tussen de 2 en 3% bedraagt. Wie voor een vermogensbelasting van 1% pleit, halveert dus het rendement van het spaargeld van vele ondernemers en gewone gepensioneerden die een kapitaal opbouwen als aanvulling op hun wettelijk pensioen. Het zal de zin om te ondernemen nog meer wegnemen waardoor er nog minder banen en nieuwe producten worden gecreëerd.

Onze partners