Verenigde Naties en ngo's trekken aan alarmbel over geweld in Birma

27/10/12 om 18:26 - Bijgewerkt om 18:26

(Belga) Het gaat van kwaad naar erger in het westen van Myanmar, het vroegere Birma. In de deelstaat Rakhine vielen al tientallen doden bij hernieuwd geweld tussen de boeddhistische meerderheid en de moslims van de Rohingya-gemeenschap, die in Rakhine systematisch gediscrimineerd worden. De Verenigde Naties en verschillende ngo's trekken aan de alarmbel.

Na eerder geweld in juni flakkerde het conflict tussen boeddhisten en moslims de voorbije week weer op. Vrijdag zei de Birmese overheid dat er sinds zondag 112 doden gevallen zijn en 2.800 huizen vernietigd werden. Het dodencijfer corrigeerde ze later naar 64. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch meldt zaterdag dat dat dodental wellicht veel hoger ligt. Ze beroept zich daarvoor op getuigenissen van vluchtelingen en "de traditie van de regering om cijfers te onderschatten die voor kritiek op de staat kunnen zorgen". Ondertussen wijzen de Verenigde Naties op de dramatische toestand in de vluchtelingenkampen nabij Sittwe, de hoofdstad van Rakhine. In juni sloegen zowat 75.000 mensen op de vlucht voor het etnische geweld en zij zitten nog steeds in kampen waar ze verstoken zijn van basisgezondheidszorg en moeite hebben om aan eten te geraken, luidt het. Volgens Vivian Tan, de woordvoerster van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, zijn de voorbije dagen meer dan 3.000 nieuwe vluchtelingen in de kampen aangekomen en zouden 2.500 anderen nog onderweg zijn. Amnesty International vraagt dat de regering tussenbeide komt "om iedereen te beschermen en de cirkel van discriminatie en geweld te doorbreken". (VIM)

Onze partners