Jan Cornillie (SP.A)
Jan Cornillie (SP.A)
Politiek directeur van SP.A
Opinie

25/10/17 om 11:00 - Bijgewerkt om 11:04

'Vennootschapsbelasting is vooral een graadmeter van lobbymacht en politieke machteloosheid'

'Overal in Europa worden bedrijfsbelastingen verminderd', schrijft Jan Cornillie (SP.A). 'Waarom? De vennootschapsbelasting verlagen heeft weinig van doen met competitiviteit.'

'Vennootschapsbelasting is vooral een graadmeter van lobbymacht en politieke machteloosheid'

© Getty Images/iStockphoto

De populisten rukken op in de parlementen in Europa. Dat is veel besproken en geanalyseerd. Minder besproken is het feit dat de liberalen in opmars zijn in de regeringen in Europa. En dat geeft de grootste bedrijven reden om te juichen, ook bij ons. De opbrengst van het prille economische herstel gaat immers niet naar dringende maatschappelijke noden - denk maar aan die in de zorg - of naar de sanering van de begroting. Neen, die gaat naar zij met de grootste lobbymacht en directe toegang tot de regeringstafel. Overal in Europa worden bedrijfsbelastingen verminderd. Is dat als dank voor bewezen diensten tijdens de crisisjaren?

Delen

'Vennootschapsbelasting is vooral een graadmeter van lobbymacht en politieke machteloosheid'

Allerminst, want in verhouding tot de bevolking deden de grootste bedrijven niet meer inspanningen om de begroting op orde te brengen. Als stimulans dan om te investeren en de economische groei te versterken? Opnieuw zeer twijfelachtig, want tot vandaag is er geen enkel bewijs dat de lagere vennootschapsbelasting tot meer investeringen leidt. Wat wel helemaal zeker is: de nettowinst van ondernemingen stijgt. Maar zelfs met de huidige vennootschapsbelastingen waren de bedrijfswinsten al meer dan gezond. Dus welk probleem proberen de liberaal geïnspireerde regeringen eigenlijk op te lossen met de verlaging van de vennootschapsbelasting?

Knack bracht vorige week een overzicht van de evolutie van de vennootschapsbelasting in onze buurlanden onder de titel "Altijd maar lager". Niet toevallig spreekt journalist Ewald Pironet over een 'race to the bottom'. Zo had Ierland in 1980 het laagste tarief (45%) en Duitsland het hoogste (60%). Vandaag breken de Ieren opnieuw alle laagterecords (12,5%), terwijl de Duitsers in 2020 opnieuw het hoogste tarief in de EU zullen hebben (30%). De geschiedenis is bekend: Ierland het voorbije decennium door een heel diep dal, terwijl Duitsland al jaren boven alle andere EU-landen staat op de ranking van het World Economic Forum.

Dus is er maar één conclusie: de vennootschapsbelasting verlagen heeft weinig van doen met competitiviteit. Echte competitiviteit komt met innovatie, technologie, scholing en arbeidsmarkt. De vennootschapsbelasting is vooral een graadmeter van lobbymacht en politieke machteloosheid.

Believers voeren altijd aan dat een lagere vennootschapsbelasting voor extra jobs en dus meer welvaart zal zorgen. Een recente studie van denktank Minerva laat echter geen spaander heel van die redenering. Werkelijk elk van de stappen in die keten is betwist. Een lagere vennootschapsbelasting om het gebrek aan competitiviteit in België op te vangen?

Vandaag combineert ons land een hoog tarief in de vennootschapsbelasting met een toppositie op vlak van investeringen. Een lagere vennootschapsbelasting om meer investeringen te stimuleren? De Belgische bedrijven zitten op een cashberg en blijven erop zitten. Er worden veel bedrijven gekocht, dat wel, maar veel minder echt geïnvesteerd. Een lagere vennootschapsbelasting voor meer jobs? Misschien, maar als dat je bedoeling is, verlaag dan de belasting op arbeid in plaats van op winst. Samengevat: de economische groei versterk je er niet mee, competitiever word je er niet van, en meer welvaart voor je bevolking levert evenmin op. En toch blijven verschillende liberale regeringen in Europa - ook de onze - beweren dat ze de economische motor alleen op die manier draaiende kunnen houden.

Gevangenisdilemma

Maar met ieder voor zich en om ter laagst in Europa zijn we terug bij af. De Europese regeringen zitten wat dat betreft vast in een gevangenisdilemma: als één land de vennootschapsbelasting verlaagt en andere landen niet, denkt dat land te zullen winnen. Omgekeerd denken de regeringen in de landen waar de vennootschapsbelasting gelijk blijft, dat ze zullen verliezen. Maar als elk land zo denkt en ze bijgevolg allemaal de vennootschapsbelasting gelijktijdig verlagen - zoals nu aan de gang is, is iedereen slechter af. Behalve de grootste bedrijven en de multinationals dan, die gewoon het 'laagste' land uitkiezen om hun winst nóg op te drijven.

Het is precies voor zulke economische coördinatieproblemen dat de Europese Unie destijds werd opgericht: om landen te verhinderen vals te spelen. Om te beletten dat landen competitiviteit voor hun bedrijven kopen op kap van de buurlanden in plaats van te investeren in echte competitiviteit, gebaseerd op goed opgeleide mensen, innovatieve producten en uitmuntende diensten. Niet toevallig werkt de Europese Commissie precies om die reden al langer aan een eengemaakte Europese basis voor de vennootschapsbelasting. Dat is een begin, maar staat nog ver af van de uiteindelijke oplossing: een eengemaakte Europese vennootschapsbelasting.

Nochtans is dat de evidentie zelf: laat de bedrijven concurreren met producten en diensten, maar belet landen te concurreren met belastingsaftrekken en fiscale achterpoortjes. 75% van de Europeanen wil dat de EU zich meer bezig houdt met oneerlijke belastingpraktijken. De keuze is tussen een EU van valsspelers en een EU die met eerlijke regels een gelijk speelveld creëert. Maar met liberalen als de Nederlandse premier Rutte en de Duitse kopman Lindner in nationale regeringen is er weinig kans dat van die laatste EU veel in huis komt.

Verwacht de volgende jaren dus maar aan een opbod van cadeaus aan multinationale ondernemingen. Waarom? Gewoon, omdat ze kunnen. Met de opmars van de liberalen zijn de bedrijfslobbys verzekerd van een zitje aan tafel op het hoogste Europese niveau.

Onze partners