Vermindering bestuivende insecten leidt tot kleinere en zelfbestuivende bloemen

19/01/12 om 14:36 - Bijgewerkt om 14:36

(Belga) Een sterke achteruitgang van bestuivende insecten leidt tot kleinere en meer zelfbestuivende bloemen. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek op duizendguldenkruid aan de kust en in het Waasland, zo bericht het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO).

Onderzoekers van het INBO, de UGent en de KU Leuven wilden nagaan wat de gevolgen zijn van de drastische achteruitgang van bestuivers op het bestuivingssysteem en bestuivingspatroon van het duizendguldenkruid. Daarvoor selecteerden ze populaties in de kustduinen, die rijk zijn aan bestuivers, en in de Waaslandhaven, arm aan bestuivers. "Wanneer bloemen onbezocht bleven, bleken ze voor een gedeelte in staat om via een opmerkelijk proces van spontane zelfbestuiving toch zaad te produceren", aldus Rein Brys (INBO). Op het einde van de levensduur van een bloem krullen de meeldraden op en stelden hun pollen vrij. Een gedeelte kwam op de eigen stempel terecht en werkte zelfbestuiving in de hand. Uit een transplantatie-experiment, waarbij kleinere bloemen uit de Waaslandhaven in de kustduinen opgesteld werden, bleek dat de zelfbestuivende planten uit de Waaslandhaven minder insecten ontvingen en succesvolle kruisbestuiving afnam. "Omgekeerd bleken planten uit de duinen veel minder in staat om in de Waaslandhaven optimale zaadsetting te realiseren." De bevindingen toonden dat door de mens veroorzaakte achteruitgang aan bestuivers kan leiden tot meer zelfbestuivende planten, met opmerkelijk kleinere bloemen die voor bestuivers minder aantrekkelijk zijn. Omgekeerd blijkt dat in aanwezigheid van voldoende bestuivers, juist planten met opzichtige en meer kruisbestuivende bloemen het meest succesvol zijn. (MVL)

Onze partners